Juni  2015
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Jaar 2012 Jaar 2013 Jaar 2014 Jaar 2015 Jaar 2016 Jaar 2017 Jaar 2018
Januari 2015
Februari 2015
Maart 2015
April 2015
Mei 2015
Juni 2015
Juli 2015
September 2015
Oktober 2015
November 2015
December 2015

Overzicht Griekse Muziek in Juni 2015

Alle evenementen afdrukken

Enkel dit evenement afdrukken

Yorgos Dalaras

"Rembetiko Unplugged"

Iets meer dan een jaar nadat Yorgos Dalaras in mei 2014 zijn " rembetika programma" voorstelde in België, Nederland, Zweden, Finland en Duitsland komt er nu een vervolg(je) met twee bijkomende concerten in Keulen (D) en Zürich (CH). Wij nemen daarvan alleen Keulen op in onze agenda.

Het programma van deze "Rembetiko Unplugged" concerten zal bestaan uit een aantal van de meest representatieve rembetika-liederen, onder meer van Markos Vamvakaris , Vasilis Tsitsanis , Vangelis Papazoglou , Apostolos Kaldaras en Apostolos Chatzichristos , die hij "unplugged" en "zo authentiek mogelijk" zal brengen. Bij Dalaras is dat dan nog altijd wel met een orkest van tien man, en "unplugged" betekent bij hem dat de klank van de instrumenten "enkel via microfoons" zal versterkt worden.

Dalaras brengt ook nog twee jonge zangeressen mee, Aspasia Stratigou (Ασπασία Στρατηγού) en Athiná Lambiri ( Αθηνά Λαμπίρη ). De eerste heeft al behoorlijk wat naam gemaakt en trad reeds meermaals met Dalaras op, de tweede (ook "Athena Labiri" geschreven) staat nog min of meer aan het begin van haar carrière. Ook Vasilis Korakakis ( Βασίλης Κορακάκης ) staat of zit mee op het podium, hij is de zoon van Vangelis Korakakis ( Βαγγέλης Κορακάκης ).

Voor België of Nederland zijn er geen bijkomende concerten voorzien in de reeks "Rembetiko Unplugged", maar in september 2015 komt Dalaras wel hierheen met een ander programma.

Praktische gegevens
Zondag 7 juni, 20u00 , deuren: 19u00, E-Werk, Schanzenstrasse 40, 51063 Köln (D)

Tickets: € 65, € 55 en € 45 (besprekingskosten inbegrepen, verzendkosten niet).

Voorverkoop enkel rechtstreeks bij de organisator, http://shop.greece-on-tour.de .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 06/04/2015

Terug naar het begin van deze pagina.


Enkel dit evenement afdrukken

Katerina Tsiridou, Nikos Tatasopoulos & band

"Rebetiko Roots"

Nog maar pas in april 2015 deed Katerina Tsiridou haar "volle zalen reputatie" eer aan in de Brusselse Art Base, en nu komt ze alweer terug, voor niet minder dan drie optredens op rij. Het programma zal telkens anders zijn, en ze belooft "veel verrassingen, want we komen met een sterke ploeg", zegt ze.

Minstens dat laatste is beslist niet overdreven, al was het alleen maar omwille van de bouzouki -speler die er deze keer bij is.

Het team

Maar het is natuurlijk niet "alleen maar" de bouzouki . De ploeg ziet er namelijk als volgt uit:

Ervaren tsiridologen zullen hierin de bezetting van "Kompania" herkennen, op twee verschillen na.

Eerst de gelijkenissen: bij de vaste waarden is natuurlijk in de eerste plaats Katerina Tsiridou zelf, en daarnaast ook Nikos Protopapas en Sotiris Papatragiannis . Over hen leest u meer op onze mei 2012 pagina, en voor de "wordingsgeschiedenis" van hun volle-zalenreputatie kunt u terecht op onze april 2015 pagina.

Zoals gezegd zijn er twee verschillen ten opzichte van de standaard bezetting.

Een eerste verschil is dat de accordeonist, Yannis Kalafatelis, er deze keer niet bij is. Dat is meteen ook de reden waarom deze optredens niet als "Kompania" aangekondigd worden. Kompania zonder Kalafatelis is nu eenmaal geen Kompania, vinden de anderen. De meeste groepjes zouden daar niet wakker van liggen, maar Tsiridou en haar kompanen hebben nu eenmaal graag de puntjes op de i.

Die aandacht voor details - om niet te zeggen fanatiek perfectionisme - is trouwens een belangrijke reden voor hun succes. Hun optredens zijn tot in de puntjes afgewerkt en de ploeg is perfect op elkaar afgestemd. Het publiek merkt dat ook, en de recensenten in de zaal schrijven dan achteraf steevast lovende kritieken.

Nikos Tatasopoulos

Het tweede verschil in de bezetting is te zoeken bij de bouzouki , die deze keer bediend wordt door niemand minder dan Nikos Tatasopoulos . Ook dat mag op rekening geschreven worden van hun professionalisme, want Tatasopoulos geldt als één van de beste solisten wereldwijd op bouzouki . Mensen met een goed geheugen zullen zich nog herinneren dat we twee maanden eerder ook al zoiets schreven, toen Katerina Tsiridou in april 2015 naar Brussel kwam met Yorgos Pachís , de " bouzouki van de (culturele) elite" in haar ensemble. En inderdaad, met elkaar zijn dat twee van de beste solisten wereldwijd, en het is dan niet voor niets dat dergelijke mensen zo graag samenwerken met Katerina Tsiridou en haar ploeg.

Vorige keer was daar ook rekening mee gehouden bij de samenstelling van het programma. Er zaten heel wat nummers in waar de bouzouki een prominente rol in speelt, en er was dan beslist niet voor de gemakkelijkste liedjes gekozen, wel integendeel. Yorgos Pachis kreeg dus volop de gelegenheid om "zijn ding te doen" en hij deed dat ook met veel overgave en - niet onbelangrijk - ook met veel plezier.

Het ligt dan voor de hand dat ook Nikos Tatasopoulos volop de ruimte zal krijgen om zijn virtuositeit te bewijzen, en dat is een goede zaak, want zo'n gelegenheid doet zich niet zo vaak voor, of toch niet in Brussel. In Athene is hij uiteraard vaker te horen, en het is dan interessant dat hij de laatste tijd regelmatig optreedt met een eigen programma. In de winter van 2013 speelde hij in de "Taksimi" en in 2014 in de "1002 Nychtes". Telkens waren er andere bekende zangers, zangeressen en muzikanten bij (zoals Yorgos Xyndaris, Dimitris Mitarakis of Maria Koti), maar toch stond Nikos Tatasopoulos telkens prominent bovenaan de affiche. Het zal dan duidelijk zijn dat dit geen gewone bouzouki -speler is van dertien in een dozijn.

Zo vader ...

Nikos Tatasopoulos heeft het van geen vreemden. Hij is immers de zoon van de legendarische bouzouki -speler Yannis Tatasopoulos (1928-2001), die eerst in Griekenland en daarna in de Verenigde Staten een indrukwekkende carrière maakte. Kort voor de Tweede Wereldoorlog hadden de ouders van Yannis een taverna in Athene geopend, maar zijn vader overleed tijdens de Duitse bezetting en de kleine jongen moest voor hem inspringen. De taverna werd een trefpunt van muzikanten en het vervolg laat zich raden: Yannis ruilde al snel zijn bezem in voor een gitaar en vervolgens voor een bouzouki . Hij had talent en leerde snel, en dat ging niet onopgemerkt voorbij. Onder de klanten waren immers ook mensen als Markos Vamvakaris , Vasilis Tsitsanis en Manolis Chiotis , en die hoorden meteen dat de jongen iets bijzonders was. Toen de platenstudio's na de oorlog weer openden hadden ze goede muzikanten nodig en zo kwam het dat Yannis Tatasopoulos op een heleboel platen uit die tijd te horen is. Zijn reputatie breidde zich snel uit, hij kreeg aanbiedingen van alle grote clubs om bij hen te komen werken, en in de jaren 1950 werd hij zelfs gevraagd om in verschillende films mee te spelen, als " bouzouki " uiteraard. Aan zijn werk in de Atheense nachtclubs had hij tussen haakjes ook zijn bijnaam "Dillinger" te danken. Vooral in de periode na de oorlog was er daar vaak herrie, en dat wilde nogal eens behoorlijk uit de hand lopen. In de kleine uurtjes kwam daar immers ook de Atheense onderwereld de bloemetjes buitenzetten, en die heren hadden in die tijd allemaal een pistool op zak. Yannis Tatasopoulos reageerde dan met dezelfde koelbloedigheid als de beruchte - of beroemde - Amerikaanse bankrover John Dillinger, die kalm zijn werk bleef doen terwijl de politiekogels hem om de oren floten.

In 1955 ging Yannis Tatasopoulos zelf naar de Verenigde Staten, niet om er banken te beroven maar wel om er een tweede keer beroemd te worden - al wist hij dat toen nog niet. Hij wilde eigenlijk gewoon een reeks optredens geven en dan weer teruggaan naar Griekenland. Dat deed hij ook, maar men vroeg hem steeds weer terug en in 1959 besliste hij dan om er "tijdelijk" te gaan wonen. Net als ontelbare andere muzikanten wilde hij een flinke zakcent bij elkaar verdienen en dan terugkeren naar Griekenland om rustig verder te leven. Zoals bij zoveel migranten liep het anders. Eerst waren het de werkaanbiedingen die maar bleven binnenstromen, dan was het de eigen club die hij geopend had en waar het elke avond vol zat, en dan was het zijn zoon Nikos, die in 1973 geboren was en die hij niet uit zijn vertrouwde omgeving en zijn vriendenkring wilde losrukken. De terugkeer werd steeds opnieuw uitgesteld.

... zo zoon

In afwachting nam Yannis (alias "John") Tatasopoulos wel zijn zoon mee het podium op. De kleine Nikos was amper drie jaar oud toen hij naast zijn vader mocht zitten en de drie liedjes zingen die hij van hem geleerd had, zichzelf begeleidend op een baglamas . Later kreeg hij les op bouzouki (van vader) en klassieke piano en jazzgitaar (van andere gerenommeerde leraars), maar vader Yannis drukte hem op het hart dat het bij een hobby moest blijven. Ondanks al de glamour en glitter is het werk in de nachtclubs immers geen pretje en hij wilde voor zijn zoon een betere toekomst. Dat neemt niet weg dat Nikos Tatasopoulos samen met zijn vader ontelbare concerten en optredens gaf in heel Amerika.

Maar toen herhaalde de geschiedenis zich min of meer. Vader Yannis begon rond 1983 met zijn gezondheid te sukkelen en zoon Nikos moest voor hem inspringen om de club draaiende te houden.

Dat heeft een enorme impact gehad op de toen tienjarige jongen, en meer bepaald op zijn muzikale ontwikkeling. Dergelijke clubs openden vroeg en sloten laat, en ze hadden een gemengd publiek. Er kwamen niet alleen Griekse Amerikanen maar ook Amerikanen van de meest diverse origine. Die laatsten kwamen al van bij openingstijd, en in het begin van de avond werd er dus allerlei muziek gespeeld die men tegenwoordig " ethnic " zou noemen: arabisch, latin enzovoorts. De "buikdans" kende daarbij veel succes. Tegen middernacht kwamen de Grieken opdagen en dan ging het meer de kant op van de laïka . Die laatste kwam uit Griekenland overgewaaid en het publiek wilde natuurlijk de laatste hits horen. Dat was enigszins problematisch, want als je zelf in Athene zit, dan kan je de vinger aan de pols houden. Je weet dan op elk moment wie de toppers zijn en wat ze spelen, maar vanuit Amerika hadden ze daar geen zicht op. Het was dus niet eenvoudig om de Griekse muziekscene op te volgen. En er was nog een probleem: ze konden ook niet ter plaatse gaan kijken hoe de Griekse virtuozen hun bouzouki hanteerden, maar ze moesten die liedjes wel kunnen spelen als hun klanten het vroegen, en dat konden ze alleen door de speeltechniek zo goed mogelijk te reconstrueren aan de hand van een plaatopname.

Achteraf beseft Nikos Tatasopoulos dat dit voor hem eigenlijk een enorm voordeel is geweest. Als je namelijk gaat kijken hoe iemand anders bouzouki speelt, dan ga je ook diens speelstijl imiteren, bewust of onbewust. Maar dat betekent in feite ook dat je je anders voordoet dan je (muzikaal) bent. In het verre Amerika was er niemand om te imiteren en Tatasopoulos was dus wel genoodzaakt om zelf zijn weg te zoeken, op zijn eigen manier. Het gevolg is dat hij een heel eigen speelstijl kon ontwikkelen waarin hij helemaal zichzelf kon zijn. Die stijl was natuurlijk ook beïnvloed door het enorm uitgebreide en diverse repertoire dat hij moest spelen, en ook dat maakt dat zijn stijl erg herkenbaar is.

Dat wordt inmiddels ook erkend en tegenwoordig zijn het anderen die bij hem in de zaal komen zitten om hem "de kunst af te kijken". In Athene dan wel, want sinds 1992 woont hij in Griekenland. Tien jaar na zijn aankomst was de belangstelling voor zijn techniek zo groot geworden dat hij zelf begon les te geven. Hier en daar wordt zelfs gesproken van de "school van Tatasopoulos ", en daar wordt dan geen gebouw mee bedoeld maar wel een heuse stroming.

Dat is niet vanzelf gegaan, of toch niet helemaal. Toen hij in 1992 vanuit Amerika naar Griekenland kwam zat men daar niet meteen op hem te wachten. Hij was dan wel de "zoon van", maar dat betekende niet dat alle deuren zomaar voor hem openzwaaiden. Hij moest integendeel solliciteren naar een baantje en audiënties gaan doen, net als iedereen. Dat vond hij niet zo erg, want hij was precies naar Griekenland gekomen om bij te leren. Binnen de Amerikaanse context zat hij tegen een plafond aan, vond hij zelf, precies vanwege de afstand en alles wat daar mee samenhing. Hij wilde dus naar de bron toe, naar de plaats waar het allemaal gebeurde.

Maar hij had dan natuurlijk wel werk nodig. Eerst speelde hij zomaar wat in café's, taverna 's, pianobars en dergelijke, maar na zes maanden had hij dan toch beet. Hij mocht tweede bouzouki spelen in het orkest van Tolis Voskopoulos, met Christos Constantinou als eerste bouzouki .

Dat eerste baantje was voldoende als introductie. Hij werd opgemerkt en gevraagd door een andere bekende artiest, en dan weer door een andere, enzovoorts. Twintig jaar later heeft hij samengewerkt met zowat iedereen die ooit optrad met een bouzouki in zijn of haar orkest, en hij heeft ook meegewerkt aan hun plaatopnames. Eén naam die er uitspringt is natuurlijk die van Yorgos Dalaras , maar in het rijtje vinden we onder meer ook Alexia, Litsa Diamanti, Eleni Dimou , Keti Garbi, Glykeria , Stamatis Kokotas, Katerina Korou, Yorgos Margaritis, Marinella, Irini Merkouri , Manolis Mitsias , Poly Panou , Yannis Ploutarchos , Trifono , Eleni Tsaligopoulou , Iordanis Tsomidis , Antonis Vardis, Yannis Vardis, de al genoemde Tolis Voskopoulos en nog een heleboel anderen die hier te lande misschien niet meteen een belletje doen rinkelen en die we dus maar weggelaten hebben.

De laatste tijd is Nikos Tatasopoulos zelf ook begonnen met het schrijven van liedjes. Zijn vader had dat ook al gedaan, met veel succes overigens. Op "Round trip", de tweede cd van "Kompania", staat overigens een nummer van vader Yannis Tatasopoulos . Ook de composities van de zoon worden goed onthaald.

Ondanks al dat succes is Nikos Tatasopoulos toch zichzelf gebleven. Ook dat heeft hij gemeen met zijn vader - die hij trouwens op handen draagt. In 2011 zorgde hij voor een cd met de titel "Όσα χρόνια κι άν περάσουν" (Osa chronia ki an perasoun , Hoeveel jaren er ook voorbij gingen). Daarop staan 24 composities van zijn vader, tien jaar na diens dood verzameld en toegelicht door de zoon. De plaat werd enorm goed onthaald, niet alleen vanwege de documentaire waarde, maar ook omdat de liedjes gezongen en gespeeld werden door een indrukwekkende reeks artiesten. Om enkel de (hier) meest bekende te noemen: Glykeria , Pitsa Papadopoulou , Sofia Papazoglou , Maria Koti, Babis Tsertos , Dimitris Kontogiannis enzovoorts.

Bij die "enzovoorts" zit trouwens ook Sotiris Papatragiannis , vast lid van "Kompania", die er ook in Brussel bij zal zijn. Omgekeerd speelde Nikos Tatasopoulos mee op de cd "Romantza" van Papatragiannis , die een jaar eerder (in 2010) verscheen, en hij krijgt bovendien een speciale vermelding op de hoes. Zijn advies en zijn ervaring hebben onvoorstelbaar veel bijgedragen tot de cd, heet het daar. Meer dan waarschijnlijk zal men dat na afloop ook kunnen schrijven over de concerten in de Art Base. Met dergelijke muzikanten is het geheel immers altijd veel meer dan de som van de delen, gewoon omdat ze elkaar op lijken te tillen naar een (nog) hoger niveau...

Praktische gegevens
Vrijdag 5 juni, 20u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

Tickets: € 12,50. Reductietarief: € 7,-.

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
Zaterdag 6 juni, 20u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

Tickets: € 12,50. Reductietarief: € 7,-.

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
Zondag 7 juni, 19u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

Tickets: € 12,50. Reductietarief: € 7,-.

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 10/05/2015

Terug naar het begin van deze pagina.


Enkel dit evenement afdrukken

Loxandra Ensemble

Op het "Festival Vox Femina"

Het "Festival Vox Femina" is een eerder kleinschalig festival dat de vrouwenstemmen in de kijker wil zetten. Het loopt dan wel over drie dagen maar het aanbod is beperkt gehouden en dus overzichtelijk. Elke dag zijn er enkele Franse groepen, gevolgd door een buitenlandse hoofdact, en die laatste bepaalt ook welke gerechten er in de eetstandjes geserveerd worden.

Zo is vrijdag 5 juni bijvoorbeeld een "Ierse dag" met de groep "Dervish", zaterdag 6 juni staat in het teken van Portugal met de fado-groep "Carminho", en zondag 7 juni is het dan de beurt aan het "Loxandra Ensemble" om Griekenland te vertegenwoordigen. Wij nemen enkel dat laatste op in onze agenda, maar Lille (Rijsel) is een aangename stad die een weekendje meer dan waard is.

De bezetting van het "Loxandra Ensemble" is al een paar keer gewijzigd, maar tegenwoordig bestaat het uit:

  • Ria Ellinidou : zang
  • Nikos Angousis : klarinet, zang
  • Thanasis Koulentianós : kanonaki
  • Foivos Apostolidis : percussie
  • Makis Baklatzís : viool en zang
  • Loukás Metaxás : contrabas en zang
  • Dimitris Panagoulias : percussie
  • Kyriakos Tapakis : outi

Voor het ontstaan van de groep moeten we terug naar 1997, toen een aantal getalenteerde muzikanten in Thessaloniki de koppen bij elkaar staken. Twee van hen, Loukas Metaxas en Kyriakos Tapakis , zijn nog steeds aan boord.

Deze jonge mensen waren geboeid door de oude stadsmuziek van Constantinopel en Smyrna, zoals die bestond tijdens de laatste dagen van het Ottomaanse Rijk. Daar was toen nog niet zo heel veel over bekend en zij wilden daar onderzoek naar verrichten, en dan natuurlijk ook die muziek zelf gaan spelen.

Dat verklaart ook de naam van de groep. Dat is immers ook de titel van een roman van de bekende schrijfster Maria Iordanidou, een klassieker in de hedendaagse Griekse literatuur. Het hoofdpersonage van het boek is een Griekse burgervrouw uit Constantinopel aan het begin van de negentiende eeuw. De schrijfster was daar zelf geboren in 1897 en ze hangt een levendig beeld op van de stad en zijn inwoners. Dat was precies wat de groep ook wilde gaan doen, maar dan met muziek in plaats van met woorden.

Beetje bij beetje deinde hun belangstelling verder uit, ook al omdat er nieuwe leden bij de groep kwamen, met andere instrumenten, en dat opende sowieso nieuwe perspectieven. Ze namen er dus ook de traditionele muziek bij, van het Noord-Griekse vasteland en van de Egeïsche en Ionische eilanden. Van daaruit is het ook muzikaal maar een korte oversteek naar de dorpsmuziek van Klein-Azië, en als ze dan toch aan het uitbreiden waren, dan kon er evengoed wat Armeens en Turks bij, en waarom dan ook geen zigeunermuziek? Dan is ook de stap naar de Balkan gauw gemaakt, en o ja, in Thessaloniki, was er daar ook geen Sefardische muziek?

Het klinkt allemaal nogal chaotisch maar toch is het dat niet. Ze ontdekten wat anderen vóór en na hen ook al begrepen hadden en nog zouden begrijpen: alles hangt aan alles, en er zijn overal invloeden, over en weer. Dat boeide hen en het is daarom dat hun repertoire steeds verder uitdeinde.

De volgende stap was dan haast onvermijdelijk, al moet het tot ergens in de buurt van 2003 geduurd hebben voor ze die aandurfden. Ze besloten al die muziek niet alleen maar te reproduceren, maar ze gingen er ook zelf wat mee doen. Ze begonnen eigen accenten te leggen in hun uitvoeringen, en dat schoof steeds meer op in de richting van eigen werk.

Dat resulteerde in 2006 in hun eerste eigen cd, met de zeer toepasselijke titel "Σχεδόν όπως παλιά…" (Schedon opos palia, Bijna zoals toen).

Hun werkterrein was aanvankelijk beperkt tot de kleinere clubs, eerst in Thessaloniki, daarna in andere steden van het Griekse vasteland. Tussendoor speelden ze ook op feesten en festivals.

In 2010 raakte het "Loxandra Ensemble" ook in bredere kringen bekend nadat het Nationaal Theater van Noord-Griekenland hen vroeg om mee te werken aan een opvoering van "Loxandra", een bewerking van de roman van Iordanidou voor toneel. Zij speelden live een aantal liedjes, niet alleen uit Constantinopel maar ook uit andere delen van Klein-Azië. Wegens succes werd het stuk ook het volgende seizoen opnieuw gespeeld.

Kort daarop, in 2012, volgde er een tweede album, dat "Μεϋχανέ – Καφέ Αμάν / Meyhane Cafe Aman" gedoopt werd. Hier werkten een aantal bekende namen aan mee, zoals Sokratis Sinopoulos , Katerina Papadopoulou , Nikos Saragoudas , Areti Ketime , Panayotis Lalezas, Theodora Athanasiou, Efren Lopez, Dimitris Mystakidis en nog een paar anderen. Het is duidelijk dat hun zichtbaarheid was toegenomen, en dit album droeg daar natuurlijk nog meer toe bij. De sneeuwbal leek aan het rollen te gaan. Ze hadden inmiddels ook Womex ontdekt en misschien als gevolg daarvan werden ze internationaal opgemerkt. De cd drong in september 2012 door tot de World Music Charts of Europe, op nummer acht nog wel.

Het jaar daarop, in 2013, wijzigde de bezetting nogmaals, en dat dan (voorlopig?) voor de laatste keer. Dat zorgde voor nieuwe ideeën en nieuwe mogelijkheden. Dat bleek toen ze in het begin van 2015 ineens met Epirotische muziek naar buiten kwamen. Dat is helemaal niet vanzelfsprekend, want dat is pentatonische muziek en dat is eigenlijk iets heel anders dan alles waar ze tot dan toe mee bezig geweest waren. Dat neemt niet weg dat het "Loxandra Ensemble" ook hier geen slaafse reproducties wil neerzetten, maar integendeel eigen accenten wil (blijven) leggen. Ze mengen er hier en daar dus een snuifje jazz of folk doorheen, maar ze doen dat met zoveel respect voor het origineel en met zoveel deskundigheid dat niemand er aanstoot aan neemt.

De (nieuwe) zangeres van de groep, Ria Ellinidou (Ρία Ελληνίδου), is daar misschien mee de oorzaak van. Zij is trouwens min of meer visueel het uithangbord van Loxandra, en het is in elk geval aan haar vrouwenstem te danken dat ze een plaatsje kregen op het "Festival Vox Femina", dus we mogen haar wel wat extra in het zonnetje zetten met een korte biografische schets.

Die begint ook bij haar in Thessaloniki, als telg van een muzikale familie. Toen ze vijf jaar oud was ging ze al samen met haar broertjes naar de muziekles. Dat vervolgde ze met een volledige muziekopleiding met alles er op en er aan, met vooral veel aandacht voor de traditionele Griekse muziek. Tussendoor speelde en zong ze in allerlei ensembles, overal eigenlijk waar ze de kans kreeg.

In 2005 zette ze samen met enkele andere familieleden een eigen groepje op poten. Dat heette heel eenvoudig “Γραικοί” (Greki) en hun doel was al even eenvoudig: de dimotika redden en verspreiden. Het middel bij uitstek is dan een cd, en die kwam er dan ook in 2010. Ria Ellinidou nam zelf het hele productieproces voor haar rekening.

Rond die tijd sloot ze aan bij het "Loxandra Ensemble". Ze zong bijvoorbeeld mee bij de theatervoorstellingen en ze werkte mee aan de tweede cd van de groep.

Ze lijkt ook een flinke vinger in de pap gehad te hebben bij de beslissing van het ensemble om met Epirotische muziek aan de slag te gaan. Volgens kenners heeft zij goed geluisterd naar Pagona Athanasiou, en dat is dan niet zomaar een vaststelling, het is een compliment, en zelfs een compliment dat kan tellen want Athanasiou is één van de groten in het genre.

Voor Epirotische muziek is het niet voldoende om een goede zanger(es) te hebben, ook de klarinet speelt een cruciale rol. Maar dat is een verantwoordelijkheid waar Nikos Angousis (Νίκος Αγγούσης) de juiste schouders voor heeft. Dat is ook niet zo verwonderlijk als je weet dat hij de kleinzoon is van niemand minder dan ... Kariofyllis Doïtsidis . Zijn bio loopt dus in grote lijnen gelijk met die van de anderen: telg uit een muzikale familie, gedegen muzikale opleiding, zowel in theorie als in de praktijk, een ellenlange lijst van samenwerkingen, en lid van een onvoorstelbaar groot aantal groepjes. Van het "Loxandra Ensemble" is hij lid sinds 2006, toen hun eerste cd verscheen.

Van Kyriakos Tapakis hebben we al enkele jaren een biografie online staan en voor de anderen moet u zich gewoon maar "meer van hetzelfde" voorstellen. Anders gezegd: dit zijn stuk voor stuk jonge, getalenteerde en gedreven muzikanten met een stevige basis. De moeite van een kennismaking waard.

Praktische gegevens
Zondag 7 juni, Maison Folie de Moulins, 49 rue d'Arras, 59000 Lille (F)

Tickets: € 15,- (dagkaart), € 35 (3-dagen pas). Jongeren (13-18) en studenten betalen respectievelijk € 7,50 en € 20, en kinderen onder de 12 jaar hebben zelfs gratis toegang.

Meer info en voorverkoop op http://www.tire-laine.com/page-67-0-0.html .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 12/05/2015

Terug naar het begin van deze pagina.


Enkel dit evenement afdrukken

Retro Greek Music

Populaire mainstream uit "de tijd van toen"

Na een eerste optreden in maart 2015 kwam er al meteen in mei 2015 een vervolg, en nu staat het (nog altijd) kersverse ensemble "Retro Greek Music" al voor de derde keer op het podium van de Art Base. Dat op zich zegt allicht wel genoeg, en anders kunnen we daar nog aan toevoegen dat zaal de twee vorige keren telkens afgeladen vol zat.

De eerste keer was dat vooral te danken aan het programma. Het publiek, dat vooral uit Grieken bestond, was inderdaad gekomen om de liedjes "uit de tijd van toen" nog eens terug te horen. Die waren immens populair in de jaren '30 tot '50 van de vorige eeuw. Daarna was deze muziek een beetje "uit de mode" geraakt, maar daarom werden de grammofoonplaten nog niet opgeborgen. Voor veel mensen uit het publiek was het "de muziek van vader", en het is dan veelzeggend dat ze die nog wel eens terug wilden horen.

Ze werden niet teleurgesteld, en ze kregen er ook nog een verrassing bovenop: de jonge zangeres van het groepje. Die heette Eleni Nasiou maar veel meer was er over haar niet geweten. Ze was recent vanuit Griekenland naar Brussel verhuisd en het leek wel alsof ze de reis per teletijdmachine had gemaakt. Ze zong dit repertoire alsof ze haar hele leven niets anders had gedaan.

Dat bleek niet juist te zijn. In werkelijkheid had ze al heel wat andere dingen gedaan. Ze werd ontdekt door niemand minder dan Yannis Spanos , ze zong mee op een plaat van Sokratis Malamas , ze was zangeres bij Dasho Kurti , ze zong jazz en post-wave in Berlijn, ze bracht "minimale atmosferische muziek" in Athene en Liverpool - en nu dus ook retro in Brussel. U leest er (bijna) alles over in onze biografie van Eleni Nasiou .

Tijdens het tweede optreden in mei 2015 waren er wel wat probleempjes met de klank, waardoor de stem van Eleni niet helemaal tot haar recht kwam, maar toch maakte ze nog altijd voldoende indruk om er een derde keer een vervolg aan te breien.

Het programma van dit derde optreden blijft in grote lijnen hetzelfde. Er komen een paar andere liedjes in, maar het blijft muziek van Attik, Sougioul , Gounaris , Yannidis en anderen. Over die muziek schreven we al het een en ander op onze maart 2015 pagina. We vertellen u daar dat het gaat over de populaire muziek uit de jaren '30 tot '50 van de vorige eeuw, maar dan niet de "marginale" rembetika , maar wel de "mainstream van toen". Die ontstond min of meer samen met de grammofoonplaten, die de muziek vanuit de theaterzaal naar de taverna 's en vervolgens naar de huiskamers brachten. Om dat bredere publiek aan te spreken werden de oorspronkelijke operette-melodietjes wat meer opengetrokken, maar ze klinken er nog wel doorheen.

Het programma werd met zorg samengesteld, en de liedjes werden met kennis van zaken geselecteerd. Dat maakt dat deze concerten tegelijk ook kunnen dienen als een soort muzikale documentaire. Deze muziek maakte in die periode namelijk een ingrijpende ontwikkeling door en dat is vrij goed te volgen. Die verdienste mag rustig op rekening geschreven worden van Dimos Vougioukas , de getalenteerde Griekse accordeonist die tegenwoordig in Brussel woont en werkt. Zijn grote liefde is eigenlijk de Balkan-muziek in de meest brede zin van het woord, maar dat neemt niet weg dat hij over een encyclopedische kennis beschikt van alles wat er in Griekenland (en daarbuiten) ooit op een accordeon gespeeld werd - en inderdaad, dat is heel wat. De "retro" muziek kent hij van zijn werk in Griekenland vóór de crisis. Toen hadden steden en gemeenten nog geld om tijdens de zomermaanden allerlei orkestjes te laten spelen in de kiosk op het dorpsplein, en daar werden deze liedjes inderdaad veel gevraagd. Vougioukas kent ook dit repertoire dus als zijn broekzak, en hij beschikt bovendien over de theoretische bagage om de muziek te kunnen analyseren, en dus ook om de invloeden te herkennen die een bepaald liedje vorm hebben gegeven. Het resultaat is dan haast onvermijdelijk een interessante en evenwichtige speellijst.

Een uitstekende gitarist, Nikos Prosilias genaamd, zorgt niet alleen voor de begeleiding maar hij zingt zelf ook enkele nummers. Als kers op de pudding is er dan nog Marina Petsali, die als gastzangeres optreedt. Later deze maand zal zij zelf trouwens een eigen optreden geven in de Art Base, deze keer dan met muziek van Manos Hadjidakis en Arleta.

De volledige bezetting van "Retro Greek Music" op een rijtje ziet er dan als volgt uit:

Praktische gegevens
Dinsdag 9 juni, 20u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

Tickets: € 12,50. Reductietarief: € 7,-.

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 31/05/2015

Terug naar het begin van deze pagina.


Enkel dit evenement afdrukken

Minore

Rebetiko Girl Power

De maand juni lijkt wel "de maand der ontdekkingen" in de Brusselse Art Base. Zelfs bij Katerina Tsiridou - toch een bekend gezicht - valt er eerder deze maand een ontdekking te doen, want ze komt met een andere bouzouki -speler dan gewoonlijk, en die is van wereldklasse. Maar al de andere juni-concerten in de Art Base zijn gewoonweg fonkelnieuwe projecten, die bovendien ook nog op Belgische bodem zijn ontstaan.

Het ensemble "Minore" is daar een goed voorbeeld van. Het bestaat uit drie jongedames uit het Antwerpse die nog niet zo heel lang samen optreden. Ze begonnen pas in april 2015 aan een bescheiden doorbraak, toen ze in Brussel voor de sfeer moesten zorgen in de bar van de Senghor. Daar liep heel wat volk rond dat naar het "Nous Sommes Grecs" festival gekomen was, en de meisjes slaagden met glans en wimpel in hun opdracht: de sfeer was er uitstekend. Nu krijgen ze het podium van de Art Base om dat nog eens over te doen, twee keer zelfs.

De namen van "Minore" zijn:

  • Sofia Kakali : zang
  • Elina Markatatou : mandoline
  • Maria Markatatou : gitaar

In de Senghor was er nog een violiste bij, Carme Ramon Castello, maar die speelt op deze concerten niet meer mee.

De meisjes van "Minore" kondigen zichzelf aan als "Rebetiko Girl Power" en dat is geen slechte omschrijving. Die "power" zit hem vooral in hun aanstekelijk enthousiasme. Het lijkt wel een groep vrolijke schoolmeisjes die op een zonnige lentedag een uitstapje maken met de klas en daarbij hun levensvreugde uitzingen. Dat plaatje klopt misschien niet helemaal, want deze jongedames zijn net iets te oud om voor schoolkinderen te kunnen doorgaan (ze zijn vooraan in de twintig) en - vooral - hetgeen ze presteren op muzikaal gebied is alles behalve kinderachtig. Maar dat ze er plezier in hebben, dat is overduidelijk, en meer moet dat niet zijn om de "power" tot bij het publiek te krijgen. Wie daar niet vrolijk van wordt moet zijn of haar zuurgehalte laten nakijken.

Die indruk van een "nieuwe lente" wordt nog versterkt door het nieuwe geluid dat zij brengen. Ze spelen rembetika en in principe hoort daar dan een bouzouki bij. Maar dat is een vooroordeel waar deze dames kordaat en overtuigend mee afrekenen: zij doen het met een mandoline, en dat zorgt voor een verrassend frisse klank.

Eigenlijk hadden ze het evengoed op de "gewone" manier kunnen doen. Elina Markatatou, die de mandoline bemant, speelt immers ook bouzouki (en gitaar en tambouras en baglamas ). Maar toch was bouzouki geen optie. Zij en haar zus Maria Markatatou ( gitaar , tambouras en viool ) hebben namelijk een zwak voor de mandoline . In 2013 verhuisden ze speciaal vanuit Kreta naar Antwerpen om daar een conservatoriumopleiding als solist op dit instrument te gaan volgen.

Na hun muziekhumaniora in Iraklio hadden ze eerst wiskunde gestudeerd in Ioannina, op het vasteland. Ze deden daar ook conservatorium, maar dan wilden ze verder studeren in de richting mandoline en in Griekenland zijn daar geen opleidingen voor. Ze waren dus wel verplicht om de mosterd in het buitenland te gaan zoeken, en ook daar is er niet zo heel veel keuze. Het werd Antwerpen, waar ze momenteel bij Gerda Abts goed op weg zijn om een bachelor te behalen. Wat ze daarna gaan doen weten ze nog niet, maar het is wel de bedoeling om terug naar Griekenland te gaan, bij voorkeur naar hun geliefde Kreta.

In afwachting hebben ze nog heel wat werk voor de boeg, want de lat ligt erg hoog, en dat was ook de bedoeling. Ze willen alle mogelijkheden van dit ondergewaardeerde instrument tot in de puntjes beheersen. En dat zijn er heel wat, want de mandoline is bijzonder veelzijdig en het repertoire is enorm. De opleiding besteedt veel aandacht aan de klassieke muziek, en dat gaat van Bach, Beethoven en Paganini tot hedendaags klassiek. Dat is heel wat anders dan hetgeen de twee Griekse studentes van thuis uit "in de vingers" hadden. De mandoline speelt wel niet meer zo'n belangrijke rol in de Kretenzische traditionele muziek als vroeger, maar ze is er nog wel. Ze werd op Kreta geïntroduceerd tijdens de Venetiaanse overheersing en in de loop der jaren heeft ze zich een vaste plaats veroverd in de traditie. Een prominente rol zelfs, want tot aan het begin van de vorige eeuw was het steevast de mandoline (of de bulgari ) die de lyra begeleidde. Pas later moest ze haar plaats afstaan aan de laouto . De laatste tijd krijgt de mandoline opnieuw meer aandacht (net zoals de bulgari trouwens) en de zusjes konden er dan ook behoorlijk mee overweg toen ze in Antwerpen aankwamen. In zekere zin was dat een nadeel, want ze moesten nu eerst "omdenken" en hun docente is niet gauw tevreden. Die zegt zonder omwegen dat er "weinig mooie muzikale opnamen te koop zijn op plaat en cd", en als zelfs de uitgevers van klassieke muziek bij haar een onvoldoende krijgen, dan weet je het wel.

Elina en Maria Markatatou besteden dus heel wat tijd aan hun mandoline-opleiding, en hun schaarse vrije tijd vullen ze op met ... mandoline . Ze zijn uiteraard lid van het Brasschaats Mandoline-orkest, dat uit ongeveer dertig muzikanten bestaat en dat zelf ook een heel uitgebreid repertoire heeft. Ze spelen niet alleen klassiek maar ook populaire dingen als tango's en rumba's. En ja hoor, ze hebben ook wat Grieks in de aanbieding, waaronder Mikis Theodorakis en Stavros Xarchakos .

Alsof dat alles niet voldoende is doen de zusjes daar dan nog "Minore" bovenop, met een repertoire dat bestaat uit rembetika . Vooral de oosters getinte liedjes vragen een heel andere benadering dan de westerse muziek, en dat dan nog eens met een mandoline in de hoofdrol, begeleid door een gitaar. Ze kiezen dus niet bepaald voor de gemakkelijkste weg. Als je ze aan het werk ziet, dan lijkt het allemaal heel vanzelfsprekend, maar dat is het dus niet. Alleen het plezier dat ze er aan beleven is echt...

Praktische gegevens
Donderdag 11 juni, 20u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

Tickets: € 12,50. Reductietarief: € 7,-.

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
Donderdag 2 juli, 20u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

AFGELAST !

Dit concert werd afgelast wegens een agendaconflict. Waarschijnlijk komt de groep in het najaar van 2015 opnieuw naar de Art Base.

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 31/05/2015

Terug naar het begin van deze pagina.


Enkel dit evenement afdrukken

Marina Petsali & Nikos Prosilias

Muziek van Hadjidakis & Arleta

Marina Petsali en Nikos Prosilias stonden eerder al samen op het podium van de Art Base: zij als gastzangeres van "Retro Greek Music" en hij als gitarist van dat ensemble (zie hoger) .

Nu brengen ze samen een programma rond Manos Hadjidakis en Arleta.

Over Manos Hadjidakis valt niet veel te vertellen, of toch niet op deze site. Iedereen die een klein beetje vertrouwd is met Griekse muziek kent Hadjidakis als één van de grootste componisten van de vorige eeuw. Zijn liedjes zijn niet voor niets tot het culturele erfgoed van de Grieken gaan behoren. Marina Petsali en Nikos Prosilias hebben er daar enkele uit geselecteerd die vooral bekend geraakt zijn door legendarische zangeressen als Melina Merkouri , Aliki Vougiouklaki, Nana Mouskouri en Flery Dandonaki.

Daar is eigenlijk maar één probleem mee: dit zijn namelijk stuk voor stuk liedjes die je na een concert "mee naar huis neemt". Ze blijven urenlang in je hoofd ronddartelen, soms zelfs dagenlang. Hoe dat dan moet als je een hele reeks van die pareltjes na elkaar hoort? Schadelijke gevolgen zal het in elk geval niet hebben, want honderdduizenden Grieken hebben dergelijke concerten al meegemaakt - en er met volle teugen van genoten.

Daarmee is de verwennerij nog niet ten einde, want de twee artiesten willen ook nog een overzicht geven van het werk van Arleta.

Deze bekende zangeres (die in werkelijkheid Argyro-Nikoleta Tsápra heet) werd in 1945 geboren in Athene, in een tamelijk begoede familie. Haar vader, een dokter, had eigenlijk operazanger willen worden maar dat mocht niet van thuis. Toch zong hij nog vaak, samen met Arleta en zijn andere dochter Maria-Eleni. Arleta hield echter het meest van schilderen en na haar middelbare school ging ze naar het Instituut voor Schone Kunsten. Tot dan had ze altijd met haar neus in de boeken gezeten maar nu kwam ze - midden in de jaren '60 - in een meer "artistiek" milieu terecht, temidden van "bohémiens", zoals ze zelf zegt. Enkelen daarvan werden vrienden voor het leven. Onder hen was ook Yorgos Papastefanou. Die hoorde haar de "Axion Estí" zingen en bracht haar in contact met Alekos Patsifas , de baas van platenmaatschappij Lyra. Die vroeg haar of ze niet wilde meewerken aan zijn volgende plaat en Arleta dacht "waarom niet, dan heb ik weer wat zakgeld". De gitarist en latere componist Notis Mavroudís , enkele maanden jonger dan zij, nam het op zich om haar gitaarkunst wat bij te spijkeren. Ze had wel wat les gevolgd maar ze kende slechts drie of vier akkoorden, en daar speelde ze alles mee.

Ook later bleef ze de liedjes spelen op haar eigen manier. Dank zij Mavroudis had ze die eigenlijk kunnen spelen zoals de componist het voorgeschreven had, maar dat deed ze niet. Ze had wel respect voor de inhoud maar niet voor de vorm, daarin wilde ze iets van zichzelf kunnen leggen. Het was het begin van het einde van haar carrière in de schilderkunst, want ze ontdekte dat je jezelf ook met muziek kunt uitdrukken. Het was ook bijna het einde van haar muzikale carrière, want niet iedere componist stelde het op prijs dat er aan "zijn" creaties gesleuteld werd. Manos Hadjidakis was een uitzondering. Die vond het "sleutelen" op zich niet erg, als de eigenheid van het liedje maar gerespecteerd werd. Daarmee zaten hij en Arleta op dezelfde golflengte, en er verscheen dan ook een plaat waarop zij liedjes van hem zong. Maar hij was één van de weinigen.

Gelukkig voor Arleta was ze, zonder het te weten, midden in de wieg van de "Neo Kyma" terecht gekomen. Deze "Nieuwe Golf" was een stroming binnen de Griekse muziek die de kloof tussen het kunstlied en het populaire lied wilde dichten. Het idee was van Alekos Patsifas , die weliswaar een platenfabriek runde maar dan nog op de oude manier, meer uit liefde voor de muziek dan voor het geld. De naam werd bedacht door Yannis Spanós , die nog maar pas uit Parijs teruggekeerd was en daar de "Nouvelle Vague" had meegemaakt.

Het voornaamste kenmerk van de "Neo Kyma" is de eenvoud. Hun werktuigen waren een tekst, een stem en een gitaar - en dat recept was Arleta op het lijf geschreven. Zelf begon ze nu ook teksten te schrijven. Daarmee, en met teksten van anderen, maakte ze drie platen die als "Neo Kyma" te boek staan en ze trad op in de "boîtes", de kleine clubs die in die tijd opgang maakte.

Inmiddels had het Kolonelsregime de macht gegrepen en Arleta maakte kennis met de censuur. Haar liedjes waren niet vrolijk genoeg, vonden die. Arleta heeft de reputatie dat ze niet op haar mondje gevallen is en dat ze vierkant haar mening zegt, maar gelukkig voor haar begreep ze al snel dat er met apparatjiks niet te debatteren valt, en dat zoiets onder een dictatuur al helemaal onverstandig is. Ze besloot dus om wat vakantie te nemen en trok naar Londen. Daar bleef ze drie jaar, vastbesloten om de muziek op te geven.

Toen kwam er een telefoontje uit Parijs, van Georges Moustaki. Ze dacht eerst dat het een grapje was maar een maand later zat ze naast hem op het podium, in een grote zaal in Parijs. Het heeft een enorme invloed op haar gehad, niet zozeer omdat ze tot dan toe alleen maar in kleine clubs gezongen had, maar vooral omwille van het soort liedjes die Moustaki zong. Dat beviel haar enorm.

Nog wat later kreeg ze telefoon van Patsifas . Die was bezig aan "Anthologia III", een plaat met muziek van Yannis Spanos . Een deel van de muziek van "Anthologia III" was bedoeld voor een mannenstem, en dat deel was al ingeblikt met Kostas Karalis, maar nu hadden ze ook nog een vrouwenstem nodig. Als ze het wou doen, dan zou ze in ruil een eigen plaat naar keuze mogen uitbrengen. Arleta hoefde niet lang te aarzelen. Spanos was één van de "bohemiens" waar ze het zo goed mee kon vinden, ze had al eerder werk van hem gezongen, en bovendien was het Kolonelsregime inmiddels gevallen, dus waarom niet?

Arleta kreeg haar eigen plaat (Taxidevondas, 1976), met alle teksten en muziek van zichzelf. Op haar volgende platen zong ze muziek van anderen: Notis Mavroudis , Manos Hadjidakis en Mikis Theodorakis . In die tijd maakte ze een moeilijke periode door (zegt ze zelf, maar alle verdere vragen in die richting blokt ze af op haar typische directe manier: "dat gaat u niets aan, dat zijn mijn zaken") en dat versterkte alleen maar haar streven naar eigenheid. Dat resulteerde in het album "Ένα καπέλο με τραγούδια" (Ena kapelo me tragoudia, Een hoed met liedjes, 1981) die ze ook nu weer zelf gevuld had. Enkele jaren later werd die gevolgd door "Περίπου" (Peripou, Ongeveer, 1983), een plaat waarvoor Lakis Papadopoulos de muziek schreef en Marianina Kriëzí de teksten. Later zouden ze samen nog verschillende platen maken, met daarop enkele van Arleta's grootste successen.

Inmiddels was Alekos Patsifas overleden en Arleta was weggegaan bij Lyra. Die bleven echter gewoon platen uitbrengen met haar naam en haar stem er op. Dat verkocht goed maar ze hielden de opbrengst voor zichzelf, Arleta zag er geen cent van. Toen ze protesteerde zwaaiden ze met een obscure paragraaf in het contract dat ze indertijd ondertekend had. De meesten zouden dan niet aangedrongen hebben maar bij Arleta waren ze aan het verkeerde adres, die stapte naar de rechtbank. Er volgde een juridische strijd die vijf jaar duurde, van 1985 tot 1990. Uiteindelijk kreeg Arleta gelijk, maar de schadevergoeding was nauwelijks voldoende om haar kosten te dekken. Dat vond ze niet zo erg, ook al omdat ze nu grote schoonmaak kon houden in haar adressenboekje. In de nood kent men zijn vrienden, zegt men, en dat ondervond ook Arleta. Nogal wat van die zogenaamde "vrienden" hadden haar links laten liggen om niet in aanvaring te komen met Lyra. Die hebben bij haar definitief afgedaan.

De problemen op persoonlijk vlak waren inmiddels ook achter de rug en ze kon zich nu volledig op haar muziek gaan toeleggen. Ze kwam om de paar jaar met een nieuw album. Maar na "Έμπορος ονείρων" (Emboros oniron, Dromenverkoper) in 1995 werd het ineens stil in de platenrekken. De inspiratie leek op. Na bijna twintig albums op goed dertig jaar tijd had ze natuurlijk wel haar reputatie en haar fans, en in 2000 kwam de platenmaatschappij Columbia dan maar met een verzamel-cd met haar grootste successen, een jaar later gevolgd door een tweede.

Ze bleef nog wel optreden. In februari 2008 had ze een concert in Volos, maar ze kreeg een hersenbloeding vlak voor ze het podium zou opgaan. Toen ze enkele weken later in een ziekenhuisbed weer bij bewustzijn kwam kon ze zich van die dag niets meer herinneren. Ze wist nog vaag dat ze naar Volos was gereden maar dan niets meer. Het was eigenlijk een wonder dat ze het overleefd had, en ze kon nu beginnen aan de lange weg van de revalidatie.

Dan ineens, in oktober 2009, verscheen er een nieuw album van haar. Het heette "Και πάλι χαίρετε" (Ke pali cherete, te vertalen als "Opnieuw gegroet"). Op enkele uitzonderingen na heeft Arleta in elk van de 25 nummers zelf de hand gehad: ze schreef ofwel de muziek, ofwel de tekst, ofwel allebei, en haar vrienden hadden aangevuld waar nodig. Arleta had ook zelf de hoes getekend, net als bij de meeste van haar eerdere albums. Haar fans waren inderdaad blij, niet alleen omdat ze enkele ijzersterke nieuwe nummers kregen, maar vooral: dit was de Arleta van altijd, het leek alsof ze nooit weggeweest was. Kortom: een comeback die kan tellen.

Het initiatief kwam van het kleine groepje hechte vrienden. Die hadden zo hun eigen opvattingen over revalidatie en ze wilden Arleta zo snel mogelijk weer "op de rails" krijgen. Eerst reageerde ze negatief op het voorstel voor een nieuw album. Ze had niks om daar op te zetten, beweerde ze. Dan herinnerde ze zich toch wel een paar liedjes die ze in haar hoofd had zitten, maar die ze nooit neergeschreven had. En naarmate ze in haar geheugen begon te graven kwam er steeds meer. Het bleek dat ze in de dertien jaren sinds haar vorige album eigenlijk nooit had opgehouden met liedjes te maken. Er waren nu zelfs twee schijfjes nodig om alles een plaatsje te geven.

Arleta ontdekte voor de tweede keer dat men zijn vrienden pas in de nood leert kennen. Het gaat dan niet zozeer over haar "kwelgeesten" die haar hadden "gedwongen" om die plaat te maken, want die kende ze en ze wist wat ze aan hen had. Maar na haar beroerte werd ze overstelpt met bloemen, brieven, kaartjes en e-mails, afkomstig van volslagen onbekenden. Ze wist uiteraard wel dat ze fans had, maar nuchter als ze is had ze altijd verondersteld dat die gewoon haar muziek mooi vonden. Nu pas besefte ze dat ze ook als mens gewaardeerd werd. Dat hielp haar om weer overeind te krabbelen. Tegenwoordig (mei 2015) treedt ze ook weer op, zij het met mondjesmaat.

Zelf komt ze niet naar de Art Base, uiteraard (of toch voorlopig niet, met die zaal weet je nooit), maar het is duidelijk dat Marina Petsali en Nikos Prosilias twee grote fans zijn van haar. Misschien is dit concert ook wel als verjaardagscadeautje bedoeld, want Arleta wordt dit jaar zeventig.

De liedjes van Arleta zijn vooral luisterliedjes. Voor het niet-Griekse publiek is het dan misschien een goede zaak dat er wat "tussen-de-oren-klevers" van Manos Hadjidakis doorheen gedaan worden - en ook de Grieken zullen daar allicht niet rouwig om zijn, wel integendeel.

Praktische gegevens
Dinsdag 23 juni, 20u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

Volzet

Tickets: € 12,50. Reductietarief: € 7,-.

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 31/05/2015

Terug naar het begin van deze pagina.


Enkel dit evenement afdrukken

Pentology

Met Griekse populaire muziek

De groep "Pentology" ontstond nog maar pas in februari 2015, uit een toevallige ontmoeting in een Grieks restaurant in Limburg. In mei 2015 ondergingen ze hun vuurdoop in de Agora in Luik, en nu staan ze op het podium in de Brusselse Art Base.

Het vijftal bestaat uit:

  • Alkistis Lambropoulou : zang, percussie
  • Stratos Stabourlos : bouzouki , zang
  • Vasilis Mantoudis : accordeon
  • Pandelis Voulgaris : gitaar
  • Michael Stabourlos : basgitaar

Over de achtergrond van deze muzikanten en over het ontstaan van de groep vertelden we u al het een en ander op onze mei 2015 maandpagina . Kort samengevat zou je kunnen zeggen "Pentology" bestaat uit vijf getalenteerde muzikanten die beroepsmatig met muziek bezig zijn en die nu ook eens iets voor hun plezier willen gaan doen.

Dat bleek tijdens de première in Luik, waar - naar eigen zeggen - slechts drie repetities aan vooraf gegaan waren. De enigen die niet 100% tevreden waren, dat waren de muzikanten zelf. Zij vonden dat het veel beter kon. Het publiek daarentegen had met volle teugen genoten en bedankte hen na afloop met een staande ovatie.

Dat succes was voor een deel te danken aan het programma. Officieel was dat aangekondigd als " rembetika en laïká " maar zelf vertelde de groep ons vooraf dat ze " rembetika , laïka , smyrneika, paradosiaka, nisiotika en endechna " zouden gaan spelen. Dat is nogal wat, maar het bleek inderdaad te kloppen als een bus.

Dat lijstje met muziekstijlen is eigenlijk geen goede invalshoek om dit programma naar waarde te kunnen schatten. Het is dan veel beter om naar de originele uitvoerders te kijken, want daar zitten heel wat oude bekenden tussen. Van Charis Alexiou hoorden we klassiekers als "Pare Me", "Fevgo", "Zilia Mou" en "Chronia Chelidonia". Dat laatste liedje werd bijvoorbeeld geschreven door Christos Nikolopoulos , maar daar zullen weinigen van wakker liggen, iedereen kent het als "een liedje van Alexiou ". Op die manier was ook Eleftheria Arvanitaki vertegenwoordigd met bijvoorbeeld "Vale to kokkino foustani" of "Thelo konda sou na mino", en Glykeria met "Piga se magisses" of "Apo kseno topo". En dat was lang niet alles, je "hoorde" ook nog Nana Mouskouri ("Ela pare mou ti lypi"), Melina Kana ("Klise ta matia sou"), Pantelís Thalassinós ("Thampá Velouda") en vele anderen. Nóg veel meer anderen eigenlijk, want veel van die liedjes zitten bij (bijna) iedereen in het repertoire.

Het zal duidelijk zijn dat dit een heel gevarieerd programma is, en dat wordt nog duidelijker als we naar de namen van de componisten kijken die vertegenwoordigd waren. In de " rembetika -afdeling" kom je enkele keren Vasilis Tsitsanis tegen, maar ook Apóstolos Kaldáras en Panayotis Toúndas . In het luik " endechna " kan je Mikis Theodorakis , Manos Hadjidakis , Manos Loïzos of Mimis Plessas aantreffen. Ook meer recente en/of minder bekende componisten zijn present, zoals Nikos Portokaloglou , Vangelis Korakakis of - jawel - Yorgos Dalaras himself (die als componist wat minder bekend is). Voeg daar nog enkele (dansbare!) traditionele liedjes uit Klein-Azië, de eilanden en elders aan toe en je hebt meteen een staalkaart van al het goede dat de betere Griekse muziek te bieden heeft. Bovendien is er met kennis van zaken geselecteerd en het is dus allerminst een bont allegaartje geworden maar integendeel een evenwichtig geheel.

Met een programma als dit, dat bijna uitsluitend uit "klassiekers" bestaat, is het niet echt overdreven om dit concert aan te kondigen als een "unforgettable evening" , zoals de Art Base dat doet. Zo'n nummer wordt immers niet voor niets een klassieker, het zijn stuk voor stuk sterke liedjes en dat kan moeilijk tegenvallen.

Omdat het allemaal bekende liedjes zijn is het natuurlijk verleidelijk om de uitvoering van "Pentology" te gaan vergelijken met het origineel. Maar daar hoeft dit ensemble helemaal niet bang voor te zijn. De muzikanten staan hun mannetje (en vrouwtje), en hun eigen vertolkingen mogen er best wezen - en dat is eigenlijk een understatement.

Het helpt natuurlijk ook dat ze liedjes geselecteerd hebben die hen goed liggen, en - niet onbelangrijk - liedjes die ze zelf graag zingen. Zo kan je uit het programma min of meer afleiden dat de zangeres Alkistis Lambropoulou een fan is van Alexiou en Arvanitaki , en dat Stratos Stabourlos zich uitstekend kan vinden in de heel herkenbare manier waarop Christos Nikolopoulos componeert voor bouzouki .

Al van bij de eerste noten was te merken dat "die van Pentology" hun eigen favoriete nummers geselecteerd hadden, maar het bleek ook nog op een originele manier tijdens de duetten, bijvoorbeeld tijdens "Roz", dat bekend is van Alexiou in duet met Yannis Parios , of "Ti sou ekana ke pinis" van Dimitris Mitropanos en Marinella. Hier waren het Alkistis Lambropoulou en Stratos Stabourlos die met elkaar in duet gingen, en heel af en toe haperde het even op het moment dat ze het van elkaar moesten overnemen. Een schoonheidsfoutje? Ja, uiteraard, maar toch vooral een indicatie dat minstens de zangeres deze liedjes al ontelbare keren helemaal alleen gezongen heeft, en dus ook met alleen zichzelf als publiek, gewoon voor het plezier.

Aan dat schoonheidsfoutje zal allicht nog wat gevijld worden, en ook aan het programma zal misschien nog wat gesleuteld worden, maar het plezier zal ongetwijfeld blijven. En dat straalt natuurlijk af op het publiek...

Praktische gegevens
Woensdag 24 juni, 20u00, Art Base, Zandstraat (Rue des Sables) 29, 1000 Brussel (B)

Volzet

Tickets: € 12,50. Reductietarief: € 7,-.

Inlichtingen en reserveren: http://www.art-base.be .

Een computer-gegenereerde routeplanning is beschikbaar. (opent in nieuw venster)

 
 

Op de site sinds: 31/05/2015

Terug naar het begin van deze pagina.


Valid XHTML 1.0 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.