December  2014
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Jaar 2011 Jaar 2012 Jaar 2013 Jaar 2014 Jaar 2015 Jaar 2016 Jaar 2017
Januari 2014
Februari 2014
Maart 2014
April 2014
Mei 2014
Juni 2014
Juli 2014
Augustus 2014
September 2014
Oktober 2014
November 2014
December 2014

Overzicht Griekse Muziek in December 2014

Alle evenementen afdrukken

Enkel dit evenement afdrukken

Martha Mavroïdi Acoustic Trio

In januari 2014 mocht Martha Mavroidi voor het eerst indruk maken op het (toch wel verwende) publiek van de Brusselse Art Base. Nu komt ze weer terug voor twee concerten, deze keer met een ander programma, zodat er alweer een ander aspect van deze jongedame te ontdekken valt.

De bezetting is dan ook lichtjes gewijzigd ten opzichte van de vorige keer. Nu wordt het:

  • Martha Mavroidi : lafta , zang
  • Stratis Psaradellis: politiki lyra
  • Yorgos Ventouris: contrabas

Over Stratis Psaradellis schreven we al het één en ander ter gelegenheid van zijn concerten met Maria Simoglou , die onder de titel "East of Aegean" in november 2012 te beleven waren in de Art Base. Hier willen we het vooral hebben over Martha Mavroidi zelf.

De veelzijdige Martha Mavroidi ( Μάρθα Μαυροειδή) is niet alleen een getalenteerde zangeres van de nieuwe generatie, zij is ook nog instrumentaliste, componiste en tekstschrijfster. Ze schrijft muziek voor film en dansvoorstellingen en speelt en zingt solo, maar ook in verschillende ensembles, zowel vocaal als instrumentaal en zelfs akoestisch. Als instrumentaliste speelt zij voornamelijk lavta en saz en ook die instrumenten beheerst zij meer dan uitstekend. Zij zou zelfs de uitvindster zijn van de elektrische lavta . En niet te vergeten: ze heeft talent.

Ze is al met muziek bezig sinds haar kindertijd, maar daar knoopte ze een gedegen opleiding aan vast. Ze begon aan de befaamde Muziekschool van Pallini, een onderwijsinstelling die al een indrukwekkende hoeveelheid muzikaal talent klaarstoomde. Daarna studeerde ze musicologie in Athene, etnomusicologie in Londen en in Los Angeles, en hedendaagse muziek in Amsterdam.

Met al die bagage op zak keerde Martha Mavroidi in 2005 terug naar Athene en daar werd haar talent meteen opgemerkt door onder meer Savina Yannatou en wat later door Pantelis Thalassinos . Van de ene samenwerking kwam de andere, maar de lange lijst met namen zegt eigenlijk niet zoveel (behalve dan dat ze wel goed moet zijn, maar dat wisten we al). Bij de meeste van haar collega's gaat zo'n lijstje immers van mijlpaal naar mijlpaal, bij elke volgende samenwerking hoort ook een volgende stap in de carrière, en zo gaat het zigzaggend naar de top. Zo niet bij Martha Mavroidi : bij haar loopt alles vrolijk door elkaar heen. Ze is zo enorm veelzijdig en zo actief dat ze met verschillende uiteenlopende projecten tegelijk jongleert, en dat schijnbaar ook nog zonder enige moeite.

Zelf houdt ze de dingen wel netjes gescheiden. Zo heeft ze bijvoorbeeld niet één eigen groepje, ze heeft er drie, en elk daarvan heeft een specifiek repertoire.

  • Haar "Acoustic Quartet" speelt vooral Griekse traditionele muziek. Het bestaat uit haarzelf ( lafta en zang), Stratis Psaradellis ( politiki lyra ), Yorgos Ventouris (contrabas) en Vangelis Karipis (percussie). Ze willen dicht bij de traditie blijven, met veel respect voor de originele uitvoering, wat niet wegneemt dat ze er toch ook wel iets van zichzelf willen inleggen.
  • Het " Martha Mavroidi Trio", opgericht in november 2010, heeft dezelfde bezetting als haar kwartet, minus Stratis Psaradellis. Met dit trio doet ze meer hedendaagse dingen, steeds gebaseerd op de traditionele muziek maar met moderne bewerkingen en met veel ruimte voor improvisatie. Ze beperken zich niet tot Griekenland alleen, maar ze halen hun inspiratie uit de hele Balkan en nog verder.
  • Dan is er nog het "Happy Hour Choir", waar ze in 2009 mee begon. Dit is een vocaal ensemble dat bekende en minder bekende nummers zingt uit zowel het Griekse als het buitenlandse repertoire, met de stemmen van de koorleden als enige instrument. De bezetting wisselt voortdurend, gewoon omdat dit "koor" in feite bestaat uit de deelnemers van een uitgebreide workshop, die maanden achter elkaar naar het slotconcert toewerken. De meest recente editie loopt bijvoorbeeld van december 2014 tot maart 2015, met in totaal 12 sessies van telkens 3 uur.

Het onderscheid tussen de groepjes is niet zonder belang. In januari 2014 kwam ze naar Brussel met haar " Martha Mavroidi Trio", nu staat er " Martha Mavroidi Acoustic Trio" op de affiche van de Art Base. Dat is niet zomaar een dichterlijke vrijheid, want uit een vergelijking van de aangekondigde muzikanten met die van haar verschillende groepjes blijkt dat het hier in feite gaat om haar "Acoustic Quartet min één", want zonder Vangelis Karipis . En inderdaad: het programma zou deze keer vooral bestaan uit traditionele nummers van Griekenland en het oostelijke Middellandse-Zeegebied.

Dat laatste is relatief nieuw voor haar, in de zin dat haar discografie tot voor kort in andere richtingen leek te wijzen. Maar ook die discografie geeft geen accuraat beeld. Elk album heeft weliswaar een eigen karakter, maar dat is gewoon omdat ze er telkens een coherent geheel wil van maken. Ze doet dus telkens maar één soort liedjes in één doosje, ook al is ze tegelijk met nog andere dingen bezig.

Haar debuut-album "The Garden of Rila" (Ο κήπος της Ρίλα) bracht haar in 2010 meteen op de radar als aanstormend talent. Ze noemt het zelf "een kruispunt van Balkan-klanken", waarop "klanken, beelden en verhaaltjes uit verschillende regio's in elkaar overlopen". Sommige liedjes zingt ze zelfs in twee talen: in één daarvan zingt ze eerst in het Grieks en dan schakelt ze over naar de originele Albanese tekst, in een ander doet ze het omgekeerd: eerst het originele Rum, dan het Grieks. Veel van de liedjes hebben een Albanees of Bulgaars tintje.

Op twee liedjes na heeft ze al de muziek zelf geschreven. De ene uitzondering is van de hand van Antonis Apérgis , de andere van Pantelis Stoikos . Deze laatste is met zijn trompet ook nadrukkelijk aanwezig in het klankbeeld, maar hij loopt daar niet alleen rond, er staan nog andere zwaargewichten op de hoes: Alexandros Arkadopoulos ( klarino ) bijvoorbeeld, of Kostas Meretakis (slagwerk), of Kostas Theodorou (percussie). Ook Periklis Papapetropoulos is van de partij, de man die haar leraar was in Pallini en die haar niet alleen saz leerde spelen maar haar ook de liefde voor de traditionele muziek bijbracht.

Tijdens haar verdere studies raakte ze vooral geboeid door de Bulgaarse traditionele muziek. De titel van de cd verwijst daar ook naar. "Balkan betekent berg", zegt ze, "en het Rila gebergte (in Bulgarije) is de hoogste bergketen van de hele Balkan". Daar staat een klooster met een verborgen tuin, de laatste rustplaats van de monniken, en "het is in die afgelegen oase van rust dat het idee voor de elf liedjes van deze cd ontstaan is".

Eind 2010 - dus rond de tijd dat de "Garden of Rila" klaar was - richtte ze het Martha Mavroidi Trio op. Met hen speelt ze hedendaagse muziek, maar dan wel gestut op muzikale tradities van de Balkan, aangevuld met improvisaties. Dat resulteerde in januari 2012 in een tweede album "Portaki" (Πορτάκι, Deurtje) . Eén liedje werd gecomponeerd door Yorgos Ventourís, de contrabassist van het Trio, en één tekst is gebaseerd op een gedicht van de Perzische dichter en mysticus Jalāl ad-Dīn Muhammad Rūmī (1207-1273). Al het overige is van haar eigen hand.

Ze zegt over dit album dat het "een sprong in het onbekende" is. "Als je zovele jaren bezig geweest bent met deze muzikale tradities, dan ontstaat er op een gegeven moment de behoefte om daar zelf wat mee te gaan doen, om je eigen grenzen te gaan verkennen", legt ze uit, en "het 'Poortje' is meteen ook de uitgang naar de vrijheid". De tekst van dat liedje sluit daar inderdaad bij aan: langs het "Portaki" verlaat ze de tuin (die van Rila, allicht), en het lijkt haar alsof ze daar veel te lang is gebleven, maar de wereld daarbuiten is dan wel dreigend en donker, en de toekomst onzeker.

Dat belette niet dat het "Portaki" goed onthaald werd, en met het trio trad zij in 2012 op in Zweden, Frankrijk, Spanje, Turkije, Griekenland en Cyprus - en in januari 2014 waren ze dan voor de eerste keer in Brussel.

Maar ook al was het dan "een deur naar de vrijheid", het was zeker geen bevrijding uit een keurslijf, want tegelijkertijd bleef ze met haar "Acoustic Quartet" nog altijd met veel plezier de meer traditionele nummers spelen.

Dat mondde in oktober 2014 uit in een derde album, met de titel "Αγιωργίτικο" (Agiorgitiko) . Letterlijk betekent dit "van Agios Yorgos", dus Sint Joris, en het is meteen ook de naam van een druivensoort die veel voorkomt in Griekenland, vooral op de Peloponnesos, maar ook in Macedonië en Attika (niet te verwarren met de αγιορείτικο, zonder -γ- en met -ο- in plaats van -ω-, een andere druivensoort die genoemd is naar de Agion Oros , de Heilige Berg Athos , en die op Chalkidiki groeit). Maar in bepaalde streken van Griekenland is "Agiorgitis" ook gewoon de volkse benaming voor de maand april, omdat Sint Joris in die maand de marteldood stierf (op 23 april 303, om precies te zijn). Ook in de orthodoxe traditie staat hij bekend als "drakendoder", en dat verklaart dan meteen waarom er op de cover van het nieuwe album een (overigens uiterst aaibare) draak staat afgebeeld met een lans er doorheen.

De inhoud van het album is minder gewelddadig. Het bevat vooral traditionele liedjes van de Egeïsche eilanden en van Klein-Azië, maar er staan ook een paar nieuwe nummers op. Het ene is van Martha Mavroidi zelf, het andere is van Stathis Koukoularis - en dat is niet niks.

De blinde violist Stathis Koukoularis ( Στάθης Κουκουλάρης ) is namelijk één van de monumenten van de traditionele muziek, en dan meer bepaald van de eilandmuziek. Geboren op Naxos in 1945 speelt hij al viool sinds 1960. In de meer dan een halve eeuw tussen toen en nu heeft hij met alle groten in het vak gespeeld, niet alleen binnen de nisiotika maar ver daarbuiten, en samen met hen heeft hij meer dan 4000 platen opgenomen - of 5000, hij is de tel kwijt. Hij speelt bijvoorbeeld ook mee - als violist - in de film "Rembetiko" van Kostas Ferris, onder meer in het indrukwekkende "Mana mou Ellas" (Moedertje Griekenland). Ondanks zijn leeftijd zit er nog helemaal geen sleet op, ook al treedt hij niet zo vaak meer in het publiek op.

Merkwaardig is wel dat hij slechts drie eigen cd's op zijn naam heeft staan, en die zijn alle drie verschenen in 1995. Eén daarvan heette "Από τη Μικρασία στο Αιγαίο" (Apo ti Mikrasia sto Egeo, Van Klein-Azië tot de Egeïsche Zee). Die werd in 2001 heruitgegeven, maar afgezien daarvan zat er dus bijna twintig jaar tussen de vorige persoonlijke cd van Koukoularis en de "Agiorgitiko". En die maakte hij dan nog met zo'n jong ding uit de stad, waarvan het zeer de vraag was of ze eigenlijk wel voeling had met de eilandmuziek. Ze had daar immers nog helemaal niets mee gedaan - dacht het publiek toch.

Koukoularis moet intussen beter geweten hebben. De cd kwam immers niet zomaar uit de lucht vallen, er was een lange samenwerking aan voorafgegaan. Al in september 2013 bijvoorbeeld zorgde Martha Mavroidi , samen met haar kompanen, voor de begeleiding van Koukoularis toen deze een concert gaf in de tuin van het Muziekinstrumentenmuseum in de Plaka in Athene. Dat concert werd aangekondigd als "een authentiek concert met traditionele eilandmuziek". Dat zal dan wel een accurate beschrijving geweest zijn, want dit museum wordt geleid door de bekende etnomusicoloog Lambros Liavas , en die laat zich op dit terrein niks wijsmaken. Bovendien hadden ze datzelfde concert goed twee weken eerder in het hol van de leeuw gegeven, op Paros, en ook daar waren ze heelhuids, dus zonder pek en veren, weer weggeraakt.

Die gezamenlijke optredens van Koukoularis en Mavroidi werden verder gezet in 2014, onder andere in maart in Athene, in juli op Naxos, en in augustus op Santorini. Op de affiche van dat laatste concert stond toen al dezelfde draak die enkele weken later de cover van de cd "Agiorgitiko" zou sieren. En ook dat concert heette "Apo tin Mikrasia sto Egeo", de titel dus van de succesplaat van Koukoularis uit 1995, maar meteen ook de inhoud van de nieuwe cd met Mavroidi .

Het lijkt raar dat Martha Mavroidi zich nu ineens met muziek van de Egeïsche eilanden gaat bezighouden, maar dat is het helemaal niet.

Ze heeft er om te beginnen de nodige kennis voor in huis. Die heeft ze niet alleen overgehouden aan haar jarenlange studies, maar de basis heeft ze meegekregen van haar vader, de bekende en vroegtijdig overleden etnomusicoloog Marios Mavroidis (1950-1997). Die gaf les aan het Muzieklyceum van Pallini, waar zijn dochter naartoe ging, maar ook aan de "Ionian University" op Corfu. Hij was daar verbonden aan de faculteit muziekstudies. Die werd pas in 1992 opgericht, hij heeft er dus niet lang gedoceerd, maar dat was voldoende om indruk te maken op zijn studenten. In 2000 werd er een vereniging van alumni opgericht en die werd naar hem genoemd. Hij wordt ook nadrukkelijk vermeld in het cv van zijn oud-leerlingen die iets bereikt hebben op muzikaal gebied, en dat zijn er nogal wat. Onder hen bijvoorbeeld Charis Lambrakis, Kyriakos Tapakis ., Angelos Polychronou (van Mode Plagal), Nikos Papanastasiou (accordeon voor o.a. Alkinoos Ioannidis), ...

Professor Mavroidis was, net als zijn dochter later, bijzonder actief, en dat heeft op verschillende terreinen blijvende sporen nagelaten. Zo was hij bijvoorbeeld in 1989 één van de oprichters van het IEMA (Ινστιτούτο Έρευνας Μουσικής και Ακουστικής, Instituut voor de Studie van Muziek en Akoestiek), en hij was, samen met de componist Stefanos Vasiliadis (1933-2004), één van de drijvende krachten achter het fenomeen van de "Muzikale Scholen". Het was hun niet aflatende inzet die uiteindelijk leidde tot de oprichting, in 1988, van het eerste van een hele reeks, dat van Pallini, met als gevolg dat de Griekse traditionele muziek zijn intrede deed in het reguliere curriculum - met verstrekkende gevolgen, getuige de indrukwekkende hoeveelheden getalenteerde musici die er daar "geproduceerd" werden.

Hij had ook de leiding over een project om de "Hydravlos" na te bouwen. Dit door water aangedreven orgel (letterlijk "waterfluit") stamt uit de derde eeuw vóór Christus en het zou de voorloper geweest zijn van de westerse kerkorgels. Er werden slechts (fragmenten van) twee exemplaren gevonden, en het was dus geen sinecure om het te reconstrueren (meer hierover op onze pagina over de avlós ). De toenmalige Griekse minister van cultuur reisde met het resultaat apetrots heel Europa rond. In februari 2003 stelde hij het ook in Brussel voor, tijdens de officiële opening van de tentoonstelling "Geschenk der muzen". Marios Mavroidis was toen al wel overleden, maar zijn project was verder afgewerkt door Christoph Stroux, de Duitse musicoloog die sinds 1992 in Athene woont en er directeur is van de "Music Library of Greece".

In tegenstelling tot zijn dochter Martha , die - zacht gezegd - actief met muziek bezig is, was vader Mavroidis een academicus "pur sang". Hij maakte zelf geen muziek, hij deed "alleen maar" onderzoek, maar dat resulteerde dan wel in verschillende publicaties en een aantal boeken, die ook in de buitenlandse vakpers nog altijd frequent geciteerd worden. Met zijn boeken probeerde hij niet alleen een stevige theoretische basis te geven aan de traditionele muziek, maar hij wilde dat ook doen op een manier die niet alleen voor academici toegankelijk was, maar ook voor praktizerende muzikanten. Naast de muziek van de Oude Grieken bestudeerde hij ook (en vooral) de traditionele muziek van het hedendaagse Griekenland, en daarbij was hij bijzonder geboeid door de invloeden van de oosterse muziek op de Griekse traditie.

Hij was bezig aan een uitgebreide vergelijkende studie toen hij vroegtijdig overleed. Het monumentale werk werd voltooid door .... zijn dochter Martha , bijgestaan door Sokratis Sinopoulos . Het boek verscheen in 1999 onder de titel "Οι μουσικοί τρόποι στην ανατολική μεσόγειο" (I mousiki tropi stin anatoliki mesogio, De muzikale modi van de Oostelijke Middellandse Zee). De 344 bladzijden dikke turf analyseert de verschillende muzieksystemen die daar in gebruik zijn (Byzantijns, Arabisch, Turks) en peilt naar de relevante gelijkenissen en verschillen. Daarmee is het zowat een bijbel geworden voor iedereen die in die richting met muziek bezig is.

En daarmee is dan meteen de link gelegd met "Agiorgitiko". Martha Mavroidi heeft die "bijbel" immers niet alleen gelezen, ze heeft er aan meegeschreven ook, dus minstens in theorie was ze meer dan voldoende onderlegd om zich met de muziek van Klein-Azië en van de Egeïsche eilanden te gaan bezighouden.

Dat het met de praktijk ook wel goed zit, dat viel al enigszins af te leiden uit haar twee eerste albums. In haar zang gebruikt ze zonder enig probleem de moeilijke en subtiele wendingen van liederen uit Griekenland en Klein-Azië, en dat combineert ze bovendien met stemtechnieken uit de Bulgaarse polyfonie.

Ze had tijdens haar studie inderdaad bijzonder veel belangstelling voor de Bulgaarse muziek. Ook dat is onrechtstreeks de "schuld" van haar vader. Ze had namelijk een cassette in handen gekregen met een radio-uitzending van hem (want dat deed hij ook al) over Bulgaarse muziek, en die had haar zozeer aangegrepen dat ze het bandje ontelbare keren heeft beluisterd. Dat is te horen aan haar "Garden of Rila", maar toch lonkt ze ook daar al richting Turkije. Het is in elk geval duidelijk dat ze met haar stem even goed overweg kan als met haar lafta .

Op de tweede cd, Portaki, komt dat een ietsje minder uit de verf, maar dat is gewoon omdat het een heleboel instrumentale nummers bevat, en enkele andere zitten meer in de hoek van de jazz. Toch is daar ook duidelijk te horen dat Mavroidi de moeilijke zangpartijen niet uit de weg gaat.

Maar ze doet nog veel meer met haar stem. Zo is ze bijvoorbeeld ook een geit. Een zingende geit dan nog wel. Ze is namelijk lid van het vocaal ensemble "Sanades", en een σανάδα (sanada) is het vrouwtje van de kri-kri, de wilde berggeit die enkel op Kreta voorkomt. Officieel heet die trouwens agrimi, of nog meer officieel Capra aegagrus cretica, maar wild is ze in elk geval. Het is een schuw en onafhankelijk dier dat schijnbaar zonder moeite de meest steile rotswanden opklautert. Vandaar dat het zowat het officiële symbool is van Kreta, en vandaar ook dat de meisjes van "Sanades" die naam kozen voor hun ensemble. Ook zij willen immers onafhankelijk zijn van stilistische vormvoorschriften, ze willen met hun stemmen experimenteren en de grenzen verkennen van hetgeen je met een menselijke stem zoal kan doen. De link met Kreta is niet ver te zoeken: het ensemble ontstond in 2007, in het kader van de workshops in het Labyrinth van Ross Daly op Kreta. Allicht is hun naam ook een knipoogje naar het feit dat ze a capella zingen, want "capella" is het verkleinwoord van het Latijnse capra , en dat betekent "geit".

Hoe dan ook, Martha Mavroidi zingt al een tijdje mee bij de Sanades, en met hen exploreert ze alle vormen van polyfonische zang die er in het Middellandse-Zeegebied te vinden zijn: Epirus, Macedonië, Bulgarije, Zuid-Italië, ... Maar ook een rembetika -componist als Apostolos Kaldaras is voor hen niet veilig, of Ierse traditionals, of eigenlijk eender wat. Het enige criterium: het mag niet te gemakkelijk zijn. Ze hebben ook eigen nummers.

De groep kende nogal wat succes, tot hun eigen verbazing overigens. Ze kregen ook huwelijksaanzoeken maar daar zijn ze tot nog toe niet op ingegaan. Ze werkten wel samen aan een plaat met de Chaïnides.

Martha Mavroidi zelf doet nog meer dan dat. Zo zingt ze mee in een echte opera. Ze is daar lid van een polyfoon koor dat miroloïa zingt, de traditionele klaagzangen die vooral bekend zijn in Epirus. Het libretto is een bewerking van "Η Φόνισσα" (I Fonissa, de moordenares), een roman van de belangrijke schrijver Alexandros Papadiamantis (1851-1911), op muziek gezet door de componist Yorgos Koumentakis (die ook de muziek schreef voor de Olympische Spelen in Athene in 2004, en nog heel veel meer). Het stuk gaat over een weduwe die het als haar taak ziet om het probleem van de bruidsschat op te lossen. Die bruidsschat moest geleverd worden door de ouders van de bruid, en voor arme gezinnen was het dus een regelrechte ramp als er voor de zoveelste keer een meisje geboren werd. De oplossing van de weduwe is even simpel als radicaal: ze verdrinkt ze één voor één. Uiteindelijk komt de politie haar op het spoor en ze slaat op de vlucht, maar ze sukkelt de zee in en ze verdrinkt zelf. Het stuk zit vol symboliek (de roman wordt niet voor niets beschouwd als het meesterwerk van Papadiamantis en meteen ook als één van de hoogtepunten van de recente Griekse literatuur) maar het zal in elk geval duidelijk zijn dat er meer dan voldoende aanleiding is om klaagzangen te zingen.

In het polyfone koor zijn ze met vier. Naast Martha Mavroidi zingt ook Irini Derébeï mee, ook al een oude bekende van het Art Base publiek. De twee anderen zijn Maria Kóti en Maria Melachrinoú. Die zijn allebei lid van de Chaïnides én van de Sanades. Laatstgenoemde, Maria Melachrinou, is vooral actief als instrumentaliste, onder andere op tambouras . Ze speelt ook mee op de eerste cd van Martha Mavroidi , en daarmee is de cirkel dan rond.

Het zal in elk geval duidelijk zijn dat Martha Mavroidi meer dan genoeg bagage als zangeres had om samen met Stathis Koukoularis een cd met muziek van Klein-Azië en de eilanden te maken. Minder duidelijk is (voorlopig) nog wat de aanleiding was voor die samenwerking.

Mogelijk heeft het iets te maken met het feit dat Martha Mavroidi sinds 2013 (ook nog) artistiek directeur is van het "Tinos World Music Festival". Op dat Cycladen-eiland was er al een jaarlijks jazz-festival, maar nu wilde men Tinos ook op de kaart van de wereldmuziek krijgen. De eerste editie was al meteen een succes, en als je de affiche bekijkt dan is het duidelijk dat Martha heel wat vrienden heeft overgehouden aan haar eerdere samenwerkingen, en dat die geen neen zegden toe ze hen uitnodigde voor "haar" festival.

Stathis Koukoularis stond toen niet op de affiche, maar in mei 2013, vlak vóór de eerste editie van het festival, vroeg men haar in een interview naar de muzikanten die haar het meest beïnvloed hadden. In eerdere interviews was haar dat ook al gevraagd - de vragen zijn eigenlijk altijd dezelfde - en doorgaans gaf ze dan een ontwijkend antwoord. Deze keer gaf ze, zij het met veel voorbehoud, toch een reeks namen, en ze noemde Stathis Koukoularis als eerste. Maar de volgende vraag was dan alweer zo'n klassieker, namelijk "wat zijn je toekomstplannen?", en daar had ze het alleen over een workshop improvisatie die ze in de zomer van 2013 in het "Labyrinth" van Ross Daly zou gaan geven, en over een tournee in Zweden, maar ze repte met geen woord over een nieuwe cd met Koukoularis , en al evenmin over de optredens met hem die enkele maanden later zouden beginnen.

Het is dan interessant om naar de muzikanten te kijken die op "Agiorgitiko" meespelen. In de eerste plaats is er natuurlijk Stathis Koukoularis himself (viool), maar ook zijn zoon Vangelis Koukoularis ( laouto ) zou meedoen. Dan is er natuurlijk ook Martha Mavroidi ( lafta , zang), samen met haar kompanen Yorgos Ventourís (contrabas, gitaar en laouto ) en Vangelis Karipis (slagwerk). Er zijn echter nog twee andere jonge muzikanten, namelijk Spiros Balios en Nikos Papadakis. Die spelen allebei laouto , maar ze richtten samen ook "Violins Productions" op, dat op Paros gevestigd is. Ze zijn zelf van dat eiland afkomstig en vonden dat er daar te weinig infrastructuur aanwezig was voor concerten en dergelijke. Dus verlieten ze Athene en startten op Paros een bedrijfje dat begon met het verhuren van geluidsapparatuur, maar intussen is uitgebreid tot het zelf organiseren van evenementen. Ze hebben ook een eigen studio, en ze zijn bovendien gestart met het produceren en uitgeven van platen - waaronder "Agiorgitiko". Voeg daar nog het feit aan toe dat Yorgos Ventouris zelf óók van Paros afkomstig is, en dan hebben we daar misschien de "missing link".

Wat ook de ontstaansgeschiedenis moge zijn, de cd is er inmiddels, en allicht zal hij tijdens de concerten in de Art Base te verkrijgen zijn. Meer dan waarschijnlijk zal Martha Mavroidi er ook een paar nummers van laten horen.

Zij en haar "trio-kwartet" geven in Brussel niet alleen concerten. Net als vorige keer in januari 2014 zal Martha Mavroidí ook nu weer een workshop vocale technieken verzorgen. Daarin komen zowel het repertoire als de voornaamste stijlfiguren van de traditionele Griekse muziek aan bod, met nadruk op Thracië, Macedonië en Klein-Azië. Dat gebeurt aan de hand van een paar liedjes uit elk van die regio's. De deelnemers krijgen daarvan de partituren, maar ook wie geen noten kan lezen, kan deelnemen.

Die workshop in Brussel vindt plaats op zondag. Meteen daarna zit Martha Mavroidi alweer op het vliegtuig naar Athene, want elke maandagavond leidt ze in Cholargós, een voorstad ten noord-oosten van Athene, het "Traditioneel Koor", dat in 2012 opgericht werd als onderdeel van de plaatselijke afdeling van het Nationaal Conservatorium (ze doceert er trouwens ook zang en lafta ), en op dinsdag begint er in Athene zelf dan de eerste sessie van een nieuw "Happy Hour Choir".

Vóór ze naar Brussel komt is het al even druk. Op 19 november gaat de opera "I fonissa" in première in het Megaro Mousikis in Athene, en er zijn nog voorstellingen op 21, 23 en 26 november. De dag nadien, op donderdag 27 november, treedt Martha Mavroidi met haar trio op in Parijs. Dat is dan wel haar "echte" trio, dus met meer hedendaagse muziek. Dan gaat het weer terug naar Athene, voor de lessen van maandag, en vrijdag is ze dan in Brussel. Wat ze tussenin doet weten we niet, dat moet u haar maar zelf vragen...

Praktische gegevens
Vrijdag 5 december, 20u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

Tickets: € 12,50. Reductietarief: € 7,-. (Een kaart voor tien concerten kost € 100,-)

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
Zaterdag 6 december, 20u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

Tickets: € 12,50. Reductietarief: € 7,-. (Een kaart voor tien concerten kost € 100,-)

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
Vocale workshop Griekse traditionele muziek
Zondag 7 december, van 11u00 tot 15u00, Art Base, p/a Marnixlaan 19A, 1000 Brussel (B)

Opgelet: andere locatie!

Deelname: € 40,-.

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 17/11/2014

Terug naar het begin van deze pagina.


Enkel dit evenement afdrukken

Kosmokrators

"Rebetiko F-NL-EL"

De groep "Kosmokrators" brengt, zoals ze het zelf zeggen, "Griekse rebetikaliederen in het Nederlands, Frans en Grieks. De teksten zijn vertalingen van het origineel, niet altijd letterlijk maar met behoud van het authentieke harde en ondergrondse karakter. Het thema bij uitstek is de wereld van de manges , de taaie muzikanten, stoere binken en hasjrokers uit Athene en Piraeus. Steeds gaat het om doorgewinterde teksten, soms aangepast aan het hier en nu, soms hard, soms teder, maar altijd voorzien van een flinke dosis humor".

De groep bestaat uit:

  • Frans De Clercq : zang en bouzouki
  • Karsten De Vilder : zang en gitaar
  • Dimi Dumo : zang en percussie
  • Michel Karakatsanis : zang en bouzouki

Meer over deze groep leest u op onze juni 2012 pagina, toen ze nog aan het begin van hun wereldveroveringstocht stonden, en inmiddels natuurlijk ook (en vooral) op hun eigen webstek http://kosmokrators.webklik.nl/ .

Praktische gegevens
Vrijdag 12 december, 20u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

Tickets: € 12,50. Reductietarief: € 7,- Een kaart voor tien concerten kost € 100,-.

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 17/11/2014

Terug naar het begin van deze pagina.


Enkel dit evenement afdrukken

Grieks Kerstfeest

Culturele Vereniging van Thracië

Het traditionele Kerstfeest van de Culturele Vereniging van Thraciërs te Brussel vindt dit jaar opnieuw plaats op de laatste zaterdag van december. Dit feest kan elk jaar op een uitzonderlijk hoge opkomst rekenen.

Voor de muziek zorgt, net als vorig jaar, het orkest "Akroama" uit Stuttgart. Dat bestaat uit acht personen, waaronder ook een zangeres en een zanger. De instrumenten zijn een mix van traditioneel en modern: enerzijds klarino , gaida , laouto en lyra , en anderzijds bouzouki , gitaar en keyboards. Hun repertoire is dan ook veelzijdig: van dimotika over laïka tot endechno , maar ook "rockakia". Bij de "specialiteiten van het huis" noemen ze de pontiaka (muziek van de Pontos-streek) en de laïka van de jaren zestig. Een voorsmaakje vindt u op hun website http://www.akroama.de .

Verder zijn er de gewone ingrediënten, zoals enkele dansvoorstellingen door de drie dansgroepen van de vereniging, een tombola, en natuurlijk ook eten, drinken en dansen.

Praktische gegevens
Zaterdag 27 december, 19u00, Recreatiecentrum Itterbeek, Keperenbergstraat 37b, 1701 Itterbeek (Dilbeek - bij Brussel) (B)

Inkomprijs niet doorgekregen. Doorgaans ligt die in de buurt van € 10.

Reserveren is niet nodig en niet mogelijk. Kom wel op tijd want de zaal (en de parkeerplaats) loopt snel vol.

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 27/11/2014

Terug naar het begin van deze pagina.


Enkel dit evenement afdrukken

Nathan Daems Karsilama Quintet

Turkse zigeunermuziek met een Grieks tintje

De Belgische klarinettist, fluitist, componist Nathan Daems is hard op weg om een bekende naam te worden op de Vlaamse muziekpodia. Hij is dan ook bijzonder actief, met verschillende groepjes. Met het "Nathan Daems Quintet" speelt hij jazz, met het "Antwerp Gipsy-Ska Orchestra" brengt hij Balkanmuziek, met het "Ragini Trio" lonkt hij naar de Indische muziek die hij in jazz-arrangementen giet, en met zijn op-één-na-laatste project, "Black Flower", legt hij zich toe op Ethio-jazz.

Dat laatste is interessant omdat het zijn aanpak illustreert. De Ethio-jazz is een stijl die in de jaren '60 en '70 erg populair was in Ethiopië. Een plaatselijke muzikant, Mulatu Astatke (°1943), vermengde er westerse jazz (en pop, rock, funk en soul) met elementen uit de traditionele muziek van zijn thuisland. Het genre lijkt de laatste tijd aan een revival toe, die op gang kwam nadat de bekende regisseur Jim Jarmusch het gebruikte in zijn film "Broken Flowers" (2005). Op die manier bereikte het ineens een veel breder publiek en het maakte vooral furore bij liefhebbers van dansbare wereldmuziek. Op die manier kwam ook Nathan Daems er mee in aanraking. Hij raakte er meteen door gefascineerd en besloot er zijn eigen ding mee te doen. Dat houdt in dat hij er flarden dub, americana en afrobeat doorheen mengt, in die mate dat hij zelf het resultaat liever niet meer als Ethio-jazz omschreven ziet. De Vlaamse muziekrecensenten lijken zich daar niet al te zeer aan te storen, en het publiek ligt er al helemaal niet van wakker.

Het uitdeinende succes van Ethio-jazz (en zijn derivaten) is allicht toe te schrijven aan de pentatonische toonschalen waarop de traditionele Ethiopische muziek gebaseerd is. Mulalu Astatke is een westers geschoold muzikant en hij heeft bewust geprobeerd om de traditionele elementen te combineren met de twaalftonige westerse muziek zonder daarbij echter de eigenheid van het origineel te verliezen. Dat is min of meer hetzelfde als water en vuur samenvoegen, geen gemakkelijke opgave dus, maar hij lijkt er prima in geslaagd, en het pentatonische karakter komt er luid en duidelijk doorheen. In doorsnee westerse oren klinkt dat erg melancholisch, erg oriëntaals - en dus ook erg exotisch, en dat lijkt een breed publiek aan te spreken.

Nathan Daems heeft daar niet op gewacht om in de ban te raken van de oriëntaalse muziek. Het was eerder omgekeerd. Hij was daar immers al lang door gefascineerd en het was precies daarom dat de Ethio-jazz hem meteen aansprak.

Dat alles vinden we klaarblijkelijk ook terug in zijn nieuwste project, het "Nathan Daems Karsilama Quintet" , dat opgezet is rond de Griekse en Turkse zigeunermuziek. Zoals hij het zelf uitdrukt: "De muziek klinkt door haar Arabische roots heel oriëntaals en is tegelijk heel vurig en biedt een grote vrijheid op het vlak van improvisatie door de invloed van de zigeuners". En het persbericht voegt daar nog aan toe: "Dit repertoire reisde 50 jaar geleden samen met de Turkse migranten naar onze contreien en wordt vandaag op een boeiende en persoonlijke manier geassimileerd door Nathan Daems. [Hij] brengt een repertoire met nieuwe composities en traditionals".

Voor dit project deed hij een beroep op muzikanten waarvan hij naar eigen zeggen "droomt om mee te spelen". Concreet ziet zijn kwintet er als volgt uit:

  • Tcha Limberger : viool
  • Dimos Vougioukas : accordeon
  • Tristan Driessens : outi
  • Niki Aleksandrov : percussie
  • Nathan Daems : saxofoon, ney , Turkse kaval

De naam van het ensemble, Karsilama Quintet, is allicht vooral gekozen omdat het exotisch klinkt, want het valt niet te verwachten dat ze zich zullen beperken tot de volksdans in 9/8 maat die onder de naam karsilama bekend is, zowel in Turkije als in Griekenland.

De naam is zonder enige twijfel Turks. Het Turkse woord karşılama betekent eigenlijk "onthaal", of ook "compensatie". Het is afgeleid van karşı (de overkant), en als je iemand onthaalt, dan sta je er uiteraard recht tegenover, met het gezicht naar de bezoeker toegekeerd. Dat is ook precies hoe deze dans uitgevoerd wordt, door twee personen die tegenover elkaar staan en kleine pasjes uitvoeren. Dat is in elk geval het basispatroon, er zijn - uiteraard - streekgebonden verschillen.

De karsilama zou ontstaan zijn in het noordwesten van Turkije en daar komt hij ook nog steeds veel voor. Zijn aanwezigheid in Griekenland wordt doorgaans op rekening geschreven van de bevolkingsuitwisseling van 1922. De dans zou dan meegekomen zijn met de Griekse vluchtelingen uit Klein-Azië. Dat is echter niet de enig mogelijke verklaring, want de Griekse καρσιλαμάς wordt vooral gedanst in die delen van Griekenland die ofwel kort bij Klein-Azië liggen, ofwel er van oudsher goede verbindingen mee hadden: Thracië, Cyprus en de meest oostelijk gelegen Egeïsche eilanden bijvoorbeeld. Daar zou hij dus ook gewoon "inheems" kunnen zijn. Er is (in bepaalde streken) trouwens ook een goed-Griekse benaming voor deze dans, namelijk antikristós (αντικρυστός), en dat woord is afgeleid van het Oud-Griekse αντίκρυ dat "tegenover" betekent. Dat zou er dan kunnen op wijzen dat de dans al veel langer in Griekstalige kringen gedanst wordt (anders zou het allicht bij het "vergriekste" leenwoord karsilamas gebleven zijn) en misschien is het zelfs niet overdreven om de oorsprong bij de Oude Grieken te gaan zoeken - een theorie die in Griekenland uiteraard veel aanhangers kent.

Feit is wel dat de dans eigenlijk a-typisch is voor Griekenland, waar de meeste traditionele dansen eigenlijk reidansen zijn. Dat zou dan weer op import kunnen wijzen, maar het kan evengoed een "her-import" zijn.

Niet dat het er allemaal veel toe doet, ook al omdat - zoals gezegd - het niet te verwachten is dat de karsilama (de dans) een belangrijke rol zal spelen in de Karsilama (het project) van Nathan Daems.

Het is dan ook niet om die reden dat we dit project - zij het na enige aarzeling - een plaatsje gaven op onze website over Griekse muziek. De voornaamste reden is dat ook de Griekse accordeonist Dimos Vouyoukas deel uitmaakt van het kwintet, en bovendien zou hij specifiek aan boord gehaald zijn om voor de Griekse invloeden te zorgen. Dat is hem wel toevertrouwd. De man beschikt immers over een diepgaande encyclopedische kennis van de muziek van het Oostelijke-Middellandsezeegebied, de Balkan en alles wat daar in de buurt ligt. Meer nog: hij kan die kennis ook nog communiceren, niet alleen tijdens seminars en workshops naar zijn leerlingen, maar ook gewoon op het podium naar zijn collega's toe. Het zou overigens niet de eerste keer zijn dat hij in een jong groepje gaat meespelen en daar dan spontaan de leiding toegeschoven krijgt.

Dat zal hier misschien iets minder uitgesproken het geval zijn, ten eerste omdat de andere muzikanten zelf ook wel zwaargewichten zijn, en ten tweede omdat ze met z'n allen vier dagen in residentie gaan alvorens het project op het publiek los te laten. Er is dus voldoende tijd om elkaar te vinden.

Het resultaat gaat op zaterdag 6 december in première in Oostende, maar eerst is er nog een avant-première in Antwerpen. De details staan hieronder.

Praktische gegevens
Vrijdag 5 december, 20u00, Rataplan, Wijnegemstraat 27, 2140 Borgerhout (B)

Tickets: € 12 in voorverkoop, € 14 aan de kassa (met reductie: € 10 resp. € 12).

Voorverkoop en meer informatie: http://www.rataplanvzw.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
Zaterdag 6 december, 20u00, Vrijstaat-O, Koning Boudewijnpromenade 10, 8400 Oostende (B)

Tickets: € 9 in voorverkoop (excl. € 1 reservatiekosten), € 12 aan de kassa.

Meer info en voorverkoop: http://www.vrijstaat-o.be/nathan-daems-karsilama-quintet/

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
Nieuwjaarsconcert
Dinsdag 20 januari, 19u00 , Kelderzaal, De Centrale, Kraankindersstraat 2 (Ingang Ham 72), 9000 Gent (B)

Het concert wordt vooraf gegaan door een inleidend woord van de voorzitter van vzw De Centrale en de Schepen van Cultuur van Gent.

Het concert is gratis, maar men vraagt wel om uw komst te bevestigen via: [aanvragen e-mail adres]

Meer info op http://www.decentrale.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
Optreden met de Kalman Balogh Gypsy Cimbalom band
Vrijdag 23 januari, 20u00, Muziekpublique/Molière theater, Naamsepoortgalerij, Bolwerksquare 3, 1050 Brussel (Elsene) (B)

Tickets: € 13 in voorverkoop, € 15 aan de kassa (€ 9 voor leden van Muziekpublique).

Meer info en reserveren: http://www.muziekpublique.be/nieuws/concerten/article/nathan-daems-karsilama-quintet-be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
Vrijdag 30 januari, 21u00, Het Bruggenhuis, Majoor Van Lierdelaan 50, 9500 Geraardsbergen (Overboelare) (B)

Inkomprijs: niet doorgekregen. Gereduceerde tarieven voor studenten en voor het concert in combinatie met eten.

Op vrijdag is het Bruggenhuis open van 17u tot 24u. De keuken is open vanaf 18u en sluit op concertavonden om 20u30. Reservatie voor het eten is wenselijk.

Meer informatie op: http://www.hetbruggenhuis.be/

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 03/12/2014

Terug naar het begin van deze pagina.


Enkel dit evenement afdrukken

Koukla Mou & Stefanos

Op het Winters Binnen Festival

Het "Winters Binnen" festival zorgt voor "drie dagen lang theater, muziek en verhalen in huiskamers, winkels, cafés en op andere onverwachte locaties in Amsterdam-Noord". Het al aan zijn vijfde editie toe en daarom werd het programma extra uitgebreid gemaakt.

Deze keer zit er ook Griekse muziek in het aanbod, en daarvoor zorgt "Koukla Mou". Over hen leest u meer op onze april 2014 pagina, naar aanleiding van de eerste editie van het "Amsterdam Rembetiko Festival", dat zij toen mee op gang trokken.

Op de website van "Winters Binnen" ( http://wintersbinnen.nl ) worden ze aangekondigd als volgt: "Koukla Mou speelt Griekse folk muziek uit begin en halverwege 20ste eeuw. Ze nemen je mee naar het universum van Roza Eskenazi, Vamvakaris, Bidayalas- Koukla en anderen".

Praktische gegevens
Zaterdag 13 december, 17u30, Winters Binnen Festival, Buikslotermeerplein 15-17, 1025 ES Amsterdam (NL)

Meer informatie: zie http://wintersbinnen.nl/omni_portfolio/koukla-mou .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 12/12/2014

Terug naar het begin van deze pagina.


Valid XHTML 1.0 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.