Gogidis
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Links Biografie Geschiedenis Instrumenten

Biografieën van de website over Griekse Muziek

Thimios Gogidis

Muziek van Anatolikí Romilía

Thimios Gogidis (Θύμιος Γκογκίδης) is naar eigen zeggen geen beroepsmuzikant, in die zin dat hij eigenlijk nog een andere beroepsactiviteit uitoefent, maar dat maakt hem niet minder gedreven, wel integendeel. Hij zingt en speelt accordeon en gaïda (doedelzak).

De gaïda is één van de traditionele Thracische instrumenten bij uitstek, maar de accordeon is pas later ten tonele verschenen. Toch is Thimios Gogidis met zijn accordeon één van de belangrijkste muzikale vertegenwoordigers van Anatoliki Romilia , of Noord-Thracië. Anatoliki Romilia betekent letterlijk Oost-Roemelië en is dat deel van Thracië dat zich nu in het huidige Bulgarije bevindt, wat maakt dat deze streek voor de Grieken tot één van de "verloren gegane Griekse gebieden" behoort. Met zijn muziek garandeert Thimios Gogidis echter het voortbestaan van het culturele erfgoed van zijn voorvaderen en zorgt hij ervoor dat de herinnering aan de streek van herkomst blijft. Sterker nog, de traditie wordt niet alleen opgediept en ontstoft, maar wordt op een dynamische en authentieke manier levendig gehouden. Hoe heeft Thimios Gogidis het zover gebracht? Het antwoord is heel eenvoudig: Gogidis legt in zijn liederen zijn hart en ziel bloot. Zijn verloren vaderland heeft hem immers nooit onberoerd gelaten, en dat hoor je.

Thimios Gogidis
© Luc Pardon 2000
Thimios Gogidis, voor één keertje niet aan het werk

Thimios Gogidis werd nochtans niet in Anatoliki Romilia geboren, maar in Koufália bij Thessaloníki. Aangezien zich daar een groot aantal vluchtelingen uit Anatoliki Romilia vestigden, mogen we misschien stellen dat hij geboren is in "Nea Anatoliki Romilia" (Nieuw Oost-Roemelië), naar analogie van een aantal vluchtelingendorpen die op die wijze in Griekenland "herrezen". Hij zag het levenslicht op 1 april 1964, veertig jaar nadat de laatste golf Griekse vluchtelingen met het Verdrag van Neuilly gedwongen werden om met hebben en houden voorgoed naar Griekenland te verhuizen en hun eigendommen achter te laten. Zijn familie is afkomstig van de streek van Kavaklí, in Oost-Roemelië, dat ooit een belangrijk centrum was van de Griekse aanwezigheid in de regio.

Hij leerde de liederen van zijn moeder en op veertienjarige leeftijd begon hij, net als zijn grootvader, accordeon te spelen. Aanvankelijk speelde hij in allerhande traditionele orkestjes het originele repertoire van zijn land van afkomst. Nadien ging hij muziek studeren in Thessaloniki. Hij leerde er zes jaren lang harmonie, Byzantijnse muziek en accordeon .

Zijn liefde voor de muziek uit zijn vaderland veranderde stilaan in een passie. Lang vergeten en onuitgegeven liederen en melodieën kregen dankzij hem nieuw leven ingeblazen. Hij is een veel en graag geziene gast op voorstellingen en festivals van traditionele muziek in Griekenland, maar ook in West-Europa en Australië. Hij begeleidt regelmatig seminaries van traditionele muziek en dans uit gans Thracië, maar van Noord-Thracië in 't bijzonder. Men kan hem regelmatig horen en zien op radio en televisie, maar het allerbeste voelt hij zich al zingend en spelend tussen zijn publiek. Een feestavond met Thimios Gogidis, op zijn accordeon en/of gaïda , en met zijn zoon Christos als begeleider (met slagwerk als toumbeleki of daouli , of minder traditioneel op de synthesizer) is een garantie voor succes.

In België vertoeft hij vaak, zo was hij een echte sfeermaker op het Feestival in Gooik in 2001 en 2002. Een jaar eerder, in 2000, was hij in Brussel op uitnodiging van de Thracische Gemeenschap, speelde hij er ook op een feest van de Griekse Gemeenschap en was een graag gezien gast op de Grote Griekse dag naar aanleiding van honderd jaar Griekse aanwezigheid in Antwerpen.

Discografie van Thimios Gogidis

1998 - Η Ανατολική Ρωμυλία σήμερα! - Anatolikí Romilía símera! (Noord-Thracië vandaag!)

2001 - Μέχρι το τριαντάφυλλο - Méchri to triandáfyllo (Tot aan de roos) . Bij deze cd hoort een uitgebreid drietalig (Grieks-Engels-Frans) tekstboekje met veel achtergrondinformatie, illustraties, alle liedteksten en muziekpartituren. Deze zeer verzorgde uitgave bevat nooit eerder uitgegeven muziek en liederen. Het is een "document", in de verschillende betekenissen van het woord: het is de getuigenis van het leven, in al haar vreugde en verdriet, zoals dat was in een verloren gegaan gebied. Thimios Gogidis' muziek is een huldebetoon aan alle vluchtelingen van Oost-Roemelië die de geest, de cultuur en de tradities van hun streek in stand hebben gehouden. De cd ontleent haar titel aan een instrumentaal muziekstukje dat Dorozata heet en tevens de naam is van één van de varianten van de dans die erop gedanst wordt. Do-rozata is Bulgaars voor "Tot aan de roos". Gans het scala van invloeden vanuit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, van Bulgarije, Oost-Thracië en Constantinopel (beide in het huidigeTurkije), én uiteraard Grieks-Thracië komt aan bod en kan weergegeven worden dankzij de rijke instrumentatie die voor de productie gebruikt werd. Alleen jammer dat er aan de achtergrondinformatie geen kleine kaart van het gebied werd toegevoegd.

2003 - Θρακιώτικα ακούσματα - Thrakiótika akoúsmata (Thracische liederen en dansen) . In februari 2003 kwam Thimios Gogidis' derde cd uit. Deze cd kende in Griekenland, nog vóór hij op de markt kwam, via radio-en tv-uitzendingen een overdonderend succes. De cd bepaalt opnieuw de koers die Thimios Gogidis wil varen. Het is een mix van liederen en invloeden uit alle landen die zijn dierbare regio omringen, met name Bulgarije, de FYROM (Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië), Turkije en Griekenland... wat eigenlijk ooit eens het grote rijk Thracië was, lang vóór de huidige staatkundige grenzen bestonden.

2004 - Ανατολική Ρωμυλία, λίκνο ελληνισμού - Anatolikí Romilía, líkno ellinismoú (Noord-Thracië, wieg van het hellenisme)

2005 - Τα Θρακιώτικα - Ta Thrakiótika (Thracische muziek). Met deze cd was Thimios Gogidis één van de vijf genomineerden voor de beste plaat van 2005 in de categorie traditionele Griekse muziek op de zogeheten Mousiká Vraveía Aríon. Deze Griekse muziekprijzen werden in 2006 voor het vijfde jaar op rij uitgereikt en werden genoemd naar Arion, een beroemd dichter en citerspeler die omstreeks de zesde eeuw voor Christus op Lesbos leefde. Het principe is gebaseerd op de Amerikaanse Grammy Awards en de prijsuitreiking wordt rechtstreeks op televisie uitgezonden. Gogidis heeft de prijs niet gewonnen, maar een nominatie is op zich al een hele eer.

Thimios Gogidis heeft ondertussen reeds vijf persoonlijke cd's op zijn naam staan, maar hij heeft uiteraard nog aan tal van andere cd's meegewerkt.

Oriëntatie en wat geschiedenis

Balkan

Het Balkan-schiereiland bevindt zich, zoals u weet, in Zuidoost-Europa en omvat de landen van ex-Joegoslavië, Albanië, Bulgarije, Griekenland en Europees Turkije. De noordgrens wordt gevormd door de rivieren de Sava en de Donau, de andere natuurlijke grenzen zijn de Adriatische, Ionische, Egeïsche en Zwarte Zee.

Thracië

Het huidige Thracië ligt verdeeld over drie landen: Noordoost-Griekenland, Zuid-Bulgarije en Europees Turkije. De Grieken noemen deze drie gebieden respectievelijk: Thracië (Θράκη), Anatoliki Romilia of Oost-Roemelië (Ανατολική Ρωμυλία) en Anatoliki Thraki of Oost-Thracië (Ανατολική Θράκη).

Vroeger, in de vijfde eeuw voor Christus, vormde Thracië echter een veel uitgebreider gebied dat minstens het huidige Bulgarije helemaal omvatte. De precieze grenzen ervan zijn nu nog moeilijk te bepalen omdat het niet echt om een duidelijk geografisch vastgelegd gebied ging. De Thraciërs waren wilde krijgshaftige stammen die verspreid leefden over een uitgestrekt gebied in Zuidoost-Europa, tussen de Karpaten en de Egeïsche Zee. De Thracische stam der Odrysen ontpopte zich in de vijfde eeuw voor Christus tot de leidende stam en zo ontstond een groot Thracisch rijk onder de koning der Odrysen.

Anatolikí Romilía (Oost-Roemelië of Noord-Thracië)

Anatoliki Romilia betekent voor de Grieken één van de vele "Verloren gebieden" in de geschiedenis van Griekenland. Het is dat deel van (Zuid-)Bulgarije dat zich net boven (Grieks) Thracië bevindt, tussen het Rodopi- en het Balkan-gebergte, en zich uitstrekt tot aan de Zwarte Zee.

Sedert de prehistorie woonden er Thraciërs in de streek, die een beschaving parallel aan de Griekse ontwikkelden.

Vanaf het einde van de achtste eeuw voor Christus nam een grootscheepse Griekse kolonisatie haar aanvang, die zich richtte op het Middellandse-Zeegebied, de regio rond de Egeïsche Zee, de Zwarte Zee (Euxinos Pontos) en de Zee van Marmara (Propontis). In de vierde eeuw voor Christus kwam het tot een moeizame strijd tussen het Macedonisch imperialisme en de Thraciërs, die evenzeer expansionistische neigingen vertoonden. Na een aantal Thracische veldtochten, stichtte Philippus II van Macedonië omstreeks 341 voor Christus onder andere de stad Philippoupolis - het huidige Plovdiv in Bulgarije - dat later de hoofdstad van Noord-Thracië zou worden en de tweede grootste stad, na Sofia, van Bulgarije. Na Philippus II, zette zijn zoon Alexander De Grote de verovering van Thracië verder. Er volgde een periode van bittere rivaliteit tussen de grote machthebbers van de streek.

Thracië werd in de Romeinse periode zowel op cultureel als taalkundig gebied nog verder gehelleniseerd. Aanvankelijk werd het in 129 voor Christus door de Romeinen uitgeroepen tot openbaar gebied en in 46 na Christus werd het dan een Romeinse provincie. Maar volgens sommige bronnen lieten de Romeinse keizers toe dat steeds meer Grieken zich in de streek kwamen vestigen. De aanleg van de Romeinse verbindingsweg, de Via Egnatia, die van west naar oost liep en de Adriatische kust met Byzantium verbond, maakte de streek ook vrij toegankelijk. De Griekse aanwezigheid was het grootst in Oost-Roemelië en er werd voornamelijk Grieks gesproken.

In de Byzantijnse tijd vormde de streek een geducht bolwerk tegen invasies van Slavische stammen en ontpopte zich tot een belangrijk hoeder van het hellenisme.

Tijdens de Turkse bezetting kwamen Turkse en Bulgaarse bevolkingsgroepen zich in deze streek vestigen, aanvankelijk in kleine, onafhankelijke gemeenschappen.

Het Verdrag van Berlijn riep het gebied Noord-Thracië in 1878 uit tot een autonome provincie van het Turkse Rijk, met de naam Oost-Roemelië. Het stond onder een christelijke gouverneur. Maar deze onafhankelijkheid duurde niet lang. In 1885 werd Oost-Roemelië bij Bulgarije geannexeerd en verliest daardoor zijn onafhankelijkheidsstatuut. Deze inlijving bij Bulgarije had een grote bulgarisatie van de overwegend Griekse bevolking tot gevolg. Wat uiteindelijk ontaardde in etnische zuiveringen, de afschaffing van het onderwijs in het Grieks, en tenslotte, in 1906 leidde tot het verbod op het gebruik van het Grieks als taal.

Dit alles bracht met zich mee dat de Grieken geleidelijk maar systematisch gedwongen werden het gebied te verlaten. De eerste grote vluchtelingenstroom kwam op gang in 1907. Deze vluchtelingen gingen zich, met de steun van de Griekse regering, vooral in Thessalië vestigen. Sommigen van hen keerden later terug naar huis, maar werden tussen 1923 en 1928 opnieuw gedwongen om hun geboortegrond en hun bezittingen achter te laten, maar deze keer voorgoed. Het Verdrag van Neuilly in 1924, betekende immers de genadeslag voor het hellenisme in de streek. De vluchtelingen gingen zich nu overal verspreid over Centraal- en Noord-Griekenland vestigen. Ze brachten hun heel eigen cultuur mee naar hun tweede vaderland.

Streek van Kavaklí

Oost-Roemelië heeft, op het toppunt van haar helleense periode, tal van grootse nederzettingen voortgebracht, met een rijke lokale cultuur, een sociale structuur en een florerende bedrijvigheid. Zo'n regio was de provincie Ka(ï)vaklí, van waar de familie van Thimios Gogidis afkomstig is. Het is in die streek dat in de vijfde eeuw voor Christus de Thracische stam van de Odrysen leefde. Het gebied werd afgebakend door twee zijrivieren van de Evros, de Tountza (Tundza) en de Maritsa (Marica), en bevindt zich ten noorden van de huidige grenzen van het drielandenpunt Griekenland-Bulgarije-Turkije.

In de loop van haar geschiedenis heeft deze provincie verschillende namen gehad. Tijdens de Romeinse periode behoorde het tot de provincie Aemimonio, met Andrianoupolis (het huidige Edirne) als hoofdstad. In de Byzantijnse periode heette het Myleones of Paroria. En van de veertiende tot de negentiende eeuw: Mesomilia. Nadien kreeg de benaming Karyotika of Kaïvakliotika het overwicht, en daarvan werd nog later de naam Ka(ï)vaklí afgeleid. De provincie bestond in de negentiende eeuw uit twaalf steden en dorpen, met als gelijknamige hoofdstad Kavakli. Eind negentiende eeuw was de bevolking van Kavakli-stad, met twintigduizend inwoners, uitsluitend Grieks. In 1924 bleven er nog slechts negenduizend inwoners van Griekse origine over, die op hun beurt, zoals gezegd, moesten vluchten wegens het Verdrag van Neuilly . Tegenwoordig kan men de stad op de kaarten van Bulgarije terugvinden onder de naam Topolovgrad.

Vluchtelingen uit verloren gebieden trachten een deel van hun verloren thuis elders weer op te bouwen en kiezen vaak voor de nieuwgevormde dorpsgemeenschap de oude dorps- of stadsnaam, soms aangevuld met "Neo" (Nieuw). Overal in Griekenland treft men (vluchtelingen)dorpen aan met zulke namen, zo ook Neo Kavakli. Het gebruik van de oude naam is de uitdrukking van een diepgewortelde nostalgie enerzijds, maar het voorvoegsel "Neo-/Nea-" weerspiegelt tevens de hoop op betere tijden en de nimmer aflatende moed om de draad des levens weer op te pikken.

Wil u meer weten over deze woelige periode, neem dan eens een kijkje op onze Griekse geschiedenispagina's, zie onderstaande links:

Muzikale traditie van Thracië

Volgens de Griekse mythologie was Orpheus, de oudste mythische zanger en dichter van Griekenland, afkomstig van Thracië. Apollo schonk hem de lier , die de mensen en dieren tot zachtheid stemde. Zelfs de onbezielde natuur werd erdoor bewogen. Yannis Markopoulos schreef zijn "Liturgie van Orpheus" op basis van de mythe van Orpheus, die naar de onderwereld trok om zijn vrouw Euridice terug te halen.

In een meer recent verleden waren de oorspronkelijke traditionele muziekinstrumenten van Thracië de Thracische lyra (lier), de flogera of kaval (herdersfluit), de gaïda (doedelzak) en de daoúli (grote trom). Voor alle duidelijkheid, die Thracische lyra heeft ondertussen wel een gedaanteverwisseling ondergaan en is peervormig, en ziet er helemaal niet meer uit zoals de lier die we kennen van de afbeeldingen van Orpheus.

Door de eeuwen heen kwamen steeds meer invloeden van buitenaf de Thracische muziek beïnvloeden. Zo was er een grote invloed van het oosten. Via Constantinopel deden de outi (oud), de polítiki lyra (lier van Constantinopel) en het kanonaki (psalter) hun intrede in de Thracische muziek.

In het midden van de negentiende eeuw drukten de muziekinstrumenten van de Egeïsche eilanden eveneens hun stempel op de Thracische muziek. We zien dan de viool , de luit en de santouri (hakkebord) opgenomen worden in het Thracische instrumentarium.

En tenslotte, begin twintigste eeuw, wordt ook in de Thracische muziek de klarinet opgevoerd.

Tegenwoordig treft men er nog andere instrumenten aan als de accordeon en de toumbeleki (kleine trom) en dat bewijst dat de traditionele muziek in Thracië nog volop beweegt en leeft. Ook Thimios Gogidis heeft hierin zijn steentje bijgedragen. Mede dankzij zijn inbreng is de hedendaagse Thracische volksmuziek op accordeon , dat aanvankelijk geen traditioneel volksinstrument was, populair geworden. Traditioneel en hedendaags, het zijn twee begrippen die vaak regelrecht tegen mekaar indruisen, maar Thimios slaagt er wonderwel in om beide te combineren.

Thimios Gogidis start iedere cd met een "epitrapézio", een luisterlied. Zoals het vroeger ook écht was, toen iedere sociale activiteit, kermis of feestje op die manier werd ingezet. Het is een "opwarmertje", waarop niet gedanst wordt, maar die de mensen in de stemming brengt terwijl ze wat eten en drinken. Traditioneel heetten deze liederen "Tragoúdia tis távlas" (liederen van de feestdis). Het zijn vaak wondermooie liederen en melodieën.

Maar wanneer het eigenlijke feest op gang komt, kenmerkt de Thracische muziek zich door een onnavolgbare, uitdrukkingsvolle en karakteristieke rijkdom van levendige en zeer ritmische dansen.

Andere Thracische muzikanten zijn Chronis Aïdonidis en Kariofyllis Doïtsidis , ieder met een heel eigen stijl. Meer informatie over hen vindt u in onze rubriek biografieën .

 

Laatst bijgewerkt op : 2007-01-07

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Vangelis Germanos

Volgende pagina
Kyriakos Gouventas

Valid XHTML 1.0 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.