Doitsidis
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Links Biografie Geschiedenis Instrumenten

Biografieën van de website over Griekse Muziek

Kariofyllis Doïtsidis

Traditionele Thracische muziek.

Kariofyllis Doïtsidis (Καριοφύλλης Δοϊτσίδης) wordt samen met Chronis Aïdonidis (Χρόνης Αηδονίδης) reeds tientallen jaren beschouwd als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de traditionele Thracische muziek. Beide Thraciërs werden geboren in hetzelfde dorp: Karotí, nabij Didimóticho, helemaal in de uiterste noordoostpunt van Griekenland, bijna als een enclave ingeklemd tussen Bulgarije en Turkije. Men spreekt over deze streek vaak als een "kastro", een Oost-Thracisch bolwerk, met een heel eigen cultuur, ingesloten door vreemde culturen. Het verschil tussen beide zangers is dat Kariofyllis naast het zingen ook nog outi (oud) speelt en bovendien de Thracische traditie in haar authenticiteit wenst te behouden en koppelt aan de Thracische streekdansen. Aïdonidis , legt Kariofyllis Doîtsidis uit, zet iemand aan tot luisteren, terwijl ik, met mijn ritmische liederen en snellere tempo's, je tot dansen beweeg.

Foto van Kariofylis Doitsidis met zijn twee dochters, Theopoula en Lambriana, in traditionele klederdracht
© K. Doïtsidis 2001
Kariofylis Doïtsidis met zijn twee dochters, Theopoula en Lambriana

In de vroegere jaren was de Thracische lyra (peervormige lier met drie snaren en een strijkstok) hét hoofdinstrument in de Thracische muziek. Later kwamen daar de gaïda (doedelzak) en de kavála (soort herdersfluit) bij. De jongeren lieten echter de lyra voor wat ze was en begonnen viool te spelen. Als kind al leerde Kariofyllis tevens de klarinet kennen, die zo'n 100 jaar geleden haar intrede maakte in de Thracische muziek, de outi en een soort psalter ( kanonaki ). Als kleuter herinnert hij zich nog de muzikanten die met outi, viool en klarinet vanuit de omringende dorpen de dorpsfeesten kwamen opluisteren. Van meet af aan sprak de outi hem het meest aan, niet alleen voor de klank maar ook omdat hij tijdens het spelen op zo'n instrument ook nog vlot kon zingen. Met een klarinet is dat heel wat moeilijker. Tegenwoordig is hij zó met zijn instrument vergroeid dat hij nog nauwelijks zonder kan zingen. Eerst was zijn vader er tegen. Een afstammeling van een familie landbouwers hoorde thuis op het veld en bovendien was er geen outi-speler in het dorp aanwezig die de knepen van het vak zou kunnen overdragen. In het naburig Orestiada leefde echter een Armeniër, kerkzanger in een Armeense kerk, Sárkis genaamd. Dit was Kariofyllis' leermeester voor welgeteld één week. In die tijd leerde hij hem hoe een outi te stemmen en hij bracht hem wat "tokkeltechnieken" bij. Voor het overige is Doïtsidis een autodidact. Hij luisterde en luisterde: naar liederen van ouderen, van zijn moeder, van zijn grootmoeder, naar andere outi-spelers op dorpsfeesten en naar liederen uit Klein-Azië en het nabijgelegen Constantinopel op plaat en radio. Vanwege de ligging waren in Oost-Thracië de radiouitzendingen van Constantinopel (Istanbul) beter te ontvangen dan die van Athene. Vooral de Turkse "sarkiá" spraken hem aan. Deze liederen, waarvan niet zelden de beste muzikanten buitenlanders waren (Grieken, Armeniërs,...), bevatten elementen uit de Byzantijnse muziek vermengd met oosterse invloeden. Ook de Thracische muziek onderging trouwens invloeden van de Byzantijnse kerkmuziek en van de levende cultuur in Constantinopel, dat laatste in 2 fasen: van 330 tot 1453 en van 1453 tot 1922.

In de eerste jaren na de oorlog, op ongeveer vijftienjarige leeftijd, is Doïtsidis begonnen met spelen en zingen in de plaatselijke café's, op dorpsfeesten, bruiloften en verlovingsfeesten. In het begin waren het vooral liederen van Karotí zelf, maar gaandeweg speelde hij ook elders in de streek en leerde zodoende om alle Thracische dansen te spelen. Dat zijn er heel wat - haast in ieder dorp wordt er op een eigen manier gedanst. Tegenwoordig kent Kariofyllis 3.500 liederen en heeft een eigen muziek- en dansgroep van 30 personen!

Al spelend belandde hij niet alleen in de dorpen, maar ook in de Thracische steden als Xánthi en Komotiní. Daar, in Komotiní, werd hij opgemerkt door de makers van een radioprogramma over Thracische muziek. Hij werd opgenomen in een wekelijkse uitzending en dat betekende meteen zijn nationale doorbraak. In 1961 nam hij zijn eerste 45-toerenplaten op. Een jaar voordien had hij een muziek- en dansgroep opgericht, waarmee hij her en der optrad. In 1968 kwam hij met zijn gezelschap in aanmerking voor een optreden in het Stadion van Athene, ter gelegenheid van 1 jaar Griekse junta . De verantwoordelijke voor het traditionele dansgedeelte van die "viering" was Dora Strátou. Dora Strátou heeft 20 jaren van haar leven gespendeerd aan het leggen van verbanden tussen het verleden en de Griekse volksdansen zoals zij nu nog gedanst worden. Met veldonderzoek in alle uithoeken van Griekenland heeft zij tal van traditionele muziekstukken en liedjes vastgelegd. De meest authentieke volksliederen werden door haar per streek verzameld en op cd gezet, vertolkt door de meest representatieve streekgebonden musici en op authentieke instrumenten. Zij richtte haar wereldberoemde, naar haar genoemde, Folklore Ballet op om die traditie niet verloren te laten gaan en iedere zomer kunt u voorstellingen bijwonen in het Dora Strátou theater op de Philopappos-heuvel in Athene. De dansers dragen traditionele kostuums van alle streken van Griekenland en zingen en dansen naar de 2.500 jaar oude Griekse traditie. Zij treden ook op in 't buitenland en worden beschouwd als dé referentie op hun gebied. Op aanvraag van Dora Strátou verbleef Doïtsidis een hele maand in Athene, samen met zijn jongste dochter Lambriana, en toonde haar en haar theatergezelschap de Thracische dansen en muziek. Nadien trad hij er zo vaak op met zijn eigen dansgroep dat hij zijn familie dan maar overbracht naar Athene. Er volgden opnieuw radio- en tv-uitzendingen, plaatopnames en nog meer optredens. Toen hij uiteindelijk bij Dora Strátou wegging, heeft zij veel moeite gehad om een vervanger voor hem te vinden.

De outi is als instrument meegekomen met de vluchtelingen uit Klein-Azië, bij de bevolkingsuitwisseling na de Megali Katastrofi in 1922. In Klein-Azië en in Constantinopel kende men geen gewone langhalsluit. De outi is een soort luit met korte hals en wordt met een plectrum gespeeld. Het komt slechts in bepaalde delen van Griekenland voor. Het verheugt Kariofyllis Doïtsidis dat vele jonge muzikanten tegenwoordig outi (willen) spelen. Maar hij hoopt dat zij het instrument op "Griekse" wijze weten te hanteren en niet op de voor de hand liggende Arabische wijze. Nikos Saragoudas, overigens eveneens een uitstekend outi-speler, speelt outi op oosterse wijze. Zijn repertoire is vooral Klein-Aziatisch van oorsprong. (Voor meer gegevens over Saragoudas: zie onze maart 2000-pagina ). Outi-spelers met een Thracisch repertoire lopen niet echt bij bosjes rond. De kleur en het accent liggen anders. Goede ervaren en traditionele muzikanten komen volgens Kariofyllis te weinig aan bod in Griekenland. In het buitenland kreeg hij wel welverdiende erkenning. Het hoogtepunt van zijn carrière was toen hij uit de handen van François Mitterand de prijs van de Académie française in ontvangst mocht nemen, gekregen voor zijn cd "To Kastro tis Thrakias".

Zelf geeft hij niet systematisch les in outi, hoewel het hem wel van officiële zijde gevraagd werd. Maar als er 's zomers jongeren naar zijn dorp afzakken en vragen om hen één en ander te tonen, dan kan hij het toch niet laten. Zelfs één van zijn eigen kleindochters leert aan het conservatorium in Thessaloniki outi spelen. De muzikaliteit blijft trouwens in de familie. Zijn twee dochters, Theopoula en Lambriana, maken reeds 30 jaren deel uit van zijn vaste groep als zangeressen. En tegenwoordig treedt ook de jongere generatie tot die groep toe, o.a. zijn kleinzoon Nikos, zoon van Lambriana, die klarinet speelt. Twee van zijn neven, Panayotis en Vangelis, gingen bij hun oom in de leer en werden beiden verdienstelijke dansleraars, onder meer voor de Culturele Vereniging van Thracië in Brussel. Niet verwonderlijk dat deze Thracische dansgroep uit Brussel op vele dansfestivals op algemeen enthousiasme onthaald wordt. De groep speelt wegens zijn professionalisme een voortrekkersrol op Europees niveau en laat daarbij tientallen andere Thracische Culturele Verenigingen in de diaspora achter zich. Panayotis en Vangelis hebben immers de specifieke Thracische streekdansen nog geleerd zoals het hoort, binnen de familiekring en overgedragen van generatie op generatie, en dat merk je.

Alles samen heeft Doïtsidis een 15-tal platen uitgebracht. Hij treedt bovendien vaak op in binnen- en buitenland. 's Winters verblijft hij met zijn vrouw in Nea Ionia (bij Volos) bij zijn dochter Theopoula en haar gezin. Maar hij houdt vast aan de traditie van zijn wel heel bijzondere geboortestreek.

In een artikel aan Doïtsidis gewijd lazen we dat volgens hem niemand zijn afkomst kan en mag verloochenen. Elke stem is voorbestemd om een bepaald soort repertoire te vertolken en bovendien vergt virtuositeit jarenlange oefening. In die ingesteldheid heeft hijzelf nooit een "tsamikos" vertolkt, zo zei hij toen, uit respect, want iedereen moet zijn grenzen kennen. (De tsamikos is een stoere, statige dans die kenmerkend is voor de bergachtige streken van Epirus en Roumeli, met een heel ander karakter dan de Thracische dansmuziek.). Groot was dan ook onze verbazing toen we hem in Antwerpen in februari 2004 , toen Doïtsidis met zijn kompania de Lage Landen aandeed, toch een tsamikos hoorden inzetten. Dit kan maar drie dingen betekenen: ofwel vond hij dat hij er intussen wel klaar voor was, ofwel wou hij gewoon zijn publiek plezieren dat op dat moment aan het dansen was, ofwel is de man gewoon wat ouder en toleranter geworden waardoor hij er minder strenge principes op nahoudt.

 

 

Laatst bijgewerkt op : 2003-06-16

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Panos Dimitrakopoulos

Volgende pagina
Maria Farantouri

Valid XHTML 1.0 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.