Daemonia nymphe
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Links Biografie Geschiedenis Instrumenten

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Ross Daly

Volgende pagina
Panos Dimitrakopoulos


Biografieën van de website over Griekse Muziek

Daemonia Nymphe

Nieuwe oude muziek

De Griekse groep Daemonia Nymphe (Δαιμονία Νύμφη) brengt nieuwe, zelf geschreven Griekse muziek. Hun inspiratie halen ze uit de Griekse Oudheid, ze gebruiken (reconstructies van) Oudgriekse instrumenten en ook visueel (onder meer door hun kledij) proberen ze een "mythische" sfeer op te roepen.

Dat is in een notendop wat er meestal over deze groep gezegd en geschreven wordt, en dat is in wezen ook correct. Helaas spreekt de Oudheid zozeer tot de moderne verbeelding dat dit aspect al snel gaat overheersen. Het gevaar daarbij is dat het al te zeer uitvergroot wordt en dat het de eigenlijke essentie van Daemonia Nymphe gaat verdringen.

Die essentie is bij hen in wezen dezelfde als bij alle andere scheppende kunstenaars. Allemaal halen ze hun inspiratie wel ergens vandaan. Dat levert indrukken op en die indrukken proberen ze te ver-uiterlijken. Een Filippos Pliatsikas dwaalt bijvoorbeeld in de vroege uurtjes door de straten van Athene en verwerkt de geluiden van de ontwakende stad in zijn composities. En een Eleni Karaïndrou leest een scenario van cineast Theo Angelopoulos en verklankt de beelden die dat bij haar oproept.

Bij Daemonia Nymphe is dat niet anders. Hun muziek wordt geschreven door de twee vaste leden van de groep, Spyros Giasafakis en Evi Stergiou. Toevallig zijn die allebei gefascineerd door de Griekse Oudheid. Ze verdiepen zich in de verhalen over de goden, de saters en de nimfen. Iedereen, die deze verhalen leest, vormt zich immers onwillekeurig een beeld van hoe het in die tijd zou kunnen geweest zijn. Ook bij Spyros en Evi roept het beelden op, en het zijn die beelden die ze op muziek zetten. Maar ze hadden evengoed kunnen gefascineerd zijn door stoomtreinen of postzegels of de romans van Dostojevski - al had dat natuurlijk wel telkens andere klanken opgeleverd. In dit geval roept de muziek van Daemonia Nymphe een mysterieuze sfeer op. De verhalen gaan immers ook over mysterieuze dingen.

Het is een veel voorkomende misvatting dat ze op de een of andere manier zouden proberen om de muziek van de Oudheid te reconstrueren. Spyros Giasafakis houdt niet op die misvatting te corrigeren, in elk interview weer opnieuw. "Het zou ook niet kunnen", zegt hij, "we weten immers niet hoe die muziek geklonken kan hebben". Dat weerhoudt anderen (zoals Panayotis Stefos ) er niet van om toch een poging te wagen, maar dat is een totaal andere benadering. Voor dergelijke muziek moet je niet bij Daemonia Nymphe zijn. Zij halen wel de inspiratie - toevallig - uit de Oudheid maar de muziek maken ze zelf. Het is evengoed hun "eigen" muziek als bij Pliatsikas of Karaïndrou of wie dan ook. Of, zoals Spyros het uitdrukt: ze proberen antieke elementen te vinden die hen helpen om de muziek van de toekomst te creëren.

Ook het feit dat ze instrumenten uit de Griekse Oudheid gebruiken is min of meer toevallig. Letterlijk zelfs. De eerste vijf jaar van hun bestaan gebruikte de groep gewoon hedendaagse instrumenten. Pas in 1999 kwamen ze in contact met Nikolaos Brass (Νικόλαος Μπράς). Ondanks zijn naam is de man een geboren en getogen Kretenzer, die zich een ijzersterke reputatie heeft opgebouwd als instrumentenbouwer. Hij specialiseert zich in snaarinstrumenten: violen, lyra's en dergelijke. In 1980 begon hij met het nabouwen van snaarinstrumenten uit de Oudheid en dat leverde hem niet alleen internationale erkenning maar ook een relatief goed gevuld orderboekje op. Zijn werk wordt intussen onrechtstreeks gesponsord door de UNESCO en onder zijn klanten vind je de verschillende Griekse ministeries die zich met cultuur, oudheden en dergelijke bezighouden. Die gebruiken zijn kopieën onder andere voor educatieve doeleinden. Enkele exemplaren van zijn hand waren in 2003 in Brussel te zien op de tentoonstelling "Geschenk der Muzen" , over muziek en Oudheid. Maar hij levert ook aan bekende Griekse muzikanten. Op de cd "Anemodiktis" (Windhaan) van Alkinoos Ioannidis , verschenen in 1999, is een tiensnarige viool van hem te horen en ook Ross Daly heeft een lyra van Brass in zijn collectie. Het atelier van Brass telt een vijftal medewerkers en zoals meestal op dit niveau wordt er vooral op bestelling gewerkt.

Het was deze Nikos Brass die bedacht dat het misschien een idee zou zijn om de muziek van Daemonia Nymphe met oude instrumenten uit te voeren. Het lijkt een voor de hand liggende gedachte, maar dat is niet noodzakelijk zo. Elk instrument heeft immers zijn eigen klank en roept een eigen sfeer op. Die klank en die sfeer moeten aansluiten bij het beeld dat de muzikant voor ogen heeft. Zo deed Loreena McKennitt bijvoorbeeld een beroep op Haig Yazdjian en zijn outi en op Panos Dimitrakopoulos met zijn kanonaki . Zij wilde immers de sfeer oproepen van het Istanbul van de vijftiende eeuw en deze van oorsprong oosterse instrumenten sloten aan bij het beeld dat zij daarvan had. Maar het was niet vanzelfsprekend dat de klank van de instrumenten van Brass zou aansluiten bij het beeld dat Daemonia Nymphe van de Oudheid had. Het is overigens niet eens zeker dat deze klank aansluit bij het origineel (er zijn uiteraard geen opnamen van zoveel eeuwen geleden), maar dat is minder relevant. De vraag was of de componisten van Daemonia Nymphe de klanken konden gebruiken in hun werk. Het antwoord was een volmondig "ja", en sindsdien is er een hechte en vruchtbare samenwerking ontstaan tussen de groep enerzijds en Brass en zijn team anderzijds. Ze bepalen samen hoe een volgend instrument moet klinken en ze overleggen ook samen om de bouwmethoden steeds verder te verbeteren en te verfijnen.

Met deze samenwerking sloeg Daemonia Nymphe definitief het pad van de "nieuwe oude muziek" in. In hun beginjaren hadden ze ook nog wat andere muziekstijlen verkend, van folk tot rock en zelfs experimentele elektronische muziek, maar dat was nu helemaal verleden tijd. Ze hadden hun eigen stijl gevonden, en daarin gaan ze nog steeds door.

Ook de samenstelling van de groep is stabiel gebleven. Evi Stergiou loste broer Pantelis Giasafakis af en vormt samen met Spyros Giasafakis de vaste kern. Samen schrijven ze al de nummers. Voor optredens en plaatopnamen worden ze bijgestaan door een viertal sessiemuzikanten: Maria Stergiou (zang en percussie), Dafni Kotsiani, Vangelis Paschalidis en Christos Koukaras.

Vooral Spyros Giasafakis heeft naast dit alles ook een voorliefde voor theater. Gaandeweg introduceerde de groep daarom ook visuele aspecten. Die moeten de sfeer, die hun muziek oproept, nog versterken. Ze dragen bijvoorbeeld kledij die zo uit een Homerische confectiezaak afkomstig lijkt. En natuurlijk vormen ook de ongewone instrumenten een onderdeel van het visuele decor.

Dat alles neemt niet weg dat hun pad niet strak rechtlijnig is. Ze zigzaggen als het ware tussen oud en nieuw. Enerzijds gebruiken ze wel degelijk authentieke Oudgriekse elementen in hun composities: enkele van hun teksten zijn originele hymnen en sommige nummers zijn gebaseerd op notenschrift uit de Oudheid (waarvan inderdaad enkele exemplaren teruggevonden zijn en - naar men aanneemt - ook ontcijferd werden). Anderzijds gebruiken ze ook andere, nieuwere instrumenten, als die beter passen in hun muzikale plaatje: dat kunnen traditionele Griekse instrumenten zijn, uit de hedendaagse volksmuziek, zoals de flogera , de daouli en de santouri , maar het kunnen evengoed moderne Westerse instrumenten zijn.

Misschien is het door dit alles dat hun muziek beter toegankelijk is voor een breed publiek dan een (poging tot) reconstructie van de authentieke muziek uit de Oudheid. Met "beter toegankelijk" bedoelen we dat het gemakkelijker in het oor ligt, of dat het minder intellectuele inspanning vraagt. Dat wil daarom nog niet zeggen dat Daemonia Nymphe gauw zal gedraaid worden in discotheken, commerciële radiostations en dergelijke, zo extreem is het niet. Maar liefhebbers van "kwalitatief goede" muziek (zoals dat dan heet) moeten zich zeker niet laten afschrikken door het esoterische sfeertje dat soms rond de groep lijkt te hangen.

Toch is het precies dank zij dat "esoterische sfeertje" dat Daemonia Nymphe de weg lijkt gevonden te hebben naar allerlei festivals in West-Europa. Daar zijn er enkele bij die een publiek aantrekken dat zin heeft voor mystiek. Het is waarschijnlijk aan hen dat Spyros Giasafakis dacht toen een reporter hem vroeg of hun muziek een vlucht uit het heden inhield. "Niet voor ons", antwoordde hij, "misschien wel voor een aantal van onze fans".

De doorbraak in het Westen begon min of meer met het "Wave Gotik Treffen" festival in Leipzig (Duitsland), waar ze in 2004 de eerste Griekse band ooit waren. Het "Wave Gotik Treffen" is een jaarlijks festival dat zonder moeite 20.000 bezoekers en 150 groepen uit de hele wereld verzamelt. Er komen verschillende muziekstijlen aan bod, allemaal uit de alternatieve hoek, met namen als "Gothic rock", "Gothic metal", "Darkwave", "Neofolk", "Noise", "EBM" (Electronic Body Music) en dergelijke. Maar ook Middeleeuwse muziek is er te horen en er zijn ook nogal wat groepen die zich op hun manier bezighouden met andere "oude" muziek, zoals neo-Keltisch. Meestal worden die samengebracht onder de noemer "muziek van voor-christelijke beschavingen". Ook voor deze muziek zijn er gespecialiseerde festivals en Daemonia Nymphe voelt zich daar blijkbaar thuis als een vis in het water. Zo traden ze datzelfde jaar onder meer op tijdens het "Summer Solstice Festival" in het kasteel van Arceto (Italië), waar - zoals de naam het zegt - de zomerzonnewende gevierd wordt.

Zoals meestal komt het een van het ander en het gaat steeds sneller: in 2009 spelen (of speelden) ze bijvoorbeeld op het "Trolls and Legends Festival" in Mons (België), het "Festival-Mediaval II" in Selb (Beieren, Zuid-Duitsland), "La Nuit des Fées" in Clisson (Frankrijk), het "3 Wishes Faery Fest" in Cornwall (UK). De namen van deze festivals spreken waarschijnlijk wel voor zich. Ook het "Deerlycke Festival" in Deerlijk (België) boekte hen in 2009. Daarmee zijn ze misschien op weg naar de meer "traditionele" folk festivals, ook al had Deerlycke een paar jaar geleden ook de Nederlandse groep Omnia te gast. Die maakt neo-Keltische muziek ("oergeluiden uit de Ijzertijd"), met bijpassende kostuums en een visueel spektakel (een lid van de band werkte ooit als vuurspuwer).

In vergelijking met hun toenemende bekendheid in het Westen kent Daemonia Nymphe maar relatief weinig succes in Griekenland, al gaat het ook daar de goede kant op. In hun discografie valt het meteen op dat hun platen in het buitenland uitgegeven worden: Frankrijk, Italië, Engeland. In Griekenland worden hun platen wel verdeeld (door de labels Poeta Negra en Hitch Hyke) maar niemand had belangstelling om ze uit te geven. "Dat komt omdat onze muziek teveel afwijkt van wat gebruikelijk is", zegt Spyros Giasafakis, maar dat verklaart misschien toch niet alles, er is wel meer "ongebruikelijke" muziek die toch een Griekse uitgever vindt. Waarschijnlijker is dat de Griekse platenfabrieken de potentiële afzet te klein (en dus de opbrengst te laag) vinden.

Hoe dan ook, Daemonia Nymphe is dan misschien niet "mainstream" maar ze krijgen wel erkenning uit verschillende hoeken. En die erkenning is waardevol, want ze komt van mensen die onderscheid kunnen maken tussen kaf en koren.

In de eerste plaats is er natuurlijk hun voornaamste platenmaatschappij, het Franse label met de Russische naam "Prikosnovénie" (wat letterlijk "aanraking" betekent). Dat label werd in 1990 opgericht door Frédéric Chaplain en Sabine Adélaïde en die situeren het in de hoek van de "New Wave". De mensen van Daemonia Nymphe kenden de platen van Prikosnovénie en ze waren niet alleen onder de indruk van de muziek zelf maar ook van de uitgave op zich: de vormgeving, de covers en dergelijke. Ze stuurden dus een demo naar Frankrijk met het verzoek om eventueel enkele tips te willen geven over hoe ze best verder konden gaan. In plaats daarvan kwam er prompt een e-mail terug met een contractvoorstel.

Met zo'n klein label, gedragen door bezielde muziekliefhebbers, is het niet verwonderlijk dat de muzikanten van het label als het ware een grote familie vormen. Ondanks hun verschillende achtergronden en verschillende stijlen klikt het toch heel vaak tussen hen. In de discografie van Daemonia Nymphe hieronder zijn dan ook een aantal voorbeelden te vinden van geslaagde samenwerkingen.

Interessanter - vanuit het standpunt van een site van en voor liefhebbers van Griekse muziek - is dat enkele belangrijke Griekse muzikanten de waarde van Daemonia Nymphe en hun werk inzien. Ook dat resulteerde in enkele samenwerkingen, bijvoorbeeld met Alkinoos Ioannidis en met Psarantonis . Beiden zingen voor de gelegenheid overigens in het Oudgrieks.

Ook uit academische hoek komt erkenning. Enkele professoren vinden het werk van de groep interessant en waardevol, en ze kunnen daar altijd terecht voor raad en daad. In Griekenland (zoals elders) opent dat meteen ook deuren naar de politieke wereld, en de groep mocht dan ook een aantal optredens verzorgen die door het Ministerie van Cultuur gesponsord waren.

De erkenning uit academische hoek zegt meteen ook iets over de ernst waarmee Daemonia Nymphe hun composities aanpakt. Ze beperken zich inderdaad niet tot het lezen van een paar populaire maar oppervlakkige boekjes met Griekse mythen en sagen. Ze verdiepen zich integendeel heel grondig in de materie, zozeer zelfs dat je zelfs van wetenschappelijk onderzoek zou kunnen spreken. Het is daarbij mooi meegenomen dat Evi Stergiou eigenlijk musicologe van opleiding is. Maar toch is hun eigenlijke doel alleen maar het componeren van muziek.

Het gevolg van die intense studie is wel dat je hun muziek op verschillende manieren kan ervaren. Je kan er gewoon naar luisteren, en ervan genieten, zonder de achtergrond te kennen. Maar je kan ook de achtergronden uitdiepen en dan merk je inderdaad dat ze hun huiswerk goed gemaakt hebben.

Voor een goed begrip van die achtergronden moeten wij, Westerlingen, dan wel onze monotheïstische bril even afzetten. In een monotheïstische religie (zoals het christendom, het jodendom of de islam) is er slechts plaats voor één God. Die staat als het ware aan de top van een "hemelse hiërarchie", die er bij elke godsdienst een beetje anders uitziet maar die altijd even strak ingedeeld is als de graden bij het leger: in de meeste christelijke godsdiensten staan bijvoorbeeld de serafijnen en cherubijnen helemaal bovenaan, en dan gaat het via aartsengelen en engelen omlaag naar heiligen en zaligen.

Een dergelijke hiërarchie kenden de Oude Grieken helemaal niet. Net als bij de Oude Egyptenaren waren alle bovennatuurlijke wezens in essentie gelijkwaardig. De ene had wat meer macht dan de andere, maar dat was relatief. Zelfs Zeus , de oppergod, kreeg regelmatig op z'n kop van zijn echtgenote na alweer een slippertje en dat was zo pijnlijk dat hij het probeerde te vermijden (niet door de slippertjes af te schaffen maar door ze verborgen proberen te houden). Als Oude Griek probeerde je dan ook alle opperwezens te vriend te houden en je deed wat meer moeite om dat bepaalde bovennatuurlijke wezen te behagen dat je het meest nodig had. Ze hadden immers allemaal hun specialiteit, en als landbouwer had je natuurlijk andere noden dan als wijnkoopman, soldaat of beeldhouwer.

Dat verklaart ook waarom veel oudheidkundigen zich vastrijden in pogingen om een catalogus op te stellen van de verschillende soorten en merken van de bovennatuurlijke wezens die de Oudheid bevolkten. Dat waren er immers nogal wat, maar hun benamingen lopen flink door elkaar, gewoon omdat het onderscheid tussen de verschillende verschijningsvormen niet van wezenlijk belang was. Een andere reden voor de ogenschijnlijke begripsverwarring is natuurlijk ook dat er in de loop der eeuwen een zekere verschuiving in de terminologie plaatsvond en dat er in verschillende delen van de toenmalige Griekse wereld ook verschillende benamingen waren voor hetzelfde. Pogingen om elke soort opperwezen van een apart, eenduidig etiket te voorzien zijn dan ook gedoemd om te mislukken. Om de chaos volledig te maken heeft ook de Christelijke Kerk, in haar poging om terrein te veroveren op de concurrentie, voor enige begripsverschuiving gezorgd.

Neem bijvoorbeeld de naam van de groep: Daemonia Nymphe. De meeste mensen zullen dan intuïtief denken in de richting van iets als "demonen en nimfen", goed en kwaad dus. Maar in werkelijkheid betekent het "goddelijke nimf". Een "daemon" bij de Oude Grieken was immers een algemene benaming voor een bovennatuurlijk wezen, een god zeg maar, en "daemonia" is hier dus gewoon de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord.

Het is pas de Kerk geweest die de Oudgriekse daemon - in de algemene betekenis van godheid - is gaan demoniseren in een poging om hem kwijt te raken. Dat is maar gedeeltelijk gelukt, de oude goden bleken vrij hardnekkig en enkelen zijn tot op vandaag nog steeds aanwezig in het wereldbeeld van de moderne Griek - of toch in die van zijn ouders of grootouders.

De eersten die door het offensief van de Kerk het goddelijke loodje moesten leggen waren de bewoners van de Olympus. Die stonden - ook letterlijk - het verste af van de mens en die waren relatief eenvoudig af te schaffen. Andere goden waren meer van praktisch nut. De mensen waren er dan ook meer aan gehecht, zo in de zin van: "die nieuwe God lijkt wel ok, maar laten we die oude god toch nog maar even achter de hand houden, je weet toch maar nooit dat hij nog eens van pas komt". In zo'n gevallen benoemde de Kerk vaak een plaatsvervanger. Die moest dan min of meer ongemerkt de verering naar zich toetrekken en ze zo onschadelijk maken. Zo zijn er bijvoorbeeld in Griekenland ontelbare kerkjes van de Profeet Elia, en die liggen allemaal op een bergtop. Nu had Elia inderdaad wel iets met bergen: op de berg Karmel bijvoorbeeld bracht hij het volk van Israël weer op het rechte pad door een soort duel te winnen met de priesters van de (af)god Baäl. Maar is het toeval dat zijn naam in het Grieks, Ηλίας, nogal lijkt op die van Helios (Ήλιος), de zonnegod? Sommige geleerden denken van niet. Om de zonnegod te eren is er geen betere plaats dan een bergtop, zo zie je hem het snelst als hij met zijn vurige wagen aan de horizon opduikt en de nacht in dag verandert.

Nu was de cultus van de zon niet zo heel populair in Griekenland, misschien daarom dat hij kon vervangen worden door een gewone profeet. Er was zwaarder geschut nodig om de godin Demeter buiten dienst te stellen. Zij was namelijk de godin van de seizoenen en de vruchtbaarheid en de oogst en nog veel meer dingen die in de overwegend agrarische Oudheid van levensbelang waren. Haar cultus was dan ook heel oud, en waarschijnlijk is ze dezelfde als de aardgodin uit de Minoïsche en de Myceense beschavingen. Men identificeert haar zelfs met de Egyptische godin Isis en daarmee zitten we dan minstens in 6000 v.Chr.

Demeter wordt meestal in één adem genoemd met haar dochter Persephone. Die was geroofd door Hades, god van de onderwereld en broer van Zeus . Dat maakte Demeter zo bedroefd dat ze haar taak van Moeder Aarde verwaarloosde: de natuur verwelkte, er ontstond hongersnood en de mensen waren met uitsterven bedreigd. Zeus had het allemaal op zijn monitor gevolgd en hij begreep onmiddellijk het dreigende gevaar: als er geen mensen meer waren, wie zou dan nog offers brengen? Dat kon dus niet, en Hades moest de dochter weer teruggeven aan haar moeder. Maar hij kon toch afdwingen dat ze enkele maanden per jaar naar de onderwereld moest terugkeren. Dan rouwt Demeter weer en de aarde verschraalt. Maar alles leeft weer op als dochterlief na haar gedwongen vakantie weer naar huis komt.

Centraal in de cultus van Demeter en Persephone stonden de bekende Mysteriën van Eleusis. Eigenlijk zijn het geen "bekende" maar "onbekende" Mysteriën want er kwam een inwijding aan te pas en men weet nog steeds niet wat die inhield. De cultus heeft meer dan tweeduizend jaar stand gehouden (van 1600 v.Chr. tot 400 n.Chr) maar de ingewijden hebben zich altijd aan de zwijgplicht gehouden. De inwijding verliep in twee fasen. Een eerste stap was de inwijding tijdens de "Kleine Mysteriën" die elk jaar in de lente werden gehouden. Vervolgens kon men zich laten inwijden tijdens de "Grote Mysteriën", die om de vijf jaar in de herfst plaatsvonden. Aan de kandidaten werd dan blijkbaar iets getoond dat hun leven veranderde en - vooral - dat hun recht gaf op een leven na de dood. De geleerden maken al decennialang ruzie over wat dat dan wel zou kunnen geweest zijn. De meesten denken aan hallucinogene stoffen die voor visioenen zorgden. (De voor de hand liggende verklaring, dat er helemaal niks niemendal te zien was, lijkt nooit onderzocht te zijn. Toch zou het kunnen verklaren waarom niemand iets durfde te zeggen, uit angst om zich de spot van anderen op de hals te halen: "hij heeft er niets van begrepen". Een beetje zoals de keizer van het sprookje van Hans Christian Andersen trots in zijn blootje paradeerde met zijn "nieuwe kleren" aan. Niemand zag die, maar iedereen zweeg want de kleren waren zogenaamd gemaakt van een speciale stof die alleen slimme mensen konden zien.)

Hoe dan ook, Demeter met haar Mysteriën was voor de Kerk een formidabele tegenstandster. Als tegenhanger schakelde men Sint Demetrius in, een man dus, en zijn takenpakket werd enigszins aangepast: hij moest steden en dorpen verdedigen tegen vreemde invallers. Dat was een kolfje naar zijn hand, want hij was een officier bij het Romeinse leger die zich tot het christendom had bekeerd en daarvoor de marteldood was gestorven. Vooral zijn geboortestad Thessaloniki (waarvan hij de patroonheilige is) heeft hij ontelbare keren gered van een zekere ondergang. Dat was natuurlijk een belangrijke taak, maar toch niet zo belangrijk als het organiseren van de seizoenen en de vruchtbaarheid. Het zou ook niet slim geweest zijn om hem gewoon alle taken van Demeter te laten overnemen, want dan zou de verering gewoon overgegaan zijn van een heidense godheid op een christelijke heilige en het was juist die verering die moest uitgeschakeld worden. Voor een frontale aanval was ze te sterk en daarom probeerde men ze uit te hollen. De verdunning van het takenpakket was mogelijk een onderdeel van deze strategie. Het was blijkbaar niet voldoende, want in 392 werden de Mysteriën van Eleusis dan toch bij keizerlijk decreet verboden. Enkele jaren later werd het heiligdom grondig verwoest door de Gothische koning Alaric en de ruïnes verdwenen in de daarop volgende eeuwen onder een dikke laag aarde. In de plaats kwam er een klein boerendorpje en de bewoners bouwden hun huizen pal boven het oude heiligdom. En de boeren, zij ploegden voort, jaar in en jaar uit.

Merkwaardig is dat er in dat dorp, dat tegenwoordig Elefsina heet, een plaatselijke heilige vereerd werd, een heilige die niet officieel door de Kerk erkend was. Haar naam was ... Sint Dímitra. Haar beeltenis werd elk jaar met bloemen en kransen omhangen om een goede oogst af te smeken. Maar in 1801 werd die beeltenis door twee Engelsen in een kist gestopt en overgebracht naar het Fitzwilliam Museum van de Universiteit van Cambridge. Het was immers geen houten icoon maar een stenen beeld uit de Oudheid. De bekende (of beruchte) Lord Elgin begon rond diezelfde tijd met het verschepen van de fries van het Parthenon, maar dat was een koud kunstje vergeleken bij de roof ... oeps, in bewaringneming, van Sint Dimitra. Heel het dorp kwam immers in opstand en probeerde hun heilige te beschermen. De Turken - die toen de baas waren en ook toestemming hadden gegeven voor de plundering - moesten zelfs het leger sturen om de klus te klaren.

En nog eens honderd jaar later, ergens tussen 1898 en 1900, tekende de Engelse geleerde John Cuthbert Lawson verhalen op uit de mond van Griekse dorpelingen en hij vulde daar een dik boek mee. Er waren verhalen bij over een geheimzinnige oude dame, die sinds mensenheugenis ergens hoog in de bergen huisde. Ze was vriendelijk en voorkomend en ze had de macht om gunsten te schenken. Ze zorgde vooral voor de vruchtbaarheid van de kudde en de opbrengst van de oogst. Lawson argumenteert overtuigend dat we hier te maken hebben met een verre echo van de Demeter-figuur.

Een andere godheid die nog steeds actief vereerd wordt, zij het om andere redenen, is Dionysos. Hij is vooral bekend als god van de wijn (door de Romeinen overgenomen als Bacchus), maar hij was daarnaast ook bevoegd voor de vruchtbaarheid van de aarde. Daarmee zit hij in hetzelfde departement als Demeter, waarmee hij ook vaak geassocieerd wordt. In Eleusis werd tijdens de Kleine Mysteriën bijvoorbeeld het huwelijk gevierd van Persephone met Iachos (Ιάκχος) en dat was een andere naam voor Dionysos.

Onder zijn volgelingen telde Dionysos een hele collectie mythische figuren die half mens, half dier waren. De meest bekende is wel Pan, met bokkepoten en dito horens, maar ook centauren (met het onderstel van een paard), saters en silenen namen deel aan het eerbetoon.

Dionysos had uiteraard zijn eigen "Mysteriën" en ook daar is weinig over geweten. Ze zouden vooral voorbehouden geweest zijn voor vrouwen en in combinatie met drank kan je natuurlijk je fantasie de vrije loop laten. Dat is dan ook volop gebeurd en er doen de meest fantastische verhalen de ronde over bacchanalen, orgieën en dergelijke.

Met moderne maatstaven gemeten hoort dat natuurlijk allemaal thuis in de rubriek "afkeurenswaardig", maar wat we bij dat alles niet mogen vergeten is dat ook de aanhangers van Dionysos een religieus doel voor ogen hadden. Ze probeerden dichter tot de god te komen en daarvoor moest je loskomen van het lichamelijke. De volgelingen van de wijngod probeerden het zintuigelijke aspect van hun bestaan uit te schakelen door de zintuigen een stevige oplawaai te geven, een overdosis als het ware.

Een andere beweging, het Orfisme, probeerde hetzelfde te bereiken met de omgekeerde strategie. Zij probeerden de zintuigen als het ware te laten afsterven. Dat deden ze door onthouding en door een zuiver leven te leiden. Volgens hen kon de mens door zijn levenswandel bepalen hoe zijn bestaan na de dood er zou uitzien. Ook het Orfisme kende een inwijding en ook dat verliep volgens een geheim gebleven ritueel.

Er zijn nog meer van die mysterieuze mysteries, de cultus van Hecate bijvoorbeeld. Hecate was ingevoerd uit Klein-Azië, naar men zegt omdat de godsdienstbeleving in de Griekse Oudheid al te zeer een mannenzaak was geworden. Zelfs de riten van Dionysos werden door mannen geleid, de vrouwen speelden een ondergeschikte rol. De cultus van Hecate daarentegen zou exclusief een vrouwenzaak geweest zijn. Haar werkterrein was hekserij en tovenarij en uiteraard hangt er rond haar cultus een waas van geheimzinnigheid.

Met dit uitstapje in een minder bekend deel van de Griekse mythologie hebben we meteen ook de grondstoffen geïntroduceerd waaruit de muziek van Daemonia Nymphe gebrouwen wordt. Ze laten zich inderdaad vooral inspireren door de "mysterieuze" aspecten. Dat is in zekere zin ook logisch want daar is nog ruimte voor de verbeelding.

Er ontbreekt nog één element: de nimfen. Die waren altijd jong, mooi en wispelturig en ze waren overal te vinden: ze woonden in bronnen, op kruispunten, in bomen, op bergtoppen, in rivieren, ... kortom, op elke markante plaats. Van alle bovennatuurlijke wezens uit de Oudheid stonden zij misschien wel het dichtst bij de mensen en het is dan ook niet verwonderlijk dat ze het uithielden tot in de moderne tijd. In het Nieuwgrieks is "νύμφη" zo goed als synoniem voor "νύφη" (bruid) en een vrouw die - met mannenmaatstaven gemeten - voortreffelijke eigenschappen heeft wordt nog altijd met een nimf vergeleken: ze kookt, zingt of danst als een nimf, ze is zo mooi als een nimf, ze heeft ogen, armen of een boezem als een nimf. Maar deze nimfen munten ook uit in schoonmaken en spinnen - vroeger allebei dagelijkse taken voor Griekse huisvrouwen. Nimfen zijn overigens altijd al in trek geweest als bruid maar vroeger waren ze niet zo gemakkelijk te strikken, toch niet voor een mens. Je moest al ongezien in de buurt van hun nachtelijke danspartijen zien te komen en dan, vlak voor het ochtendgloren verscheen en voor de nimfen weer verdwenen, de zakdoek van het exemplaar van je keuze zien te bemachtigen. Daarmee had je haar in je macht en zo kon je haar dwingen je vrouw te worden. Je moest dan wel die zakdoek permanent achter slot en grendel bewaren want als ze hem te pakken kreeg was ze weer foetsie. Saters en andere mythische figuren hadden het iets makkelijker bij de nimfen, ook al was Pan blijkbaar iets te veel van het goede voor de nimf Syrinx. Ze vluchtte voor zijn attenties en in haar pan-ische angst sukkelde ze in het water, waar ze in riet veranderde. De diepbedroefde Pan - en generaties eenvoudige herders na hem - maakte van dat riet de panfluit, die officieel dan ook "syrinx" heet.

Omdat het woord "nimf" in het Nieuwgrieks een soort overtreffende trap is geworden van "bruid" duidt men de vroegere, mythologische nimfen, tegenwoordig aan met het woordje νεράϊδα (nereïde). Dat was vroeger het woord voor een zeenimf. Er waren ook modellen voor de bossen, de bergen en de rivieren, maar de Nieuwe Grieken maken dat onderscheid niet meer. Ze houden er daarentegen wel terdege rekening mee dat ze alomtegenwoordig zijn, en ze nemen de gepaste maatregelen om ze uit de weg te gaan (zoals geen middagdutje doen onder een alleenstaande boom). Nimfen zijn dan wel mooi maar sommigen hebben een rotkarakter. Anderen zijn gewoon humeurig en o wee als je ze op het verkeerde moment voor de voeten loopt. Er was zelfs een bepaald merk, de meneaden, die zich voedden met vlees, liefst zo vers mogelijk. Orpheus werd zo bijvoorbeeld door hen aan stukken gescheurd. Deze bloeddorstige nimfen worden ook wel bacchanten genoemd omdat ze volgelingen waren van Dionysos. De meeste andere nimfen waren minder gewelddadig, en soms zelfs gewoon charmant.

Hun aanvoerster was Artemis, de godin van de jacht. Ze was de mooiste van allen maar wie haar zag baden werd met blindheid geslagen (en verloor bovendien zijn verstand, dus nagenieten was er ook al niet bij). Als godin was Artemis onsterfelijk, terwijl de nimfen dat niet waren. Hun levensverwachting werd weliswaar gemeten in honderden of duizenden jaren, maar ooit kwam er wel een einde aan. De boomnimfen stierven samen met de boom waarin ze woonden, en dat is meteen ook de reden waarom er in Griekenland zoveel eerbiedwaardige oude platanen op dorpspleinen staan: wee diegene die daar de bijl inzet!

Als je met al die achtergrond dan naar "Krataia Asteropi" luistert, de meest recente cd van Daemonia Nymphe, dan zal je merken dat heel het bovenstaande verhaal aan bod komt. De cd is opgevat als een soort geleid bezoek aan een wereld waar je normaal niet komt zonder uitnodiging. Het begint met de "esodos", de intocht. Daarin gaat het over Demeter en Persephone en over het ritueel van de inwijding. Daarna kom je in het hoofdgedeelte, waar je kennis maakt met goden en godinnen: met Krataia Asteropi ("Krachtige Bliksem", wat een bijnaam zou zijn voor de "goddelijke nimf" oftewel Artemis), met Hecate, maar ook met Dios Astrapaiou, de Bliksemgod oftewel Zeus himself. Tenslotte mag je nog drinken van de bron van de Mnemosyne (de "geheugenrivier"), je bent getuige van een huwelijk in de Oudheid (Dionysos/Iachos en Persephone?) en tenslotte mag je je laten gaan in een extatische dans. Tussen haakjes, voor het liedje "Dios Astrapaiou" gebruikte Daemonia Nymphe de tekst van een Orfische hymne uit de Oudheid, en - nog steeds tussen haakjes - aan ditzelfde liedje werkte niemand minder dan Psarantonis mee. Hij heeft daar ook wel het uiterlijk voor.

Van uiterlijk gesproken: het valt op dat de Griekse goden in het algemeen nogal veel menselijke trekjes vertonen. Ze zijn jaloers, hartstochtelijk verliefd, ijdel enzovoorts, en dat zijn zwakheden die je bij opperwezens niet meteen zou verwachten. In feite bestonden er voor de Oude Griek als het ware twee parallelle universums, dat van de goden en dat van de mensen. Beide waren perfect symmetrisch en het enige wezenlijke onderscheid tussen de bewoners van beide was dat de enen onsterfelijk waren en de anderen niet.

Het gevolg is dat de verhalen uit de Griekse mythologie, soms duizenden jaren oud, toch nog steeds actueel zijn. Dat is overigens ook de reden dat de oude opperwezens nog steeds prominent aanwezig zijn in de volkscultuur en in de volksverhalen van enkele decennia geleden. Die verhalen gaan in wezen immers over fundamentele menselijke eigenschappen en de mens is blijkbaar in duizenden jaren niet fundamenteel veranderd. Stof tot nadenken, eigenlijk, en het is meteen ook een van de dingen die de leden van Daemonia Nymphe zo fascineert. Het is ook daarom dat ze de kennis van het verleden zo belangrijk vinden. Het helpt niet alleen om te vermijden dat we, als mensheid, steeds weer dezelfde fouten maken, maar het helpt ons ook om te begrijpen wie we zijn.

Ook dat laatste wisten de Oude Grieken al. Boven de ingang van de tempel van Apollo in Delphi stond de bekende spreuk "ken uzelf". Vrij vertaald: "mens, besef dat ge maar een sterfelijke mens zijt en probeer u niet op gelijke voet te zetten met de goden". Daemonia Nymphe heeft dat goed begrepen. Ze maken dan wel goddelijke muziek maar ze lijken (nog?) steeds stevig met hun twee voeten op de grond te staan. Er zijn andere - en soms mindere - goden uit de hedendaagse Griekse muziekwereld die baat zouden hebben bij een slok uit de geheugenrivier.

Discografie

* 1998 : "Ο Βακχικός Χορός Των Νυμφών - The Bacchic Dance of The Nymphs". Hun eerste (mini) album (op vinyl, 12 minuten speelduur per kant, met telkens twee nummers), uitgegeven door het Duitse label Solistitium Records en later (2004) heruitgegeven op cd. De groep bestond toen nog uit de broers Spyros en Pantelis Giasafakis, die samen het idee hadden opgevat om iets te doen met de oude Griekse mythologie. Hun allereerste nummer, Επικαλούμενοι Τους Δώδεκα Θεούς- Calling The Twelve Gods, staat op de achterkant.

* 2000 : "Τυρβασία - Tyrvasia". Hun eerste mini-cd. Evi Stergiou was de groep komen versterken en is tot op heden een vast lid gebleven. Broer Pantelis daarentegen verliet de groep na "Tyrvasia" en ging zijn eigen weg. Daarmee krijgt Daemonia Nymphe zijn huidige samenstelling: een vast duo, aangevuld met sessiemuzikanten Maria Stergiou, Dafni Kotsiani, Vangelis Paschalidis en Christos Koukaras.

* Sept 2002 : "Daemonia Nymphe". Hun eerste cd bij het kleine Franse label Prikosnovénie. Alkinoos Ioannidis werkte er aan mee. Hierop zijn voor het eerst de instrumenten van Nikolaos Brass te horen.

* 2002 : "Love Sessions". Met de Australische Louisa John-Krol, de Italiaan Francesco Banchini (bekend van de groep "Gor") en het Franse Lys (de groep van Frédéric Chaplain, de eigenaar en manager van Prikosnovénie).

* Nov 2002 : "Arcane Elitism" een samenwerking aan de debuut-cd van het "symfonisch neoklassiek project" xArcanex uit Athene. Niet zo verwonderlijk, want de oprichter van dit project is Pantelis Giasafakis, de broer van Spyros.

* 2003 : "Promise of Sacrifice". Een samenwerking met de Engelse meisjesgroep Seventh Harmonic. Ze hadden samen al eerder een album uitgebracht in een beperkte oplage, met "Adumbrations II" als titel. De dames van Seventh Harmonic halen hun inspiratie uit Keltische en Oosterse bronnen, en dat vonden de mensen van Daemonia Nymphe een interessante aanvulling. De Griekse muziek staat daar immers middenin, tussen Oost en West, en toch is het meer dan gewoon een mengeling van beide.

* 2003 : "Alabaster". Een cd van Louisa John-Krol waar Daemonia Nymphe meewerkt aan het eerste nummer, "The Throng On The Pier".

* 2004 : "The Bacchic Dance Of The Nymphs - Tyrvasia". Een heruitgave van eerdere nummers, uitgegeven bij Prikosnovénie.

* Juli 2004 : "Improvisation In Ancient Greek Instruments". Eigenlijk is dit een solo-cd van Spyros Giasafakis, maar hij maakte ze samen met de andere helft van het componisten-duo Evi Stergiou. Ook Louisa John-Krol werkte er aan mee. Uitgegeven door het Franse tijdschrift/platenlabel Cynfeirdd.

* 2005 : "Ghost Fish". Een samenwerking met Louisa John-Krol, Nikodemos Triarides and Daemonia Nymphe, uitgebracht bij Prikosnovénie.

* 2005 : "Daemonia Nymphe Remixed". Negen nummers van de groep, telkens in een uitvoering van een andere artiest uit het genre, namelijk: Beefcake, Von Magnet, Supermarket, Mimetic Mute, Dani Joss, Peekay Tayloh, Nikodemos en Basilis. Uitgebracht door het Italiaanse label Palace of Worms.

* 2007 : "Κραταία Αστερόπη - Krataia Asterope". De titel is Oudgrieks en betekent "krachtige bliksem" ("ισχυρή αστραπή" in het Nieuwgrieks). Opnieuw uitgebracht door Prikosnovénie. De nummers werden geschreven in de periode 2005 tot 2007. Hieraan werkte Psarantonis mee, hij zingt het nummer dat gaat over de "god van de bliksem", oftewel de oppergod Zeus . Dat nummer heeft dan ook een Kretenzisch kleurtje.

* 2007 : "Collector Box Daemonia Nymphe". Een houten kistje met daarin het album "Krataia Asterope" in digipack formaat, een bonus cd met drie onuitgegeven nummers en een "Daemonia Nymphe" postkaart. Het is een echte "collector's item" want Prikosnovénie maakte hiervan slechts honderd genummerde exemplaren.

 

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Ross Daly

Volgende pagina
Panos Dimitrakopoulos

Valid XHTML 1.0 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.