Geschiedenis-kolonels-invloede
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Links Biografie Geschiedenis Instrumenten
Albanie Griekenland Cyprus

Geschiedenis van Griekenland

Deze pagina afdrukken

Het Kolonelsregime

Invloeden op de muziek

De militaire junta in Griekenland bewerkstelligde op muzikaal vlak onder meer de heropleving van het lichte populaire lied. Bovendien creëerden de plotselinge politieke en maatschappelijke veranderingen in Griekenland een pro-westers klimaat en ongemerkt werd de muziek steeds westelijker, met nog weinig bouzouki-muziek. Dit proces was eerder, reeds in de na-oorlogse jaren, van start gegaan maar werd nu nog intensiever. Oosterse elementen werden geweerd.

De opmars van de Neo Kyma (Nieuwe Golf), een kunststroming die sedert het begin van de jaren '60 haar intrede deed en gepoogd heeft de kloof tussen het kunstlied en het populaire lied te dichten, werd gestuit. Deze kunststroming vertoonde namelijk alle maatschappelijke kenmerken die haaks stonden op die eigen aan een dictatuur. Haar adepten waren wel niet politiek geëngageerd maar streefden vooruitstrevende geestelijke en democratische waarden na. De manier van ontspanning en vermaak, vooral van de jonge generatie, was helemaal niet naar de zin van de kolonels die de oorden van verderf in de uitgaanscentra lieten sluiten.

Ook de rembetikamuziek kende een revival, zij het vooral ondergronds, zoals iedere keer trouwens wanneer Griekenland in een crisis verkeert. Hetzelfde fenomeen deed zich voor onder de dictatuur van Metaxas en tijdens de Duitse bezetting .

Daarnaast werden de Andartika Tragoudia , de liederen van het verzet tegen de Duitsers en van de Burgeroorlog , nieuw leven ingeblazen. In verschillende clubs in Athene kon je zangers en zangeressen, uitgedost in een soortement militair uniform, met veel vuur de oude strijdliederen horen zingen. Uiteraard wist elke toehoorder dat het een verkapte aanklacht was tegen de dictatuur. Gelukkig voor hen kenden de Kolonels hun vaderlandse geschiedenis: ze wisten dat de bezongen gebeurtenissen twintig jaar eerder plaatsgevonden hadden, het kon dus niet over hen gaan. De censuur greep dan ook niet in. Het was in zo'n antartika-club dat Vassilis Papakonstantinou een indrukwekkend debuut maakte.

Op Mikis Theodorakis had deze periode een zeer grote invloed en wel zo dat in zijn muziek en liederen steeds meer, zoniet bijna uitsluitend, politieke thema's aan bod kwamen onder de vorm van protestliederen. Hij reisde onvermoeibaar rond en gaf overal concerten om het wereldgeweten wakker te schudden.

Door zijn gedwongen verblijf in het buitenland verloor Theodorakis echter gaandeweg de voeling met wat er in Griekenland leefde, vooral dan met de jongere generatie. Het ging in Griekenland ook niet meer om de strijd van links tegen rechts, maar wel om eendrachtig verzet tegen een dictatoriaal regime. Terwijl Theodorakis in buitenlandse ogen uitgroeide tot hét symbool van het verzet, namen in Griekenland zelf enkele jongere componisten de fakkel over. Vooral na de opstand van de Polytechnio luisterden velen naar muziek van Dionysios Savvopoulos en Yannis Markopoulos , die beiden kort voor de junta hun eerste platen hadden gemaakt en nu uitgroeiden tot symbolen, ook al was hun boodschap uiterst subtiel verpakt.

In de jaren na de junta was de algemene teneur in de muziek ernstig en zwaar beladen. Deze geestesgesteldheid uitte zich in de kunstliederen ( endechna) met zeer geleerde poëtische teksten, een verfijnde vormgeving en een grote politieke geladenheid. Dit maakte deze muziek voorbestemd voor slechts een selecte groep mensen. Het gewone volk snakte naar goede populaire muziek met hedendaagse thema's. De groep jonge talentvolle musici rond Nikos Xydakis , mede onder impuls van Dionysis Savvopoulos, kwam hieraan tegemoet en schiep, in navolging van de Neo Kyma, een nieuwe soort populaire muziek ( laïka) geschoeid op de populaire liederen van de jaren '50, maar met een andere invulling. De aarde van het muzikale onderbewustzijn van de Grieken, die in deze post-dictatoriale jaren gebukt gingen onder een zware schuldlast van ethische en wettelijke normen, werd met deze muziek omgewoeld. Oosterse elementen werden weer uit de kast gehaald en gecombineerd met westerse. Nikos Xydakis is trouwens een meester in het bewerken van de oosterse "makams", toonschalen die voordien in Griekenland enkel gebruikt werden in de "amanédes" (liederen met als onderwerp diepe treurnis, meegebracht door de Grieken uit Klein-Azië, en gekenmerkt door het veelvuldig gebruik van het woord "aman") en in de rembetika. In de rembetika worden de makams "drómi" genoemd. Ook oosters waren de instrumenten die (opnieuw) gebruikt werden: de outi , het kanonaki , de bouzouki en de baglamas . Het recept was niet nieuw; er werden oude en nieuwe elementen met elkaar gecombineerd, met een juist evenwicht tussen "pathos" (de innerlijke scheppingsdrang) en vermaak. Maar deze muziek was zó fris en eigentijds en tegelijkertijd zó authentiek en ontegensprekelijk "Grieks" dat zij leidde tot een heroriëntatie van het populaire lied. Tal van andere componisten en vertolkers van de jonge generatie werden erdoor beïnvloed, vooral van de "School van Thessaloníki".

Het ontstaan van dit nieuwe, moderne populaire lied bewerkstelligde in de jaren '80 op haar beurt mee de heropleving van de "oude" rembetikamuziek. Denken we maar aan het succes van de muziek "Rembetiko", uit 1983, van Stavros Xarchakos voor de gelijknamige film.

  

Laatst bijgewerkt op : 2004-08-16

Inhoudsopgave

Vorige pagina
De val van de Kolonels

Volgende pagina
Geraadpleegde werken

Valid HTML 4.01 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.