Stassinopoulou
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Links Biografie Geschiedenis Instrumenten

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Maria Skoula

Volgende pagina
Panayotis Stefos


Biografieën van de website over Griekse Muziek

Kristi Stassinopoulou en Stathis Kalyviotis

Foto van Kristi Stassinopoulou met een driehoekige gitaar
© Luc Pardon 2010
Kristi Stassinopoulou

Er was eens ... Zo beginnen alle sprookjes, in alle culturen overal ter wereld. En een steeds terugkerend thema in die sprookjes is het verhaal van een prins die verliefd wordt op een herderinnetje, of de herder die zijn hart verliest aan een prinses. Meestal hebben die verhalen een happy end maar dat is dan altijd omdat de hoofdrolspelers zich niet storen aan scheidingslijnen en indelingen in hokjes en vakjes. Iets dergelijks is er aan de hand met Kristi Stassinopoulou en Stathis Kalyviotis . Dat verhaal zou als volgt kunnen beginnen: Er waren eens een Eurovisie-zangeres en een punker ... Nu ja, het is wat kort door de bocht, maar toch ...

Kristi Stassinopoulou ( Κρίστη Στασινοπούλου ) werd geboren in Athene op 20 januari 1956. Ze groeide ook op in de Griekse hoofdstad, in een eerder conservatieve familie. Elk jaar bracht ze tijdens de zomer verschillende maanden door in Kalamata, waar haar vader vandaan kwam en waar hij een hotel had. In het stadje zelf was - althans volgens Kristi - alleen maar Byzantijnse muziek te horen. Maar Kalamata ligt helemaal onderaan de Peloponnesos en meer naar het zuiden is alleen maar water. Je kon er dus prima allerlei radiostations uit het Midden-Oosten, Afrika en de rest van de Balkan ontvangen. Haar jongere broertje had een passie voor elektronica, hij herstelde radio's voor de halve stad en hun kamer stond er dan ook permanent vol mee. Kristi luisterde urenlang geboeid naar al die rare muziek die van overal kwam aanwaaien: Oum Kalsoum uit Egypte, Ottomaanse klassieke muziek uit Turkije, vrouwenkoren uit Bulgarije ...

In de tweede helft van de jaren 1960 begonnen de hippies in Griekenland neer te strijken, tot groot chagrijn van de Kolonels die korte rokjes voor de meisjes en lang haar voor de jongens probeerden te verbieden. Ook in Kalamata dook dit "langharig werkschuw tuig" op, en net als overal in het conservatieve Griekenland veroorzaakten ze ook daar nogal wat schokgolven. Maar Kristi keek gefascineerd naar deze vreemde, kleurrijke vogels met hun gitaren , en ze luisterde ook nu weer geboeid naar hun muziek. Terug in Athene ging ze op zoek naar de enkele alternatieve winkeltjes waar je platen van Velvet Underground of Jefferson Airplane kon kopen.

Haar ouderlijk huis in Athene was zo'n oud, majestueus gebouw met marmeren trappen. Dat weergalmde prachtig en daar oefende Kristi haar imitaties van Christa Paffgen (beter bekend als "Nico"), Grace Slick en (later) Patti Smith. Maar ze probeerde ook de Byzantijnse kerkzangen na te bootsen, want de kerk weergalmde op dezelfde manier als hun traphal.

Tussendoor luisterde ze ook veel naar dimotika , de Griekse traditionele dorpsmuziek. Dat leverde haar nogal wat kritiek op van haar vrienden. Als tiener is het sowieso "not done" om de muziek van je ouders - of nog erger, je grootouders - te appreciëren. Dat is van alle tijden en van alle generaties. Maar in Griekenland in die periode kwam daar nog een politieke dimensie bovenop. Het rechtse Kolonelsregime was namelijk een groot voorstander van deze muziek, ze zagen het als een middel om de goede oude patriottische waarden weer ingang doen te vinden. Op allerlei plechtigheden dansten de leiders met veel vertoon de tsamikos en andere traditionele dansen. Bij de jongeren was die muziek dan ook synoniem voor "extreem rechts" en "nationalistisch", en dus verfoeilijk. Maar daar trok Kristi zich niks van aan, ze vond de muziek gewoon mooi en de rest deed niet ter zake, vond ze.

Ze woonde toen in Exarchia en daar was ook de school van Simonas Karas , de grote etnomusicoloog. Zowat iedereen die tegenwoordig iets te betekenen heeft op dit gebied is door zijn handen gegaan. In de zomer stond het raam van het klaslokaal open. Buiten onder dat raam zat Kristi urenlang te luisteren naar de leerlingen die de melodietjes instudeerden die Karas op het bord schreef. Die melodietjes kwamen uit alle hoeken van Griekenland en zo leerde ook Kristi ze grondig kennen.

Enkele andere bekende Griekse muzikanten die op haar een grote invloed hadden waren Dionysos Savvopoulos en Mariza Koch , die in het begin van de jaren 1970 rock en traditionele muziek probeerden samen te brengen, elk op zijn of haar manier.

En haar middelbare-schooltijd deed haar onvermijdelijk belanden in allerlei groepjes en die speelden natuurlijk vooral rock.

In 1979 viel haar oog op een advertentie in een krant. Men vroeg kandidaten voor een rol in (een Griekse versie van) de rock-opera "Jesus Christ Superstar" . Zowel professionelen als amateurs waren welkom. Kristi besloot haar kans te wagen en studeerde de rol in van Maria Magdalena. Het was Mimis Plessas die de audiënties deed en Kristi werd meteen aangenomen als één van de twee Maria's. Twee Maria's, inderdaad, want het stuk zou zeven dagen op zeven gespeeld worden en daarom waren er twee ploegen nodig. Het was meteen Kristi 's eerste betaalde baantje. De productie zelf was voor die tijd een riskante onderneming: enkele jaren eerder had de Orthodoxe Kerk nog geëist dat de filmversie zou verboden worden. Commercieel werd het dus een flop en de producer schoot er zijn hele hebben en houden bij in. Voor zichzelf vond Kristi dat niet zo erg, ze voelde zich toch niet echt op haar gemak in de theaterwereld. En ze had toch wel wat indruk gemaakt met haar zangtalent, dus dat was toch al dat.

In 1981 deed ze mee aan een liedjeswedstrijd op Kerkyra. De wedstrijd was een initiatief van Manos Hadjidakis , die daarmee nieuw talent een kans wilde geven. Kandidaten mochten maximaal twee liedjes opsturen naar het "Trito Programma" (Radio 3, zeg maar), waar Hadjidakis toen directeur van was. Ook in de jury zouden alle grote namen van de toenmalige kunst- en cultuurwereld zetelen. Er waren dan ook honderden inzendingen. Daaruit zouden er dertig geselecteerd worden en de artiesten zouden telefonisch verwittigd worden. Toen ze met kloppend hart de hoorn opnamen kregen ze ... Hadjidakis hoogstpersoonlijk aan de lijn. Kristi was bij de gelukkigen, samen met andere - toen nog - beginnelingen als Tania Tsanaklidou , Vasilis Lekkas , Vangelis Germanos , Sonia Theodoridou, Peny Xenaki, Lakis Papadopoulos en de al vroeg overleden Nikos Mitsovoleas. En tussen haakjes, bij de volgende - en laatste - editie in 1982 deden onder andere mee: Savina Yannatou , Kleon Antoniou (tegenwoordig bij Mode Plagal ), de gebroeders Panos en Charis Katsimichas en vele anderen. Bij de componisten vinden we Vasilis Papakonstantinou en Stella Kypreou (bekend als gitariste). De lijstjes geven meteen ook een indruk van het belang dat deze wedstrijd gehad heeft voor de Griekse muziek van de volgende twintig jaar. Ook voor Kristi lag de weg nu open voor een veelbelovende carrière.

Een volgende stap zette ze al een jaar later, in 1982, met de plaat "31 Τραγούδια που αγαπήσαμε" ( "31 tragoudia pou agapisame" , 31 liedjes waar we van hielden). Van die 31 liedjes zingt zij er 7 en de plaat wordt goud, iets waar je toen nog minstens 50.000 exemplaren moest voor verkopen.

Datzelfde jaar keerde ze nog even terug naar het toneel: ze speelde de rol van Peron's geliefde in de rock-opera "Evita", in het theater van de beroemde actrice, filmster en zangeres Aliki Vouyouklaki (1933-1996). Zoals vele bekende actrices had Aliki in 1961 haar eigen theatergroep opgericht en vanaf 1974 begon ze de musical in Griekenland te introduceren. Voor "Evita" had ze drie jaar gevochten om de rechten te krijgen voor een opvoering in Griekenland en ze zette alles op alles om de productie te doen slagen. Ze speelde zelf de hoofdrol en het werd een geweldig succes, dat zelfs in het buitenland lovende kritieken kreeg, van in Engeland tot in Japan. Maar Kristi was minder onder de indruk. Dit was toch haar ding niet, besloot ze.

In 1983 zocht Mimis Plessas iemand om een liedje te zingen dat zijn zoon, Antonis, geschreven had en dat hij wilde insturen voor de selectie van de Griekse inzending van het Eurovisie Songfestival. Hij kende Kristi uiteraard nog van "Jesus Christ Superstar" en hij vroeg haar om een demo te zingen, als een soort voorproefje op het eigenlijke liedje. Maar de demo werd geselecteerd als inzending en zo vertegenwoordigde ze Griekenland op het Eurovisie Songfestival in München (D). Ze werd 14de (op 20).

In 1986 verscheen haar eerste eigen plaat, onder de toepasselijke naam " Kristi Stassinopoulou " . Ze zingt niet alleen, maar ook alle teksten zijn van haar hand. Andere medewerkers zijn Kleon Antoniou, Takis Barberis, Stavros Papastavrou. Het is een typisch pop/rock album en Kristi lijkt nu echt op weg om een pop-idool te worden. Toch voelt ze zich niet goed in haar vel.

In 1989 komt er dan een ommekeer. In dat jaar richt ze samen met Stathis Kalyviotis en nog twee anderen (de drummer Vangelis Vekios en de gitarist Kostis Anagnostopoulos) een rock-groepje op, onder de naam "Selana". En daarmee kan het sprookje dan beginnen.

Foto van Stathis Kalyviotis
© Luc Pardon 2010
Stathis Kalyviotis

De mannelijke hoofdrolspeler daarin, Stathis Kalyviotis ( Στάθης Καλυβιώτης ) , werd geboren in Athene in mei 1965. In het begin was hij vooral gefascineerd door de rembetika maar al gauw kreeg hij ook belangstelling voor westerse muziek. In 1981 - dus toen hij zestien was - had hij zelfs een punk-groepje opgericht, één van de eerste in Griekenland.

Met "Selana" doen de vier muzikanten aan iets wat Stathis omschrijft als "ethnopunk", een soort mix van garagepunk met psychedelische en Griekse traditionele muziek. Maar ze doen ook vaak dienst als begeleidingsgroep van de gewoonlijk als "rocker" omschreven Pavlos Sidiropoulos , die helaas al in 1990 overleed (hij was van 1948). Sidiropoulos had voordien een tijdje gespeeld in het groepje van Dionysos Savvopoulos en het was daar dat hij Griekse teksten begon te gebruiken voor rock-nummers. Hij zou in dat opzicht lang een unicum blijven, de meeste Griekse rockers zongen in het Engels.

In 1992 verschijnt de cd "Στη Λίμνη Με Τις Παπαρούνες" ( "Sti limni met tis paparounes" , Aan het meer met de klaprozen). Kristi zingt en Stathis speelt gitaar, maar op één tekst na (die van Kristi is) zijn de teksten en de muziek voor haar geschreven door niemand minder dan Panayotis Kalantzopoulos en Evanthia Reboutsika . Het is niet alleen de eerste keer dat Kristi en Stathis samen op plaat staan, het is meteen ook de allereerste cd voor Reboutsika en het begin van een lange en vruchtbare samenwerking met Kalantzopoulos .

In deze zelfde periode schrijft Kristi ook twee boeken. Het eerste heet "Επτά φορές στην Αμοργό" ("Epta fores stin Amorgó", Zeven keer op Amorgós, Kastaniotis 1993). Het bevat zeven korte mysterie-verhalen die zich afspelen op het Cycladen-eiland Amorgos. Twee daarvan, naar het Nederlands vertaald door Hero Hokwerda, zijn te vinden in de bundels "Eilandliefde" en "Griekenland aan zee", telkens met de ondertitel "Griekse schrijvers over hun eilanden". Haar tweede boek is een roman, "Πύρινη ρομφαία" ("Pirini Romfea", Vurig Zwaard, Livanis 1995), nog een magisch verhaal tegen de achtergrond van het Athene van die tijd (begin jaren 1990).

In 1997 verschijnt dan het album "Υφαντόκοσμος" ( "Ifantokosmos" , letterlijk "Geweven wereld"). Er staan enkele traditionele liedjes op: uit Kreta en Thracië, maar ook uit Kosovo en Indië. Voor die twee laatste schreef Kristi een Griekse tekst en ook alle andere teksten zijn van haar hand. Voor één liedje schreef ze de muziek, al de andere zijn van Stathis . Daarmee is dit hun eerste eigen creatie en het recept - een mix van traditionele en nieuwe nummers - zou voor al hun volgende albums nagenoeg hetzelfde blijven.

Het album slaat aan in Griekenland en de critici prijzen de ongedwongen en eigentijdse manier waarop de verschillende muzikale tradities met elkaar verweven worden. Zelfs de bekende etnomusicoloog Lambros Liavas , directeur van het instrumentenmuseum, laat zich positief uit. Ook in het buitenland verschijnt het album op de radar: enkele liedjes worden opgenomen in Spaanse en Israëlische compilatie-cd's van interessante wereldmuziek. Ze treden op in allerlei clubjes in Athene - nu ook buiten het underground circuit en zelfs buiten het rock-milieu - en Kristi vertelt allerlei verhaaltjes bij de liedjes, iets wat ze ook later zou blijven doen.

In zo'n club werden ze in 1998 opgemerkt door Thalia Iakovidou . Die werkte voor een platenmaatschappij maar ze deed dat niet op de gewone manier. Ze begreep misschien dat je niet kunt oogsten zonder te zaaien, maar in elk geval was ze permanent op zoek naar jonge, onbekende maar veelbelovende artiesten die ze dan de kans gaf om zich te ontplooien. "Een soort goede fee", zeggen Stathis en Kristi van haar. Het klikte tussen hen en Thalia werd zowel hun vriendin als hun manager. Ze keek niet alleen naar de Griekse markt en het is aan haar te danken dat er in het buitenland nieuwe deuren opengingen voor Kristi en Stathis .

Dat bleek al meteen toen in september 1999 hun volgende album verscheen: "Ηχοτρόπια" ( "Echotropia" , Klankkleuren). Ze gaan hier voor het eerst de elektronische toer op, toch in enkele nummers. Verder weer de vertrouwde mix van modern en traditioneel, waar ze zo sterk in zijn. Enkele nummers zijn inderdaad wat meer psychedelisch van aard maar toch doen ze het met zoveel respect voor, en zo'n overduidelijke kennis van het materiaal dat alleen een fanatieke purist zich daaraan zou storen. Ook dit album wordt goed ontvangen.

Een nummer dat veel bijval oogst is "Sol Invictus". Tekst en muziek zijn van hen zelf maar het klinkt onmiskenbaar oosters, ergens tussen Thracisch en Pontisch in. Het is in elk geval een meeslepend ritme. Ze schreven het nadat ze een artikel lazen over de cultus rond de Perzische zonnegod Mithras en het mogelijke verband tussen die cultus en het merkwaardige verschijnsel van de Asthenarides, de bekende "vuurlopers" in Thracië.

Thalia bewerkte alle kanalen die ze kon bedenken om dit sterke album ook buiten Griekenland bekend te maken en haar inspanningen hadden succes: het belandde in de cd-spelers van de critici en die luisterden aandachtig en leverden kritiek, en die kritiek was unaniem positief. Opvallend is hoe ze stuk voor stuk onder de indruk zijn van de kristalheldere stem van Kristi , die inderdaad in een aantal nummers uitstekend tot haar recht komt. Het gevolg: het album stoot zonder moeite door naar de top 20 van de "World Music Charts" . Daar blijft het drie maanden na elkaar staan, in mei 2000 prijkt het zelfs op nummer 6. In juli 2001 wordt het in de USA op de markt gebracht en later op het jaar is er een Braziliaanse platenmaatschappij die een licentie krijgt.

Intussen hadden Kristi en Stathis naarstig doorgewerkt aan hun volgende album. Nu ja, naarstig doorwerken is misschien niet helemaal de juiste term. De liedjes ontstonden tijdens lange vakanties op verlaten strandjes. Dat zijn dan per definitie rotsstranden, want in Griekenland zijn er erg weinig zandstranden en die zijn uiteraard overvol. Ze trokken naar die strandjes met enkel een slaapzak en wat proviand. Hun enige gezelschap waren de hagedissen, de geiten en de zeevogels. Na enkele dagen ben je zelf een deel van de natuur geworden. Die natuur heeft haar eigen geluiden en 's nachts, als de verzengende zon verdwenen is, komen de rotsen tot leven en dan zijn die geluiden weer helemaal anders, veel mysterieuzer. Het album heette dan ook "Τα Μυστικά των Βράχων" ( "Ta mystika ton vrachon" , of in het Engels: The Secrets of the Rocks ). Dat van die "geheimen van de rotsen" is ook op een andere manier letterlijk te nemen. In haar vorige leven had Kristi namelijk ook al eens een liedje gemaakt over zo'n paradijselijk strandje, maar dat liedje werd een hit en de volgende zomer zat het strandje vol met dagjestoeristen met jengelende transistorradio's die er dan ook nog eens al hun vuiligheid achterlieten. Op "Secrets of the Rocks" worden de strandjes nog enkel met een letter benoemd.

"Secrets of the Rocks" kwam in Griekenland op de markt in september 2002. In december stond het al op nummer 9 in de "World Music Charts Europe" . Nog een maand later, in januari 2003, prijkte het zelfs op nummer één. Dat betekent dat dit album door producers en presentatoren van wereldmuziek-programma's van radiozenders in 23 Europese landen als hét beste beschouwd werd dat er die maand op hun draaitafels beland was. Het was de eerste keer dat een Grieks artiest die eer te beurt viel. De plaat bleef nog drie maanden in de top-10 staan (op nummer 2, 7 en 9) en in datzelfde jaar 2003 werd het dan ook uitgebracht in de UK, de USA en in Spanje. Ook nu weer waren de critici unaniem lovend over de stem van Kristi en over de manier waarop zij en Stathis allerlei stijlen en invloeden verweven tot een harmonieus geheel. Ze reizen de wereld rond om overal concerten te geven.

Foto van Kristi Stassinopoulou
© Luc Pardon 2010
Kristi Stassinopoulou

Dan is het vier jaar wachten, tot november 2006, op hun volgende album: "Ταξιδοσκόπιο" ( "Taxidoscopio" ). De titel betekent "reisdagboek" en de liedjes zijn dan ook impressies van hun zwerftochten langs de podia van de hele wereld. De ene keer zit je in hun tourbusje op de Autobahn in Duitsland, of je kijkt samen met hen uit het raam van hun hotelkamer op de twaalfde verdieping van het Wyndham Hotel , de wolkenkrabber in Montreal waar ook al de andere muzikanten van het "Festival International du Jazz" ondergebracht worden. Een andere keer luister je met hen naar de klanken van een ontwakend Erevan, de hoofdstad van Armenië, terwijl ze na een optreden daar terug naar de luchthaven rijden. Dan weer volg je een autostrade langs de Middellandse-Zeekust in Spanje, en je rijdt met hen langs landschappen waar de spaghettiwesterns van de jaren '60 en '70 gedraaid werden. Of je zit met hen in Israël, of Brazilië, of India, ... Uiteraard zitten er, naar goede gewoonte, enkele traditionele Griekse nummers bij. En zoals gewoonlijk zijn de teksten weer sterk.

Toch was er het een en ander veranderd. Hun "goede fee", Thalia Iakovidou , was in 2004 overleden aan kanker. Het was een groot verlies voor Kristi en Stathis , die niet alleen een uitstekend en gedreven manager kwijt waren, maar vooral een goede vriendin moesten missen. Op bijna al de reizen van Taxidoscopio was ze met hen mee geweest en het album is dan ook aan haar opgedragen. De drie laatste nummers hebben ze trouwens nog nooit op concerten gespeeld, dat ligt te gevoelig. Een daarvan was al voor haar overlijden speciaal voor Thalia geschreven, maar ze heeft het nooit kunnen horen.

Na het wegvallen van Thalia namen Kristi en Stathis de touwtjes zelf in handen. Dat deden ze grondig: niet alleen het management doen ze zelf, maar ook de productie van Taxidoscopio werd volledig in hun huiskamer gedaan. Die staat vol met apparatuur en - zegt Stathis - zo zit je niet gevangen in een keurslijf van zoveel uur contractueel toegekende (want peperdure) studiotijd, waarvan je dan nog een deel kwijt bent met redetwisten met de geluidstechnicus die kost wat kost zijn visie wil doordrukken. Door alles zelf te doen konden ze wekenlang sleutelen en bijstellen tot het een beetje naar hun zin was.

Op al hun reizen heeft Stathis een mini-disc bij zich waarmee hij de omgevingsgeluiden registreert: op straat, op het vliegveld, ... Die klanken gebruikte hij voor Taxidoscopio , maar hij deed dat zo subtiel dat je ze nauwelijks hoort. Toch is dat voldoende om voor de typische sfeer te zorgen - zeggen zij. Het helpt natuurlijk ook dat ze goed geluisterd hebben naar de typische ritme's en melodietjes van de verschillende landen, waardoor een (beetje) geoefend luisteraar de liedjes meteen op de wereldkaart kan plaatsen.

Aan dit album werkten een hele reeks bekende muzikanten mee, die behoren tot die jongere generatie die zich op haar manier toelegt op de traditie: de meest bekende naam zal wel Stelios Petrakis zijn, die op een aantal nummers de Kretenzische lyra bedient, maar ook Yorgis Makris zal bekend zijn bij diegenen die "Orion" van Petrakis in hun collectie hebben: hij speelt daar namelijk gaida . Dat doet hij ook op Taxidoscopio , maar hier neemt hij ook de kaval voor zijn rekening.

Ook Taxidoscopio werd in het buitenland gunstig onthaald. Het album behaalde zelfs een "Wommie" (prijs) op het Womex 2007 festival in Sevilla (Spanje). Dat is een hele verdienste, en dat werd ook opgemerkt door het Griekse Secretariaat-Generaal voor Communicatie (het vroegere ministerie van Pers en Informatie), dat graag de prestaties van landgenoten in het buitenland in de verf zet. Ze hadden zich hierdoor al de toorn van Manos Hadjidakis op de hals gehaald toen hij in 1960 een Oscar kreeg voor zijn "Nooit op zondag" en toen zij ongevraagd allerlei feestelijkheden organiseerden om dat te vieren. Waarschijnlijk hadden de ambtenaren, die het bericht over Womex 2007 opmerkten, nog nooit van die Stassinopoulou gehoord maar in hun persbericht wordt ze toch geprezen als een "jonge en zeer getalenteerde artieste". Het ministerie merkt op dat het album nu officieel "tot de beste 20 wereldmuziek-platen van het jaar behoort" en voegt er dan zuinigjes aan toe "maar het werd in Griekenland nog niet uitgebracht". Jammer natuurlijk, maar daar was wel een goede reden voor. Hun vorige albums hadden ze inderdaad bij Griekse firma's ondergebracht maar die kijken vooral naar de eigen markt. Naar buiten toe gebeurt er niets, en dat terwijl Kristi en Stathis toch ook (of vooral) in het buitenland erkenning krijgen. De maat was vol toen een licentie-aanvraag van een buitenlandse platenfirma maandenlang op een Grieks bureau bleef liggen, tot het te laat was. Voor "Taxidoscopio" was er al buitenlandse belangstelling nog voor het album klaar was en dus regelden ze de contracten eerst met buitenlandse maatschappijen. De cd verscheen in november 2006 in Spanje en Portugal, in februari 2007 in Duitsland, Oostenrijk en de UK, en in augustus 2007 in Japan, Taiwan, Hong Kong en Zuid-Korea. Daarna kwamen er ook aanvragen uit Griekenland maar die werden nu vlotter afgehandeld: het album kwam al eind november 2007 op de Griekse markt (nauwelijks twee weken na de ministeriële verzuchting).

Bijkomend voordeel: de Griekse firma (Protasis) kon nu promotie maken met de prijzen en onderscheidingen die de cd intussen in het buitenland al gekregen had. En dat waren er heel wat. Womex hebben we al genoemd, maar daar bleef het niet bij. In Duitsland werd de cd bekroond met de "Preis der Deutschen Schallplattenkritik" . Die wordt vier keer per jaar uitgereikt en "Taxidoscopio" werd nummer één in het tweede kwartaal 2007. Het waren niet alleen de Duitse critici die het album zo goed vonden. In Engeland werd ze door het invloedrijke Folk Roots Magazine in hun top 10 opgenomen. Van hen is ook de omschrijving afkomstig "Traveler's tales from the Greekadelia Queen" . En - gewoontegetrouw, zou je bijna zeggen - haalde ook Taxidoscopio weer de top 10 van de World Music Charts Europe: de derde plaats in maart en april 2007. Overigens: in Barcelona werd het op de radio gespeeld nog voor de cd's officieel uit waren: de producers hadden hemel en aarde bewogen om een officieus exemplaar te pakken te krijgen. Ook de invloedrijke Music Corner in Athene schreef dat ze al het hele jaar geprobeerd hadden om het album, waar ze zoveel over hadden gehoord en gelezen, ergens in het buitenland op de kop te tikken tot Protasis hen dan eindelijk een Grieks exemplaar toestuurde.

Foto van Kristi Stassinopoulou
© Luc Pardon 2010
Kristi Stassinopoulou

Na "Taxidoscopio" werd het weer stil rond het duo, tenminste in de platenzaken, want ze reizen nog steeds onvermoeibaar de wereld rond. Ook in Griekenland treden ze vrij vaak op, meestal in hun natuurlijke milieu, en dat zijn dan de kleinere clubs. Ze krijgen ook aanbiedingen voor optredens op televisie maar die slaan ze steevast af. Teveel "mainstream", vinden ze. Het lijkt wel of vooral Kristi een soort kater heeft overgehouden aan haar vroegere ervaringen met de platenbusiness. Toch schaamt ze zich bijvoorbeeld niet voor haar deelname aan het Eurovisie Festival, dat toch voor een aantal mensen het toppunt van wansmaak is. "Het was een interessante ervaring", zegt ze, "maar één keer was wel genoeg". Zij en Stathis houden het in elk geval liever kleinschalig, beheersbaar en - vooral - gezellig en leefbaar.

Ook uit hun interviews blijkt dat ze het liever gezellig houden. Ze hebben zelden of nooit kritiek op collega's en hun kritiek op de platenbusiness houden ze meestal heel algemeen. Veel van hun collega's aarzelen niet om met scherp te schieten maar dat is niets voor hen. Een overblijfsel van hun contacten met de hippie-cultuur? Misschien. Toch moet je in hun teksten geen boodschappen of strijdkreten gaan zoeken want die stoppen ze er niet in. Ze zingen wel over de zon, de lucht, de zee, de maan en dergelijke, maar dat is in de eerste plaats omdat ze het fascinerend vinden dat die zo permanent zijn: de eeuwen vervliegen, mensen komen en gaan, steden worden gebouwd en vervallen weer, maar die dingen blijven onverstoorbaar bestaan. "Het heeft er natuurlijk ook mee te maken dat we Grieken zijn, dus zon en zee en al die andere dingen zijn nu eenmaal onze wereld", grinnikt Stathis. "Als we in Mongolië geboren waren, dan zouden we allicht over weidse steppen en galopperende paarden zingen". Natuurlijk zijn ze niet blind voor de achteruitgang van de natuur, en voor de ravage die de mens aanricht, en in hun teksten verwijzen ze er af en toe ook naar. Maar aanklagen doen ze niet. "Dat is voor anderen", zeggen ze, "wij beschrijven gewoon wat we zien, dat is op zichzelf al boodschap genoeg". Misschien hebben we daarmee dan wel een blauwdruk voor een eventuele volgende cd ?

Ter afsluiting willen we nog een enigszins verrassende cd vermelden, zij het dat ze misschien vooral verrassend is voor wie hen en hun werk niet kent. In 2009 werkte Kristi namelijk mee aan de cd "Γυναίκες στην παράδοση" ( "Gynekes stin paradosi" , Vrouwen in de traditie). Ze bevindt zich in select gezelschap: de andere liedjes worden gezongen door Marió , Glykeria , Eleni Vitali , Yiota Veï, Xanthippi Karathanasi, Eleni Tsaligopoulou , Eleftheria Arvanitaki , Alkistis Protopsalti , Anastasia Moutsatsou, Savina Yannatou , Melina Kana , Lizeta Kalimeri , Nena Venetsanou en enkele anderen. Dat is zowat het beste wat Griekenland aan vrouwenstemmen te bieden heeft, samen op één schijfje, en ze zingen elk één traditioneel nummer. Tussen al dat geweld kan Kristi zich prima overeind houden en ze zet zowaar een overtuigende versie van een zonaradikos uit Oost-Thracië neer. Stassinopouloulogen zullen niet verrast zijn: dat nummer komt rechtstreeks van haar album Ifantókosmos uit 1997.

De cd is dan wel weer verrassend omdat zowat al de dames "buiten hun terrein spelen": enkel Karathanasi is actief in de dimotika , de traditionele Griekse muziek. Maar eigenlijk mag je Kristi en Stathis ook rustig tot de dimotika rekenen. Die muziek moet immers in de loop der eeuwen heel wat veranderingen gekend hebben, zich telkens aanpassend aan nieuwe situaties en invloeden. Dat bleef zo tot ze, ergens in het begin of het midden van de Twintigste Eeuw, met uitsterven bedreigd was: toen werd het proces stilgelegd en de bestaande situatie werd ingevroren. Voor velen geldt dat nu als "de authentieke traditie" maar eigenlijk is het gewoon een momentopname. Zoals u bijvoorbeeld op onze pagina over de klarinet kunt nalezen is dit o zo typische instrument in feite een relatieve nieuwkomer. Kristi en Stathis doen dus niet anders dan wat vele generaties traditionele muzikanten vóór hen deden: muziek maken met de instrumenten die ze bij de hand hebben. En vermits hun huiskamer vol staat met elektronica en kabels en dergelijke ...

Toch zijn de instrumenten en instrumentalisten waarmee Kristi en Stathis optreden niet zomaar lukraak gekozen. Gewoonlijk bestaat hun begeleidingsgroep uit zes personen. Op hun optredens in Brussel, in april 2010 en in oktober 2010 , waren Kristi en Stathis echter slechts met twee. Ze hadden hiervoor bij een eerder optreden als " Greekadelia Folktronic duo " hun programma aangepast en een selectie gemaakt uit hun repertoire, zodat het geschikt was om met twee uitgevoerd te worden, zonder hiervoor aan kwaliteit in te boeten.

Kristi stond in voor de zang en begeleidde zichzelf op een klein Indisch harmonium met een met de hand bediende blaasbalg, of op een eigenaardige trapeziumvormige akoestische gitaar, omdat die overal meeneembaar is. Verder had ze nog allerhande kleine percussie-instrumenten meegebracht, zoals vingercimbaaltjes, houten lepels, authentieke geitenbelletjes, ... en raamtrommels. Thuis heeft zij nog veel meer van dat soort instrumenten, te veel om allemaal op te noemen, laat staan om mee te nemen, en ze moet dus telkens opnieuw noodgedwongen een selectie maken. In haar verzameling zitten bijvoorbeeld ook grote schelpen waar zij dan op blaast. Kristi houdt overduidelijk van de natuur en van natuurgeluiden zoals de wind. Als kind raakte ze gefascineerd door het weergalmen van haar stem op de marmeren trappen van het ouderlijk huis of de echo tegen de rotswanden in de natuur. Het is iets waar zij in haar muziek ook nu nog gretig gebruik van maakt.

Stathis zorgde in Brussel voor de backing vocals en speelde elektrische gitaar, laouto en toumbeleki , maar hij speelt ook saz , akoestische gitaar en baglamas . Over het algemeen staat hij in voor de muziekcompositie en de arrangementen ervan. Elektronica is bij hem nooit ver weg te denken en dus gebruikt hij een groove sampler, elektronische looper, keyboards en dat soort dingen. Het hoort er allemaal bij, maar het is nooit overheersend.

Vreemd genoeg slagen zij er in om dat allemaal tot een harmonieus muzikaal geheel samen te brengen. Het juiste ritme maakt ook dat de muziek herkenbaar blijft én dansbaar tegelijk.

Kristi schrijft zelf de liedteksten voor haar songs en zorgt met haar vertelkunst voor de juiste omkadering bij elk lied. Zij is niet alleen zangeres, vertelster en (tekst)schrijfster, maar ze heeft ook nog acteer- en danstalent. En als ze even de tijd vindt, dan maakt ze ook nog schetsen, die ze dan gebruikt voor de cd-hoesjes. Een totaal-kunstenares dus, die als een spons alle indrukken om haar heen opzuigt en laat inwerken om ze nadien over te brengen op haar publiek. Samen met de geluidsfragmenten van alledaagse dingen die Stathis overal opneemt en in hun muziek verwerkt, wordt de juiste sfeer gecreëerd zodat het publiek - waar ook ter wereld, zelfs zonder de teksten te begrijpen - zich beter in hun muziek kan inleven.

De andere instrumentalisten waarmee Kristi en Stathis gewoonlijk optreden zijn:

  • Dimitris Chiotis: Kretenzische lyra
  • Yorgos Makris: gaïda , kaval en fluiten
  • Reiner Witzel of Yannis Kininis: saxofoon
  • Yannis Choulis: bas
  • Vasilis Divolis: percussie ( daouli , djembe, toumbeleki , raamtrommels, cajon, berinbao)
 

Laatst bijgewerkt op : 2010-10-10

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Maria Skoula

Volgende pagina
Panayotis Stefos

Valid XHTML 1.0 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.