Tsabropoulos
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Links Biografie Geschiedenis Instrumenten

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Panayotis Toundas

Volgende pagina
Babis Tsertos


Biografieën van de website over Griekse Muziek

Vasilis Tsabropoulos

Pianist en componist

De Griekse pianist en componist Vasilis Tsabropoulos (Βασίλης Τσαμρόπουλος) werd geboren in Athene op 7 februari 1966. Hij speelt al piano van toen hij klein was en intussen is de piano een beetje een stuk van hemzelf geworden. Naar eigen zeggen staat hij op met zijn piano en hij gaat er ook mee slapen. Hij kan gewoon niet zonder. Hij speelt dan ook de moeilijkste stukken met het grootste gemak. Bij hem gaat het bijna vanzelf, zoals stappen en spreken. Maar net als bij stappen en spreken is daar een hele leerperiode aan vooraf gegaan.

Vanaf de leeftijd van vijftien jaar is hij intensief met piano bezig: hij speelt piano, hij bestudeert pianopartituren en hij luistert naar pianomuziek. En dat elke dag. En dat was heus niet omdat het moest van zijn ouders. Al gauw ging hij door voor een wonderkind: hij gaf concerten en hij deed mee aan wedstrijden - en viel daarbij regelmatig in de prijzen. Toen het tijd was om een studierichting te kiezen moest hij niet lang nadenken. Hij ging muziek studeren, eerst aan het conservatorium van Athene. Later vervolledigde hij zijn studies in Parijs, Salzburg en aan de Juilliard School of Music in New York, waar hij onderwezen werd door de beste leermeesters.

Zijn carrière begon logischerwijze als klassiek pianist. Hij vertolkte muziek van de grote klassieke componisten uit de negentiende en twintigste eeuw, zoals Chopin, Rachmaninov en Prokofiev. Tegenwoordig doceert Tsabropoulos piano aan het conservatorium van Athene. Een belangrijke ontmoeting voor die carrière was die met de Russische orkestleider en pianovirtuoos Vladimir Ashkenazy. Er ontstond een vriendschap en samenwerking die tot op vandaag nog voortduurt.

Als technisch zeer onderlegd pianist speelt Vasilis Tsabropoulos jaarlijks minstens vijfentwintig concerten of recitals in het buitenland, en dit met alle grote orkesten van over de hele wereld. Maar zijn virtuositeit houdt meer in dan uiterste vingercontrole, meer dan indrukwekkende pianopartijen. Hij wil zijn publiek niet overbluffen met technische hoogstandjes, hij probeert integendeel eerlijk en oprecht aan te spreken met de essentie van een werk. Vooraleer hij een werk gaat uitvoeren probeert hij het eerst ten volle te begrijpen. Volgens hem verwoorden alle grote componisten immers met klanken wat er in de wereld rondom hen gebeurt. Dat is zo bij klassieke werken, maar ook bij traditionele volksliederen. Soms vergt het wat tijd om de essentie ervan ten volle te begrijpen en zich in te leven, maar het is wel essentieel om een werk goed te kunnen overbrengen.

Tsabropoulos legt in zijn speelwijze zijn ziel bloot, hij speelt van binnen uit. En ondanks het feit dat hij het gewend is om met 's werelds grootste symfonieorkesten te spelen, kan hij solo met zijn piano ook een hele wereld oproepen. Hij schildert landschappen en creëert beelden.

Een eerste onontbeerlijke stap voor elke musicus is het onder de knie krijgen van de techniek. Die horde heeft Tsabroboulos al lang geleden genomen. De tweede stap was werken aan zijn esthetische ontwikkeling en voeling hebben met de uitgevoerde werken. Ook dat heeft hij onder de knie. Daarna volgde een logische derde stap: de drang om zelf werken te creëren en het vormen van een eigen muzikale persoonlijkheid. Hij startte met zelf te componeren en improviseren. Improvisatie was iets wat zijn leraars hem steeds hadden afgeraden: het zou niet verenigbaar zijn met klassieke muziek. Meer nog, het zou zijn speelwijze zelfs in negatieve zin kunnen beïnvloeden. Maar Tsabropoulos kon aan de drang niet weerstaan en zette door. De sceptici kregen ongelijk: tegenwoordig speelt Tsabropoulos met hetzelfde gemak klassieke muziek als jazz en hedendaagse geïmproviseerde muziek.

Zijn internationale carrière kwam in 1999 in een stroomversnelling toen hij deel ging uitmaken van het prestigieuze platenlabel ECM onder impuls van Manfred Eicher. Er ontstond een nieuw trio met Vasilis Tsabropoulos (piano), de Noor Arild Andersen (contrabas) en de Britse drummer John Marshall. De eerste cd die daaruit voortvloeide heet " Achirana " (2000) en is het ECM- debuut van Vasilis Tsabropoulos. Het accent ligt hier meer op jazz. Dat is eerder ongewoon: klassiek en jazz zijn moeilijk te combineren. Een goede jazz-pianist heeft een flink ontwikkeld inlevingsvermogen nodig, jazz speel je nu eenmaal niet "af blad". Er zijn er weinigen die beide goed kunnen maar Tsabropoulos speelt niet alleen klassieke piano op topniveau, zijn kwaliteiten als jazz-pianist waren ook meer dan voldoende om indruk te maken op Arild Andersen in de eerste plaats en vervolgens op het deskundige oor van Manfred Eicher - zelf ook jazz-liefhebber. Het gevolg was dus deze eerste ECM-cd. Manfred Eicher is iemand die duidelijk niet in hokjes denkt en muziek in een breder perspectief plaatst. Hij weet zijn muzikanten te overhalen om het beste van zichzelf te geven en laat hen samenwerken in soms verrassende combinaties.

Al heel lang speelde Vasilis Tsabropoulos met het idee om iets uit de Griekse traditie over te brengen op de piano. Maar het moest iets oorspronkelijks zijn, iets fundamenteels en zo belandde hij bij de Byzantijnse hymnen die tijdens de Goede Week vóór Pasen overal in de Grieks-orthodoxe kerken worden gezongen. Hij vond het jammer dat die gezangen alleen in een liturgische context werden gezongen en wou ze toegankelijk maken voor een breder publiek, maar met eerbied voor het origineel. Wat hem raakte was het tijdloze karakter van deze muziek die aan de basis ligt van alle oude Griekse muziek. Op de piano kan je evenwel niet die oorspronkelijke Byzantijnse klanken weergeven omdat de Byzantijnse muziek niet gestut is op tonen en halve tonen zoals in de Westerse muziek het geval is. Het was een hele uitdaging, maar Tsabropoulos heeft met die beperking rekening gehouden bij het kiezen van de stukken.

Zo werd zijn tweede cd bij ECM in 2003 geboren: " Akroasis ". Het is zijn eerste solo album bij ECM en het bevat bewerkingen van Byzantijnse hymnen en improvisaties op datzelfde thema. Er zullen er nog meer volgen, waarbij er duidelijk een evolutie zit in het werk van Tsabropoulos en hij steeds een stapje verder lijkt te gaan.

De cd "Chants, Hymns and Dances " (2004) wordt als duo uitgevoerd, samen met de Duitse celliste Anja Lechner, die mee instond voor de arrangementen. De inspiratiebron op deze cd is tweeledig. Enerzijds wordt er verder gewerkt met oude Byzantijnse hymnen als uitgangspunt, maar een tweede inspiratiebron vormt de pianomuziek van Georges Ivanovitch Gurdjieff .

Deze merkwaardige figuur werd ergens tussen 1866 en 1877 geboren in Alexandropol (het huidige Gyumri in Armenië, nabij de grens met Turkije). Zijn vader was een Pontische Griek, een troubadour die religieuze en filosofische thema's verwerkte in zijn liederen, en zijn moeder was een Armeense. G.I. Gurdjieff - zoals hij internationaal bekend staat - was een denker, een filosoof met een heel eigen leer. Hij zocht naar objectieve waarheden en stelde kennis en de overdracht van kennis centraal. Op zijn vele reizen door de Kaukasus en Centraal-Azië kwam hij in contact met heel wat spirituele tradities die hij allemaal bestudeerde. Later vestigde hij zich in Parijs waar hij een heel aantal volgelingen om zich heen verzamelde.

Op zijn reizen was hij ook in aanraking gekomen met muziek, zowel volksmuziek als religieuze muziek van verschillende etnische bevolkingsgoepen, meestal via mondelinge overlevering. Langzaam maar zeker begonnen muziek en dans ook een belangrijke rol te spelen in zijn leer. Hij gebruikte ze zelfs als een methode tot concentratie en zelf-contemplatie. De Westerse manier van kunstbeleving en zelf-expressie vond hij maar niks, dat was voor hem veel te oppervlakkig en subjectief. Hij zocht veeleer naar "objectieve muziek", waarbij alle luisteraars mentaal in contact konden treden met het universum. Maar dergelijke muziek lag niet meteen voor het oprapen en dus ging Gurdjieff, een beetje tegen wil en dank in, ze zelf maar schrijven. Nu ja, het schrijven deed iemand in zijn plaats. Gurdjieff neuriede of floot de melodieën die in zijn hoofd zaten, en het was zijn medewerker, de Russische componist en pianist Thomas de Hartmann, die ze opschreef. Gurdjieff heeft nog andere muziek nagelaten, maar het is vooral de pianomuziek uit de zogenaamde "Gurdjieff-de Hartmann periode" die bekend raakte.

Ook Vasilis Tsabropoulos en Anja Lechner was deze muziek niet ontgaan en hun " Chants, Hymns and Dance"s was daarvan het resultaat. Het was de eerste keer dat Gurdjieffs muziek werd bewerkt voor piano en cello en de meester zou het waarschijnlijk goed gevonden hebben. Gurdjieff reikte met zijn geschriften en muziek een middel aan, een methode, om een bepaald spiritueel doel te bereiken. Het is aan iedereen individueel om uit te maken wat hij daar precies mee doet.

Het is eigenlijk geen wonder dat Tsabropoulos en Gurdjieff elkaar "gevonden" hebben. In zekere zin hebben beiden een gemeenschappelijke werkwijze, waarbij eeuwenoude universele muzikale tradities tot de essentie worden herleid en herwerkt tot eenvoudige, tijdloze melodieën met een sterk contemplatief karakter.

Bovendien waren ook de eerdere composities van Tsabropoulos vaak gestut op vocale tradities die, net als bij Gurdjieff, omgezet worden in louter instrumentale stukken voor piano. Een nachtmerrie voor iedere doordeweekse klassiek geschoolde musicus, maar niet voor Tsabropoulos . En tenslotte liggen Byzantijnse muziek en oosterse toonschalen natuurlijk aan de basis van heel wat lokale muzikale tradities, zowel in Rusland en de Kaukasus als in Turkije en Griekenland. Bij het spelen van Gurdjieffs muziek was het voor Tsabropoulos bijgevolg een beetje zoals thuiskomen ...

Ook de Duitse celliste Anja Lechner kon zich in het materiaal vinden. Zij had eerder al samengewerkt met de Armeense componist Tigran Mansurian en daardoor was ze al vertrouwd met Armeense (volks)muziek.

De manier, waarop deze cd in de kleine kring van echte en vermeende Gurdjieff-kenners onhaald werd, spreekt boekdelen. Hun eerste, instinctieve reactie was terughoudendheid: die oosters aandoende klanken, dat was een heel andere Gurdjieff dan degene die ze kenden. De reden ligt voor de hand: de klassiek geschoold Thomas de Hartmann had de muziek van Gurdjieff noodgedwongen opgeschreven in Westerse notatie en ze was nadien ook in Westers-aandoende uitvoeringen bekend geworden bij een breder publiek. Over Gurdjieff zelf - over wie weinig is geweten maar des te meer geschreven - lees je overal dat hij "muzikaal totaal ongeschoold" was, dat hij "geen enkele muzikale kennis" bezat. Daarmee bedoelt men dan dat hij geen Westerse noten kon lezen of schrijven en geen verstand had van Westerse klassieke muziek. Maar daarbij vergeet men dat er nog een "andere" muziek is: die uit het Oosten, die ook over een stevige theoretische basis beschikt, waar Westerlingen dan op hun beurt de grootste moeite mee hebben. Het is met die muziek dat Gurdjieff is opgegroeid, hij zal dus - al was het maar van zijn vader - wel degelijk muzikale kennis hebben gehad, zij het niet de "juiste" naar Westerse normen, en hij had duidelijk ook wel gevoel voor muziek. Je leest ook overal dat het "fenomenaal" en "ongelooflijk" is dat Gurdjieff - in muzikaal opzicht een beetje simpel, weet u wel - toch al die melodietjes, die hij op zijn reizen tegenkwam, jarenlang in zijn hoofd kon bijhouden. Ook die verwondering is een beetje grappig, want zo werkt dat nu eenmaal in die streken, al honderden jaren lang. Gurdjieff is in dat opzicht niet unieker dan ontelbare anderen. Het spreekt dan haast vanzelf (achteraf) dat er een aanzienlijke Oosterse component moest zitten in zijn muziek. Het is niet zeker dat De Hartmann dat aspect heeft onderkend en zo ja, of hij het niet heeft willen "corrigeren" en "verbeteren" tijdens het opschrijven. Ook daar is weinig over geweten, men weet namelijk niet "waar de muziek van Gurdjieff ophoudt en waar die van De Hartmann begint". Men weet wel dat De Hartmann water en bloed zweette om de muziek van Gurdjieff op papier te krijgen, maar dat was naar het schijnt ook omdat Gurdjieff zijn creaties veel te snel en nooit twee keer op dezelfde manier floot. Anderzijds is ook bekend dat Gurdjieff hem op reis heeft gestuurd naar het Oosten, naar Armenië. Misschien was dat wel een wanhopige poging om de - ahem - "totaal ongeschoolde" componist te verplichten tot wat muzikale horizonverbreding? Hoe dan ook, zelfs als De Hartmann de Oosterse klanken onderkend heeft, dan blijft het toch een feit dat het Westerse notenschrift totaal ontoereikend is om die vast te leggen. Dat aspect was dus bijna gedoemd om uit beeld te verdwijnen. Het zegt iets over Tsabropoulos dat hij - blijkbaar als eerste - door de "steriele" notatie van De Hartmann heeft heengekeken.

Het vervolg van het verhaal zegt nog meer over hem en zijn vermogen om de essentie te vatten. Want ondanks hun aanvankelijke scepsis erkenden de "Gurdjievologen" toch al meteen dat Tsabropoulos (en Lechner) met heel veel respect voor de muziek hadden gewerkt. Het was dan wel ongewoon maar het was nergens gezocht of gekunsteld. Ze luisterden dus nogmaals en ...geleidelijk draaiden ze helemaal bij. Misschien was dit uiteindelijk dan toch de échte Gurdjieff? De cd werd - alle verhoudingen in acht genomen - een overdonderend succes.

Er kwam een vervolg met " Melos " uit 2008. Daarmee is dat de derde cd met gelijkaardige inhoud maar met andere accenten. Bij Melos horen we vooral composities van Tsabropoulos zelf en slechts drie bewerkingen van thema's van Gurdjieff, maar wat het meest opvalt is dat Tsabropoulos hiermee een logische volgende stap zet in zijn muzikale evolutie, hij maakt zich nog meer los van technische keurslijven. Op Melos is veel ruimte gelaten voor improvisaties van zowel Anja Lechner als Vasilis Tsabropoulos, en dat is precies datgene wat - volgens de dames en heren deskundigen - funest zou zijn voor klassieke musici. Het is inderdaad ook moeilijk verenigbaar - tenzij je tot de top behoort, zoals Lechner en Tsabropoulos.

Voor Melos kregen ze overigens versterking van de Italiaanse jazz-percussionist U.T.Gandhi. Deze laatste zorgt voor een subtiele ritmische noot en geeft het geheel een vleugje jazz mee. Met "Melos" treedt het trio eind februari 2010 op in Antwerpen, Amsterdam; Rotterdam en Groningen. Op onze februari 2010-pagina leest u meer over de inhoud van dit programma.

De voorlopig laatste cd uitgebracht bij ECM is " The Promise ". Op dit album speelt Tsabropoulos opnieuw solo. Het is een pianorecital dat opgenomen werd in het Megaron Mousikis in Athene. Hij bracht daar uitsluitend eigen werk, op één nummer na: een bewerking van "Djivaeri". Het Griekse lied "Tzivaeri (Τζιβαέρι)" wordt vaak aangehaald als typisch voorbeeld van een traditional van de eilanden. Oorspronkelijk komt het lied uit Klein-Azië en het bestaat ook in het Turks. Het lied gaat over een moeder die haar zoon, haar tzivaeri (haar schat, letterlijk: haar edelsteen), beweent die naar het buitenland is vertrokken. Het is in Griekenland alom bekend en zowal alle zangers en zangeressen, van groot tot klein, hebben het in hun repertoire ondergebracht. Bekende vertolkingen zijn onder meer die van Glykeria , Eleftheria Arvanitaki , Eleni Tsaligopoulou en vele vele anderen. De versie van Tsabropoulos is weer typisch voor hem: het klinkt heel anders dan de meer bekende versies maar toch herken je het meteen al na de eerste paar noten.

Tsabropoulos houdt zich inderdaad niet alleen in met liturgische gezangen, maar waagt zich ook aan Griekse volksmuziek. Hij herschept traditie op een moderne, simpele en fascinerende wijze. Het resultaat is zeer melodieus, maar tegelijk ingetogen. Zijn muziek biedt ons een moment van rust en contemplatie in deze jachtige wereld.

Discografie :

1990 - Skyscape

1992 - Rachmaninov, Etudes tableaux - Variations Corelli

1992 - Images

1997 - Mussorgsky, Pictures at an Exhibition (Tableaux d'une exposition)

2000 - Achirana ( ECM ). Het ECM-debuut van Vasilis Tsabropoulos met het pas opgerichte Arild Andersen's Trio: Vasilis Tsabropoulos (piano), Arild Andersen (contrabas), John Marshall (drums).

2001 - Chopin, August Symphony (Αυγουστιάτικη Συμφωνία - Avgoustiatiki Symfonia) (Bij Metro Magazine N° 34 - niet te koop)

2002 - Kalliopi Tsoupaki, The Face Of Love (Το Πρόσωπο Της Αγάπης - To Prosopo tis Agapis). Met Nena Venetsanou (zang).

2002 - Live In Cremona

2003 - Kostas Konstantinou, Concentric Cycles

2003 - Akroasis ( ECM ). Vasilis Tsabropoulos: piano. Eerste solo-album bij ECM met bewerkingen van Byzantijnse hymnen en improvisaties op hetzelfde thema.

2004 - The Triangle ( ECM ). Met het Arild Andersen's (Jazz) Trio.

2004 - Chants, Hymns and Dances ( ECM ). Duo: Vasilis Tsabropoulos (piano) en Anja Lechner (cello). Bewerkingen van G.I.Gurdjieff en van oude Byzantijnse hymnen.

2008 - Melos ( ECM ). Trio: Vasilis Tsabropoulos (piano), Anja Lechner (cello) en U.T.Gandhi (percussie). Composities van Tsabropoulos aangevuld met drie bewerkingen van Gurdjieff.

2009 - The Promise ( ECM ). Solo pianorecital van Vasilis Tsabropoulos. Eigen werk en bewerking van een Griekse traditional.

Meer informatie over de discografie van Vasilis Tsabropoulos leest u op zijn website: http://www.tsabropoulos.gr (tweetalig, Grieks-Engels) en voor de ECM-producties op de Engelstalige website van ECM: http://www.ecmrecords.com .

 

Laatst bijgewerkt op : 2010-01-29

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Panayotis Toundas

Volgende pagina
Babis Tsertos

Valid XHTML 1.0 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.